'Elke euro voor ruimtevaart levert 2,2 euro op'

Aanleiding

Niet alleen @astro_andre, maar ook het CDA en de VVD zorgden afgelopen week voor ruimtevaartnieuws. De twee partijen zagen een bezuiniging op ruimtevaart toch niet zo zitten. ,,Elke euro die we in de ruimtevaartsector investeren, levert ons minstens 2,2 euro op. Als we onze bijdrage verlagen, dan lopen we opdrachten mis. Kennis en technologie gaan dan verloren”, zei VVD-Kamerlid Afke Schaart in een ANP-bericht dat woensdag onder meer op Telegraaf.nl, NU.nl en RTL.nl te lezen was. Drie lezers vroegen ons te checken of iedere geïnvesteerde euro inderdaad minstens 2,2 euro oplevert. next.checkt dook in de ruimtevaartinvesteringen.

Waar is het op gebaseerd?

De Nederlandse overheid investeert jaarlijks ongeveer 100 miljoen euro in lucht- en ruimtevaarttechnologie. Ons land is lid van de European Space Agency (ESA), waarin Europese landen en Canada samenwerken. De inkomsten van ESA bestaan voor het overgrote deel uit de contributies van de landen. De Nederlandse bijdrage is relatief klein, minder dan het gemiddelde, gemeten naar het aandeel van het bruto binnenlands product. Frankrijk (750 miljoen), Duitsland (715 miljoen) en Italië (380 miljoen) dragen het meeste bij.

De ESA werkt volgens het model dat wat een land investeert ook ongeveer terugvloeit naar dat land in de vorm van opdrachten aan bedrijven en onderzoeksinstituten. Zij noemen dit de geo-return-coëfficiënt en deze geldt alleen voor technologische investeringen. Onze geo-return-coëfficiënt was in 2011 volgens ESA 1,09: er vloeide 9% meer naar Nederland terug dan dat we betaalden. Daarnaast heeft Nederland dankzij de ESA-investeringen veel expertise in bijvoorbeeld klimaatobservatie en zonnepanelen kunnen opbouwen. Hierdoor is ook het Amerikaanse NASA klant bij onze technologische bedrijven.

En Nederland heeft nog een groot extra voordeel: ESTEC, een van de grootste ruimtevaartcentra van Europa, is gevestigd in Noordwijk. Deze vestiging van ESA zorgt voor veel indirecte opbrengsten, in de vorm van salarissen aan personeel, hotelovernachtingen en vliegreizen voor bijeenkomsten die ESTEC organiseert, schoonmaakkosten en andere diensten. Volgens het commerciële onderzoeksbureau Triarii, dat de opbrengsten van ESTEC voor Nederland onderzocht, bedroegen die indirecte opbrengsten in 2011 358 miljoen euro.

En, klopt het?

Welk bedrag er per geïnvesteerde euro in de ruimtevaart terugvloeit naar Nederland verschilt per jaar, en ook per berekening. In de beantwoording van Kamervragen rekende minister Maxime Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie het in maart 2011 voor als gemiddeld 2,5 euro per ingelegde euro over de jaren 2005-2009. In zijn beleidsbrief van 26 juni 2012 noemde hij een bedrag van 5,3 euro die per geïnvesteerde euro terugkwam in 2011, gebaseerd op cijfers van onderzoeksbureau Triarii. De cijfers van Triarii zijn de enige die hierover beschikbaar zijn. Voor zover wij kunnen beoordelen gaat het om betrouwbaar onderzoek. Afke Schaart zegt dat zij in haar bewering voor de zekerheid van het laagst genoemde bedrag uitging. Per vergissing noemde zij zelfs 2,2 euro per geïnvesteerde euro waar zij eigenlijk 2,5 euro bedoelde.

De vraag is daarnaast of Nederland opdrachten zal mislopen als de overheidsbijdrage aan ESA verlaagd wordt. ESA zal volgens het geo-returnprincipe minder directe technologische investeringen in Nederland doen als ons land minder inlegt, daar zijn alle experts het over eens. Verder is de ruimtevaartbranche bang dat veel expertise verloren gaat als ESA minder zal investeren, waardoor ook andere bedrijven geen contracten meer met Nederlandse bedrijven zullen sluiten. De branche denkt dat ook de indirecte inkomsten uit ESTEC zullen opdrogen, maar over de vraag in welke mate verschillen de meningen.

Omdat Nederland minder dan gemiddeld bijdraagt aan ESA zijn veel landen al niet blij dat ESTEC in ons land gevestigd is. Landen azen op het verplaatsen van (delen van) ESTEC. De stimulerende werking van ESTEC gaat daarmee op termijn vrijwel zeker verloren, valt te lezen in een rapport uit april 2012 dat is opgesteld door onder meer de brancheorganisatie voor ruimtevaarttechnologie en de universiteiten van Delft en Leiden.

De woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is optimistischer. Het hoeft niet per se zo te zijn dat er minder geïnnoveerd wordt als Nederland minder inlegt in ESA, wellicht komen er creatieve oplossingen uit de markt. Ook verwacht zij dat andere landen eveneens zullen bezuinigen op hun inleg in ESA en dat Nederland hier niet zo slecht bij afsteekt.

Conclusie

De directe technologische investeringen van ESA in Nederland liggen iets hoger dan dat ons land inlegt. Door technologische opdrachten van derden en doordat het grote ruimtevaartcentrum ESTEC zijn vestiging in Noordwijk heeft, komen er bovendien veel extra inkomsten bij. De berekening van hoeveel er naar ons land terugkomt per geïnvesteerde euro varieert van 2,5 euro tot ruim 5 euro. Op basis van het beschikbare onderzoek beoordelen wij de bewering van VVD-Kamerlid Afke Schaart dat iedere euro die we in de ruimtevaartsector investeren ons minstens 2,2 euro oplevert als waar.