Sleept een Spaanse bank Nederland straks mee?

De beste zin over toezicht op banken staat in het conceptverkiezingsprogramma dat de VVD afgelopen vrijdag publiceerde. „Waar financieel toezicht in het verleden tekort is geschoten, dient deze te worden aangescherpt.”

De oproep van de VVD aan Nederland klinkt als een slappe echo van de megafoon waarmee in de Tweede Kamer én in Europa bankentoezicht op Europese schaal wordt gemobiliseerd. Eureka, Europees toezicht. Zoals CDA-fractievoorzitter Van Haersma Buma zijn collega’s vorige week in het debat over de eurotop voorhield: „Het gaat erom dat het besef moet groeien, ook in deze zaal, dat het omvallen van een bank in Spanje het omvallen van Spanje kan betekenen en dus van Nederland dat tot over zijn oren in Spanje zit”.

Het zijn drie beweringen van twijfelachtig allooi. Zijn er grote landen waar een bankfaillissement de natie heeft opgeblazen? Nee.

En als Nederland zoveel last krijgt van een Spaans faillissement, is het dan niet effectiever en goedkoper om de gedupeerden in Nederland zelf te steunen? Ja.

Maar Buma kan tevreden zijn. Ook Samsom (PvdA) steunt stappen die voorkomen dat, in zijn woorden, roekeloze bankiers onze welvaart, ons spaargeld, ons pensioengeld op het spel kunnen zetten. „Dat omvallende banken niet hele landen kunnen omtrekken.”

De vraag is natuurlijk: gaat het toezicht daarvoor zorgen? Het antwoord is: nee. Toezicht op zich ruimt de rommel niet op, zei Sap (GroenLinks). Dat is de categorie nuchterheid waar op zo’n moment een schrijnend gebrek aan is.

Wat een deel van de Kamer miskent is dat toezicht op financiële instellingen twee instrumenten moet hebben. De twee K’s: knots en knaken. Anders werkt het niet.

Toezicht is weten wat banken doen, rapportages beoordelen en zorgen dat ze je geen oor aannaaien. Doen ze dat? Tijd voor de knots. Om hen desnoods te dwingen hun cijfers (lees: verliezen) onder ogen te zien en/of bestuurders uit functie te (laten) zetten.

In zo’n noodsituatie klotsen de verliezen tegen de plinten en heeft een bank dringend kapitaal nodig. Wie komt met nieuwe knaken? Bestaande particuliere aandeelhouders? Nieuwe? Of, als zij niet willen: de overheid. Wie als toezichthouder geen directe lijn heeft naar de knakenverschaffer in laatste instantie, naar de overheid, staat met lege handen als de verliezen en de rommel onder de deur doorkomen. De beoogde bankentoezichthouder, de Europese Centrale Bank (ECB), mist de knots én de knaken. Daarom is scepsis geboden over deze oplossing.

Dat is nog niet alles. Sommige Kamerleden, zoals de politieke tegenstrevers Van Bommel (SP) én Blok (VVD), vinden dat landen eerst zelf schoon schip moeten maken met hun bankenrommel. Heren, u beseft toch wel dat u windmolens aanvalt? Spanje heeft geen geld voor zijn eigen bankensteun of wil het geld aan iets anders besteden. Vandaar dat Europa moet bijspringen. Daarom stond u daar donderdag in de Kamer.

Tenslotte: de oplossing. Demissionair minister-president Rutte en zijn minister van Financiën De Jager feliciteerden zichzelf omdat bankensteun en landensteun uit elkaar zijn getrokken. Het ESM noodfonds redt straks noodlijdende banken (mits bij goed toezicht) én noodlijdende staten (mits zij hervormingsbereid zijn). Het redden van banken drukt niet meer op de staatsschuld.

Maar banken kunnen alleen gesteund worden bij unaniem besluit. Dat betekent dat het redden van banken én van landen niet ontrafeld zijn, maar nog intenser met elkaar zijn verknoopt dan nu al het geval is. In plaats van reddingsacties overzichtelijker en praktischer te maken, heeft elk land er een vetorecht bij gekregen.

Menno Tamminga