Grieks kabinet krijgt vertrouwen

Gesterkt door een motie van vertrouwen wil het nieuwe Griekse kabinet nu beginnen aan een reeks privatiseringen en structurele hervormingen.

Na een lang en fel debat kreeg de driepartijencoalitie van premier Antonis Samaras vannacht de 179 stemmen van de regeringspartijen achter zich: de conservatieve Nieuwe Democratie, de socialistische partij Pasok, en Democratisch Links. Tegen stemden de Radicaal Linkse Coalitie Syriza, de Communistische Partij, de Onafhankelijke Grieken, en de extreem-rechtse Gouden Dageraad.

Samaras wil blijven proberen twee à drie jaar respijt te krijgen bij het terugdringen van het begrotingstekort. Athene wil ook heronderhandelen over de bezuinigingsmaatregelen die zijn opgelegd. Maar de vertegenwoordigers van de trojka van Internationaal Monetair Fonds, Europese Centrale Bank en Europese Unie die nu in Athene zijn, hebben duidelijk gemaakt dat hierover pas valt te praten als de nieuwe regering met concrete maatregelen komt.

Griekenland heeft zo veel geld geleend, tegen zulke gunstige voorwaarden, dat het niet eenzijdig de afspraken kan veranderen, waarschuwde minister van Financiën Yannis Stournaras.

Griekenland heeft 500 miljard euro aan leningen en schenkingen gekregen. Dat is meer dan 250 procent van het bruto binnenlands product. De leningen, tegen een rente van 3,5 procent, hebben bovendien een lange looptijd.

„Zonder dat geld zou onze levensstandaard achteruit gaan naar die van 1960", zei Stournaras.

Premier Samaras deed in het debat een felle aanval op Alexis Tsipras, de leider van Syriza, die bij de verkiezingen vorige maand de tweede partij werd. Tsipras verzet zich de privatiseringsplannen en waarschuwde zaterdag dat investeerders niet moeten denken dat ze „goedkoop staatseigendom in kunnen pikken”. Ze lopen het risico onder een linkse regering hun geld kwijt te zijn en strafrechtelijk te worden vervolgd, zei Tsipras. (AP, Reuters)