Kijk omhoog

Onbemande vliegtuigjes monitoren mensenmassa’s, bewaken terreinen en cirkelen boven branden. De markt voor niet-militaire drones groeit. Tijd voor regelgeving?

Vergeet Afghanistan. Vergeet de woestijnen in de VS waar vanuit Obama zijn drone-oorlog voert. Kijk omhoog. Redelijke kans dat je ook daar een onbemand vliegtuigje ziet vliegen.

Nee, dit zijn niet de drones die doelwitten uitschakelen met precisiebombardementen. Maar ze houden wel supporters in de gaten bij risicowedstrijden. Ze bewaken terreinen, speuren naar relschoppers en sporen wietplantages op. Of ze fotograferen de buren.

Wie goed oplet heeft misschien al eens een kleine drone gespot. Of een Unmanned Aircraft System (UAS), zoals gebruikers een niet-militaire drone liever noemen. Boven Lowlands cirkelde afgelopen jaar een helikoptertje van de TU Delft om te filmen hoe mensen zich verplaatsen. Op Koninginnedag vloog een vliegtuigje boven Eindhoven voor crowd control. Er cirkelde er één boven Amsterdamse kraakpanden met militante krakers, één boven de Moerdijkbrand, één over de brandende duinen bij Bergen.

De lijst met toepassingen is lang, en wordt snel langer. Onbemande vliegtuigjes worden nu al ingezet om pijpleidingen, dijken en windmolens in zee te inspecteren, om files te monitoren en filmshots vanuit de lucht te maken. Er lopen onderzoeken om met drones bosbranden te vinden, plaatsen delict in kaart te brengen, kusten te bewaken en verdachten op te sporen.

De markt voor professionele UAS’en groeit. In Nederland vliegen naar schatting tussen de tweehonderd en driehonderd onbemande luchtvaartuigjes rond. Dat is exclusief alles wat modelbouwers de lucht in sturen vanaf hun hobbyveldjes. Hoeveel dat er zijn is onbekend, maar volgens vliegverenigingen groeit hun ledenaantal. De kersverse branchevereniging DARPAS telde laatst zo’n vijftig bedrijven en zzp’ers in Nederland die onbemande systemen verkopen of onbemande vluchten aanbieden.

Een UAS is goedkoper dan een bemand vliegtuig. Voor tienduizend euro heb je al een stabiele ‘multi-rotor’-helikopter met gps-ontvangst. Je spaart er dure hijskranen mee uit en je vliegt er zó mee naar afgelegen plaatsen en moeilijk bereikbare hoogtes. Je kunt er van alles aan hangen: microfoons, infraroodcamera’s, wietsniffers, warmtesensoren. De bediening is simpel. En veel drones kunnen, heel handig, met gps zelf naar de opgegeven coördinaten vliegen.

Sommigen worden wat zenuwachtig van deze vliegtuigjes. Wat als ze straks op grote schaal worden ingezet om te spioneren? Wat als ze zo klein worden dat ze door je keukenraam vliegen en je usb-stick stelen? Wat als iemand er explosieven aanhangt? In de VS werd vorig jaar nog een man opgepakt die zijn UAS vol bommen op het Pentagon af wilde sturen.

Tja, zeggen Robin van der Putte en Lucas van Oostrum daarop. Zij zien een UAS vooral als een vliegend statief. Ze zijn uit het raam op het platte dak van de buren gestapt. Met een petje en zonnebril op manoeuvreert Van der Putte een helikopter met acht rotors de lucht in. De helikopter zwenkt wat heen en weer en blijft dan op één plek hangen. Twee bouwvakkers staren vanaf een naburig dak naar het snorrende apparaat.

Van der Putte hing jaren geleden een camera aan een zelfbouwheli en ging luchtfoto’s verkopen. Tweeënhalf jaar geleden besloot hij een bedrijfje op te zetten. Nu heeft Aerialtronics in Scheveningen acht vaste mensen in dienst. Het bedrijf verkocht zo’n 250 multirotors in twaalf landen. Aan de Belgische politie, aan windmoleninspecteurs, aan mediabedrijven. Ook met de Nederlandse politie zijn ze in gesprek.

Nee, hun helikopters storten niet zomaar neer op iemands hoofd, zegt Van der Putte. „Als één motor uitvalt, blijft de drone vliegen.” Als de accu van de Altura leeg is, vliegt hij vanzelf naar huis, als de gps uitvalt, schakelt hij over op het 3G-netwerk en maakt hij een autolanding. En in de geavanceerde types zitten sensoren om botsingen te voorkomen.

Dat kan de handige knutselaar natuurlijk ook allemaal in zijn hobbydrone bouwen. Op internet zijn voor een paar honderd euro bouwpakketjes te bestellen. Besturingssoftware is zo te downloaden. Maar in hobbysoftware wordt code op code geprogrammeerd, zegt Van der Putte. „ Het is een rommeltje. Als één sensor kapot gaat, kan-ie hele rare dingen gaan doen.” Ze ontmoeten wel eens hobbyisten met een overbelaste drone die niet meer wil opstarten, of is neergestort omdat er aan de afstandsbediening is gerommeld.

