Ploegbaas: Wout mocht door van dokter

Wout Poels kwam vrijdag hard ten val. Ondanks zijn zware verwondingen wilde hij per se doorgaan. De leiding van Vacansoleil hield hem eerst niet tegen.

Michel Cornelisse heeft Wout Poels in de greppel zien liggen. Bij de ploegleider van wielerteam Vacansoleil-DCM lopen de rillingen nog over zijn rug, als hij terugdenkt aan de grote valpartij van vrijdag in het peloton, waar Wout Poels het zwaarst door werd getroffen.

Bij de finish in Metz had Cornelisse al tranen in zijn ogen. ‘Woutje’ Poels is een beetje de oogappel van de Nederlandse ploeg, iedereen loopt met de talentvolle klimmer weg. Maar de schrik voor Cornelisse werd ’s avonds nog veel groter. Toen Poels in een militair ziekenhuis in Metz door de scanner was gehaald, bleek hij niet alleen drie gebroken ribben te hebben, maar ook een gescheurde nier, een gescheurde milt en gekneusde longen. „Het had ook erger kunnen aflopen”, zegt Cornelisse anderhalve dag na het ongeluk, bij de start van de achtste Touretappe in het Franse stadje Belfort.

Cornelisse beschrijft dat toen Poels op een brancard de ambulance in werd gedragen, de renner zelf zei dat hij door wilde. „Als renner raak je dan in paniek”, zegt Cornelisse. „Je weet dat de Tour is afgelopen als de klep van de ambulance dicht gaat. En Wout had er zo hard voor gewerkt.”

Manager Daan Luijkx vertelt dat de Tourdokter in de ambulance vervolgens een aantal testen deed. Poels moest een paar keer diep inademen, om te controleren of zijn longen niet waren gescheurd. Daarna drukte de dokter hard op de borstkas van Poels, die ook toen bleef volhouden dat hij door wilde fietsen.

„Nadat de dokter had gezegd dat hij weer mocht opstappen, hebben wij hem niet tegengehouden”, zegt Luijkx. Cornelisse: „Als ’s avonds blijkt dat het slechts een gekneusd ribbetje is, dan hadden wij hem voor niets uit de koers gehaald. Op zo’n moment, als de dokter zegt dat het kan, steun je je renner.”

Maar na tien kilometer greep Luijkx toch in. Cornelisse vertelt dat de wielrenner huilend op zijn fiets zat, tergend langzaam vooruit kwam. En Luijkx: „Op dat moment vond ik het niet langer verantwoord om door te gaan.”

Ook in de ambulance had Poels al liggen huilen van de pijn, vertelt Cornelisse. „Maar toch bleef hij zeggen dat hij door wilde. Hij controleerde nog of zijn remmetje niet scheef stond en is toen weer opgestapt.”

Cornelisse vertelt dat zijn andere renners het moeilijk hadden met de situatie van Poels. „Iedereen vraagt de hele tijd hoe het met hem is.” Maar, zegt Cornelisse ook, ze moeten door. „De Tour vertrekt weer, en je moet mee. Elke etappe dat je niet meedoet, is een kans gemist in de belangrijkste wedstrijd van het jaar.” Achter hem worden de fietsen van het dak van de ploegleidersauto gehaald voor de etappe.

Afgelopen vrijdag kwam bijna een kwart van het peloton ten val. De Spaanse renner Oscar Freire beschadigde zijn longen, Raborenner Maarten Wynants ligt in het ziekenhuis met twee gebroken ribben en een geperforeerde long.

In de karavaan van Tourvolgers werd dit weekeinde regelmatig gevraagd of er geen maatregelen genomen moeten worden. Cornelisse ziet daar niets in. „De renners veroorzaken de valpartijen zelf. Iedereen wil voorin in het peloton zitten en door het dringen krijg je valpartijen.” Hij zegt dat het peloton onderweg ook harder zou kunnen fietsen, om met minder wielrenners aan de laatste kilometers te beginnen. „En valpartijen horen helaas bij de sport.”

Vandaag zou Poels, wiens toestand volgens de artsen stabiel is, in het militair ziekenhuis in Metz opnieuw een scan ondergaan. Dan zou moeten blijken of hij naar Nederland vervoerd kan worden.