Column

Eerst goud en dan een boete

arenlang had ze zich dag in dag uit in het zweet getraind om in 2012 in supervorm te zijn. In augustus moest het gebeuren. Londen, de Olympische Spelen.

Ze studeerde daarnaast, want topsport bedrijven garandeert meestal geen inkomen waarmee je de rest van je leven voort kunt. De studieboeken bleven weleens langere tijd ongeopend, want ja, trainen, trainen, trainen.

In Londen gebeurde het. Ze haalde een gouden medaille. Nederland juichte. Het Wilhelmus klonk en ze pinkte een traantje weg. In het Holland House wachtte haar een grootse huldiging – heel Nederland had eigenlijk gewonnen. „Je bent een kanjer”, riep iemand. Trots was ze toen premier Rutte haar belde om haar met haar medaille te feliciteren. Helemaal geweldig was dat telegram van de koningin – of had de majesteit ge-sms’t?

Thuisgekomen vond ze ook een brief van staatssecretaris Zijlstra in de bus. Nog een felicitatie? Nee. Of ze 3.000 euro wilde overmaken. Een boete. Ze had te lang over haar studie gedaan.

Nadat bestuurders van hogescholen vorige week aan de bel hadden getrokken om topsporters uit te zonderen van de ‘langstudeerboete’, kregen ze van Zijlstra direct nul op het rekest. Ze moeten de boete maar halen uit het Profileringsfonds dat er is voor bijzondere situaties. Maar daarin zit niet genoeg.

De partij van de staatssecretaris, de VVD, presenteerde vrijdag haar verkiezingsprogramma en noemde zich „de sportpartij bij uitstek”. Zo luidt het daarin verder: „De VVD ondersteunt de ambitie om sport in Nederland naar olympisch niveau te tillen. [..] De VVD is trots op de topsporters die Nederland voortbrengt. Zij zetten ons land op de kaart.”

Bij de presentatie van dat programma zei lijsttrekker Rutte af te willen van die „gehate langstudeerboete”. Maar op zijn persconferentie als premier wilde hij er later diezelfde dag niet meer op ingaan. Op de vraag of het kabinet dus onmiddellijk had besloten om de boete af te schaffen, zei hij: „Waarom?”

Nou, daarom.