Willy Swart (59) is zo’n hobbybouwer. Vijftienhonderd euro per jaar geeft hij uit aan zijn drones. Een hobby die hem meer kost dan zijn auto, vertelt hij. Dat is een kleine Peugeot 308, dat wel.

Het leukst vindt Swart het om een UAS from scratch in elkaar te zetten. Hij begint met het aanschaffen van een ‘bordje’ elektronica, de essentie van het apparaat. „In China heb je al pakketten vanaf 15 euro.” Het frame maakt Swart zelf, de motoren en propellers koopt hij weer ergens anders via internet. Duitsland, Hongkong, Ebay. Tweehonderd euro in totaal voor de goedkoopste versie. Een autonoom vliegende UAS zet Swart voor zeshonderd euro in elkaar.

En dan? „Dan ga je wat prutsen op een veld en dan doet-ie het.” Vliegen in de bebouwde kom, dat doet Swart niet vertelt hij. Maar hij kent genoeg mensen, die het wel doen. „De regels worden en masse ontdoken.”

Aerialtronics vindt het daarom een goed idee dat er een keurmerk komt voor drones en bestuurders een brevet moeten halen. Ze zijn al bezig met certificering. Ze moeten wel, anders mogen ze straks alleen nog maar boven een grasveldje cirkelen. Want één instantie is minder gecharmeerd van de nieuwe drukte in het luchtruim: de Inspectie Leefomgeving en Transport, die toeziet op alles wat rondvliegt. En dan met name één ambtenaar die zich het meest met onbemande vliegtuigjes bemoeit: Gert Kruiswijk.

Modelbouwers die zich aan de regels houden, hebben van Kruiswijk niets te vrezen. Zij mogen niet in de bebouwde kom of boven mensen vliegen. Drones zwaarder dan 150 kilo zijn gewoon vliegtuigen die in het luchtvaartuigregister moeten zijn ingeschreven en zich aan alle luchtvaartregels moeten houden.

Het zijn de lichte drones voor professioneel gebruik, zoals de multirotors van Aerialtronics, waarvoor momenteel nauwelijks regels bestaan. En juist deze drones worden nu zo populair. De regels die er zijn, zijn ondoorzichtig en worden nauwelijks nageleefd. De lang uitgestelde wetgeving wordt nu in oktober verwacht.

Als die wet heel streng uitvalt, redden bedrijven als Aerialtronics het misschien niet. „Men wil toe naar eenzelfde soort regelgeving als voor bemande vliegtuigen”, zegt oprichter van branchevereniging DARPAS Rob van Nieuwland. „Gecertificeerde bedrijven, piloten en toestellen die in het luchtvaartregister staan ingeschreven.” Dat lukt een grote organisatie als het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium nog wel, hun 90 kilo wegende onbemande helikopter staat netjes in het register. Maar registratie en certificering is zo moeilijk en kostbaar dat het veel bedrijfjes de kop zal kosten, denkt Van Nieuwland. De indruk van Gert Kruiswijk zelf is dat veel bedrijven bedrijfsmatig vliegen met een UAS te eenvoudig inschatten. „Er komt veel bij kijken. Veilig vliegen kost tijd en geld.”

De branchevereniging hoopt iets minder strenge regels af te kunnen spreken, die wel voldoende veiligheid garanderen. Van Nieuwland: „We hebben geen behoefte aan cowboys.” Want nee, je overleeft een UAS die tegen je hoofd vliegt niet, ook al weegt hij maar een paar kilo. Van Nieuwland kent wel verhalen uit Zuid-Korea en Zwitserland van eigenaren die stierven doordat hun eigen UAS op hen invloog.

Dat wil de Inspectie voorkomen. Wie een ontheffing wil om boven mensen te vliegen, heeft toestemming nodig van ambtenaar Gert Kruiswijk. Aerialtronics vond dat niet zo gemakkelijk. Toen ze voor het politieke jaaroverzicht van de NOS beelden van de Hofvijver wilden maken, vroegen ze ook een ontheffing aan. Het Binnenhof is een no-flyzone. De gemeente was akkoord, de politie was akkoord. Maar de Inspectie, na lang wikken en wegen, toch niet. Nou ja, dacht van der Putte, dan doen we het wel in de Tweede Kamer. En zo snorde er een Altura met camera boven de lege paarse stoelen.

Maar dan: mag die camera wel alles filmen? Nu iedereen voor driehonderd euro bij de Mediamarkt een kleine Parrot AR.Drone met ingebouwde camera’s kan kopen en die met z’n iPad over de achtertuin van de buurvrouw kan sturen, is dat een relevante vraag. Voor drones geldt de standaard -privacywetgeving, meldt het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De buurvrouw filmen mag niet.

Maar hoe handhaaf je dat? Als je de vliegende camera al opmerkt, is de eigenaar niet eenvoudig te op te sporen. Er zit dan niks anders op dan je eigen UAS er achteraan te sturen.