Het is Ducrot zelf!

Het Tourpeloton zelf. Foto Reuters / Bogdan Cristel Het Tourpeloton zelf. Foto Reuters / Bogdan Cristel

Het wielerjargon is een taal op zichzelf, een taal die je moet verstaan om de sport te begrijpen. Je moet precies weten waarom een renner eerst linkeballend het bordje van de ander leeg eet voordat hij ondersteboven op zijn fiets stoempend het snot voor de ogen rijdt, anders snap je niet waar je naar zit te kijken.

Degenen die het in stand houden, dat taaltje dat wonderlijk moet overkomen op de argeloze zapper, zijn de televisiecommentatoren. In sommige gevallen zullen ze de wielertaal zelfs verrijkt hebben - de herkomst van uitdrukkingen blijft vaak in het ongewisse - maar duidelijk is dat ze de taal als geen ander cultiveren. Dijkstra en Ducrot zijn de belangrijkste Nederlandse ambassadeurs.

Een van mijn favoriete uitspraken van Ducrot deed hij eens over een tijdrit van tien minuten. Tien minuten is niet lang, zou je denken, maar als het met zo’n pijn vertrokken gezicht ging, was het blijkbaar wel degelijk lang. “Ga maar eens tien minuten met je vingers tussen de deur zitten”, zei Ducrot. Ja, dacht ik, dan is tien minuten best lang.

Zo nu en dan sluipt er iets in het duoverslag waar geen van de twee zich bewust van lijkt, maar waarmee ze elkaar wel aansteken. Opvallend is wat ze met het woord ‘zelf’ hebben, als toevoeging aan de naam van een renner. Gisteren viel Vladimir Karpets van Movistar al vroeg in de etappe over een vluchtheuvel. Dijkstra en Ducrot veerden op toen ze zagen wie het was. Dijkstra verbaasd: “Karpets. Karpets zelf!”

Hoorbaar verrast dat de Rus niet een van de knechten van het team vooruit had gestuurd om alvast onderuit te kukelen. Nee, hij koos ervoor het zelf te doen.

Ik denk dat bedoeld wordt dat het niet een van de naamloze knechten is die iets opmerkelijks doet, maar een kopman, of een andere prominent. Het is de man zelf. Alsof de directeur plotseling komt binnenlopen om de doorsnee vrijdagmiddagvergadering te leiden. Er is vast iets aan de hand, denkt iedereen, want ik zag net meneer Boterhuis zelf.

Maar ja, was Karpets’ ploeggenoot en kopman Valverde gevallen, dan had “Valverde zelf!” ook niet misstaan. Was het Vuelta-winnaar Cobo (ook van Movistar) die onderuit ging, dan had “Cobo zelf!” ook nog wel gekund. Ik schat dat ongeveer vijftig van de 178 overgebleven renners in een dergelijke context de man zelf kunnen zijn.

Nog geen minuut later kreeg het duo zicht op de kopgroep die net ontstaan was. Wie was die BMC-renner? Evans? Dan kon ‘zelf’ sowieso uit de kast worden gehaald. De camera toonde echter een Belgische kwajongenstronie. Ducrot herkende hem als eerste. “Dan hebben we iemand van Evans die op kop rijdt. Dat is Gilbert! Gilbert zelf.” Ook al.

Later op de dag haalde Ducrot de mooiste wieleruitdrukking die er bestaat van stal. “Hij rijdt hier het karretje van de anderen in de poep”, zei hij over een renner die met zijn strijdplan tegenstanders dwarszat. Een prachtige uitdrukking. Het is er eentje van Gerrie Knetemann zelf.