Libiës eerste stap naar democratie

Niet de fundamentalisten, maar de liberale alliantie rond ex-premier Jibril lijkt aan kop te gaan na de verkiezingen in Libië.

Correspondent Noord-Afrika

KAIRO. Voor het eerst sinds 1965 hebben de Libiërs zaterdag hun stem mogen uitbrengen in vrije verkiezingen. Anders dan in sommige andere landen van de Arabische Lente was het enthousiasme bij de Libiërs relatief groot. Zo’n 80 procent van de kiesgerechtigden had zich vooraf laten inschrijven als kiezer. Zaterdag kwam volgens de Libische kiescommissie bijna 60 procent van de kiezers opdagen: 1,6 miljoen op 2,8 miljoen.

De volledige uitslag wordt pas in de komende dagen verwacht, maar op basis van erg voorlopige resultaten leek de alliantie rond oud-premier Mahmoud Jibril op kop te liggen in Tripoli en Benghazi, de twee grootste steden van het land. Tenminste: dat zei een woordvoerder van Jibrils Alliantie van Nationale Krachten gisteren zelf op basis van eigen exitpolls. Maar de prognose werd bevestigd door woordvoerders van de twee andere grote partijen: de partij van de Moslimbroeders en Al-Watan, een andere fundamentalistische partij. Het voorlopige resultaat gold wel alleen voor de zestig partijzetels, niet de 120 zetels die zijn voorbehouden aan individuele kandidaten.

Jibril, die als ex-lid van de overgangsraad niet deelnam, was samen met Mustafa Abdul-Jalil het politieke gezicht van de Libische opstand. De beslissende NAVO-luchtsteun was in grote mate te danken aan Jibrils onvermoeibare lobbywerk in de diverse hoofdsteden. Na de val van Sirte en Bani Walid, de laatste bolwerken van het regime van kolonel Moammar Gaddafi, in oktober vorig jaar, nam Jibril ontslag als premier. Hij kwam daarmee een belofte na die hij bij het begin van de opstand had gemaakt.

Jibrils Alliantie van Nationale Krachten bestaat uit 58 politieke partijen en wordt vaak omschreven als het liberale – sommigen zeggen zelfs het seculiere – blok. Maar Libië is een erg conservatief land, en ook Jibrils partij heeft campagne gevoerd met de belofte dat de sharia de basis zal zijn van de wetspraak. Wel zouden er garanties komen voor religieuze minderheden. Zelf heeft Jibril zijn groep omschreven als een gematigde islamitische partij.

Indien de voorlopige uitslag wordt bevestigd, is Libië de uitzondering op de regel. In Tunesië en Egypte werden de eerste vrije verkiezingen juist op beslissende wijze gewonnen door de Moslimbroeders. Een mogelijke verklaring is dat de Moslimbroeders in Libië een veel kleinere machtsbasis hadden. In Egypte en Tunesië werd het de Moslimbroeders ook knap lastig gemaakt, maar vooral in Egypte was het hen wel toegestaan om sociale en religieuze activiteiten te ontplooien. In Gaddafi’s Libië, waar alle partijen en organisaties verboden waren, en de fundamentalisten met harde hand werden onderdrukt, was het voor de Moslimbroeders veel moeilijker om voet aan de grond te krijgen.

Velen hadden hun hart vastgehouden voor het goede verloop van deze verkiezingen. De Nationale Overgangsraad, die het land bestuurt sinds de val van kolonel Gaddafi vorig jaar, wordt gezien als zwak en inefficiënt. Bijna een jaar na de val van Tripoli wordt het land nog altijd in hoge mate gedomineerd door de gewapende milities die uit de oorlog tegen Gaddafi’s regime zijn voortgekomen.

Ook was er geweld in aanloop naar de verkiezingen, met name in het oosten van het land, waar sommigen zich benadeeld voelen door de zetelverdeling in het nieuwe parlement. Oost-Libië heeft recht op zestig van de 200 zetels, terwijl Tripoli en West-Libië er 100 krijgen. De overige veertig zetels gaan naar het dunbevolkte zuiden van het land. De zetelverdeling is gebaseerd op demografische gegevens, maar omwille van de rivaliteit tussen beide landsdelen vreest het oosten, waar de opstand vorig jaar begon, dat het straks opnieuw onder de knoet van Tripoli komt te liggen.

Vrijdag legden betogers in het oosten de helft van de Libische olieproductie plat uit protest. Ook werd in Ras Lanuf, op de historische grens tussen het oosten en het westen, een verkiezingsmedewerker gedood toen zijn helikopter werd neergeschoten. Op verkiezingsdag zelf werd een kieslokaal in Benghazi bestormd door betogers die honderden kiesbiljetten in brand staken. In Ajdabiya, ook in het oosten, werd een man doodgeschoten die er met een stembus vandoor was gegaan. Toch viel het geweld al met al nog mee: volgens de kiescommissie kon 98 procent van de kieslokalen opengaan.

Deze verkiezingen zijn slechts een tussenstap in het democratiseringsproces in Libië. Het nieuwe parlement moet in de eerste plaats een nieuwe regering aanstellen, ter vervanging van de huidige voorlopige regering die voortkomt uit de niet democratische verkozen Nationale Overgangsraad. Aanvankelijk zou het parlement ook de nieuwe grondwet opstellen, maar die taak is overgeheveld naar een grondwettelijke vergadering van zestig leden waarvoor aparte verkiezingen zullen worden gehouden. Volgend jaar vinden dan opnieuw verkiezingen plaats voor het parlement.