De toerist moet het centrum uit

Amsterdam ontvangt graag toeristen, maar met z’n allen in het centrum wordt het wél druk. Zes wandelroutes moeten het bezoek spreiden. Een wandeling door De Pijp.

Ga toch niet meer allemaal en masse naar dat kleine Anne Frankmuseum op de gracht, zoals elk jaar 2,1 miljoen toeristen doen. Ga liever eens buiten het centrum rondkijken.

De Amsterdamse grachtengordel puilt uit, vindt het Amsterdamse toeristenbureau ATCB. Jaarlijks wordt Amsterdam bezocht door ruim twintig miljoen toeristen. Die leveren de stad 5,7 miljard euro per jaar op. En ze blijven bijna allemaal in de binnenstad.

Om de spreiding van toeristen te stimuleren, maakte het toeristenbureau brochures met wandelroutes door zes Amsterdamse buurten net buiten het centrum. Is dat wel prettig voor de bewoners van die buurten? „Amsterdammers zijn gewend aan toeristen. Zolang er spreiding is, gaat dat goed”, zegt een woordvoerder van het ATCB.

We nemen een brochure mee en gaan op pad, voor een wandeling door De Pijp. De andere buurten waar het Amsterdam Toerisme & Congres Bureau meer toeristen wil hebben, zijn Oud-West, Westerpark, Noord, Oostelijk Havengebied en De Plantage.

Op de kruising Centuurbaan/Van Woustraat begint de wandeling. Smalle hoge huizen, daartussen een trambaan en een stoet auto’s. De wandelgids verwelkomt ons in de Pijp; „volksbuurt” en „smeltkroes van culturen”. Hier wonen meer dan 144 nationaliteiten, schrijft de gids. In de Van Woustraat zitten inderdaad een Marokkaanse bank, een Turkse groentenboer en een Poolse supermarkt.

Heel anders zjin de arbeiderspaleizen. Zo worden de woningen in de P.L. Takbuurt genoemd, in het zuiden van De Pijp, nummer 4 in de wandeling. Hier geen smalle huizen, maar symmetrische woonblokken met golvende gevels. De stijl van de Amsterdamse School. Het kleine museum, gewijd aan de architectuurstroming, op de hoek van de P.L. Takstraat en de Burgemeester Tellegenstraat is dicht. „Die is bijna nooit open”, zegt een 72-jarige vrouw die aan de overkant woont. „Er komt hier toch bijna nooit iemand. Heel soms een groepje studenten of ouderen. Maar geen buitenlandse toeristen.”

De wandeling gaat verder, via het Henrick de Keijserplein (nummer 6) naar het Van der Helstplein (nummer 7). Daartussen ligt de Karel du Jardinstraat.

Het kan toeristen niets schelen wie Karel du Jardin was, zegt Corrie van Wijngaarden (55) eigenaresse van een dierenwinkel in de straat. Een zelfportret van de schilder, naar wie de straat is vernoemd, hangt naast het straatbordje. „Ze willen alleen weten wat voor gekke bomen dit zijn.” Van Wijngaarden wijst naar de rij felgroen gebladerde bomen in de straat. „Ik zeg ze dan dat het gewoon watercipressen zijn, maar dan achterlijk kort gewiekt.”

Voor groen moet je in het Sarphatipark zijn, staat in de brochure, nummer 7. „Het park is zó mooi”, zegt Lisa Bietl (41) uit New York. Ze heeft een grote glimmende zonnebril op en komt net het park uitlopen. „Ik weet niet precies waar ik naartoe loop, maar dat is juist leuk. Ik wil graag ronddwalen tussen de Amsterdammers. Zo leer je een stad pas echt kennen.”

Ze is vier dagen in Amsterdam en wil absoluut geen reisgids gebruiken, zegt ze. „Zodra je een reisgids gebruikt, kom je op plaatsen waar heel veel toeristen heengaan. En die wil ik juist zo veel mogelijk vermijden.”

Op weg naar de Albert Cuypstraat gaat de wandeling door de Eerste van der Helststraat. Op de stoep staat een krijtbord, voor de winkel Cotton Cake: „Coffee & Lunch” staat erop. „Al onze communicatie is in het Engels”, zegt Jorinde Westhof (27), een van de eigenaren van de zaak. „Dat sluit aan bij de internationale sfeer die we uit willen stralen. Daarmee spreken we een hip publiek aan. Het zijn vooral expats en toeristen die in de zaak komen, maar ook Nederlanders. Dus koffie en lunch in het Nederlands bestellen mag natuurlijk ook.”

Volgens de onderneemster zijn er veel toeristen in de buurt te vinden. „Dat komt door de Albert Cuypmarkt hiernaast. Ik denk niet dat ze verder de buurt in trekken. Daar heb je niet zoveel winkels en cafés.”

In de Albert Cuypstraat – waar ook een standbeeld van André Hazes (nummer 9) staat, die in de Gerard Doustraat is geboren – lopen inderdaad toeristen. „Deze markt werd ons op de rondvaartboot vanmiddag aangeraden”, zegt Martha Gonzales (59) uit Mexico. „Ze zouden hier rauwe vis verkopen.”

Haar man Adolfo Gonzales (64): „Ze zouden hier ook zo veel restaurants hebben uit allerlei landen.” En de Heineken-brouwerij moet hier in de buurt zijn, herinnert hij zich.

En als ze dat allemaal gezien hebben? Dan gaan ze terug naar hun hotel. Hun hotel in het centrum.