Annan toont frustraties over VS

Nieuwsanalyse

Terwijl het geweld in Syrië aanhoudt, erkent Kofi Annan dat zijn missie niet werkt. Het gebekvecht van de grote landen is contraproductief.

De aanhoudende internationale verdeeldheid over de burgeroorlog in Syrië maakt bemiddelaar Kofi Annan het werken vrijwel onmogelijk. Annan, die vandaag opnieuw in Damascus is voor een gesprek met president Bashar al-Assad, doet geen moeite meer zijn frustraties te verbergen.

De grootmachten moeten ophouden met hun „destructieve concurrentie” over de toekomst van Syrië, zei hij vrijdag tegen The Guardian. Over zijn eigen missie om met een vredesplan een staakt-het-vuren en een politieke oplossing af te dwingen, erkende hij een dag later tegenover Le Monde: „Het is duidelijk dat het ons niet is gelukt.”

Maar Annan geeft nog niet op. Wel maakt hij duidelijk dat de wereldgemeenschap tot machteloosheid is veroordeeld, zolang de grote landen niet samenwerken aan een politieke oplossing. De voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties is te veel diplomaat om landen met name te noemen, maar dat zijn ergernis vooral de Verenigde Staten geldt, is zonneklaar.

Niet voor het eerst deed de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken dit weekeinde haar best de schuld voor de diplomatieke impasse op Rusland en China te schuiven. Op een bijeenkomst in Parijs van de Vrienden van Syrië, een groep van ruim vijftig landen die sympathiseren met de oppositie, hield Clinton het niet bij kritiek.

Ze riep de aanwezige landen op om de Russen en Chinezen „een prijs te laten betalen” voor hun steun aan Assad. „Ik vraag u van hen te eisen dat ze de legitieme aspiraties van het Syrische volk beginnen te steunen. Ze denken nu dat ze helemaal geen prijs hoeven te betalen voor het opkomen voor het regime van Assad. Ze houden vooruitgang op, ze blokkeren het.”

Dat konden Rusland en China niet op zich laten zitten. Moskou noemde Clintons verwijt koeltjes „incorrect”. Maar Peking reageerde getergd en noemde de woorden van Clinton „volstrekt inacceptabel”. „Woorden en daden die China belasteren en tweedracht zaaien tussen China en andere landen, zullen vergeefs zijn”, aldus een verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Peking.

Deze zoveelste verbale schermutseling over Syrië illustreerde precies waar Annan op doelde met zijn klacht over ‘destructieve concurrentie’. Ondertussen gaat het geweld in Syrië door, blijft Rusland wapens leveren aan het regime en beloofden de Vrienden van Syrië, waaronder de VS, Frankrijk en Turkije, de hulp aan de opstandelingen krachtig op te voeren. En dit gebeurt allemaal, aldus Annan, „in plaats van dat we samen kijken wat we kunnen doen.”

Volgens Annan moet Iran betrokken worden bij besprekingen over Syrië. „Iran is een speler en moet deel uitmaken van de oplossing”, zei hij in Le Monde. „Iran heeft invloed en dat kunnen we niet negeren.” Maar de Amerikaanse regering, die wél met Teheran onderhandelt over het nucleaire programma van dat land, weigert Iran te betrekken bij het overleg over Syrië omdat Iran een bondgenoot van Assad is.

De voortdurende westerse kritiek op Rusland „verbaast me”, zegt Annan diplomatiek, en „irriteert de Russen erg”. Terwijl andere landen, die „wapens en geld sturen [voor de oppositie, red.], en beweren op een vreedzame oplossing uit te zijn, initiatieven nemen die de resoluties van de Veiligheidsraad ondergraven.” De bemiddelingsopdracht van Annan vloeit voort uit zo’n resolutie, waar alle leden van de Veiligheidsraad mee instemden.

Met de harde taal tegen Rusland en China bereikt de Amerikaanse regering al maanden bitter weinig. Maar de stevige retoriek kan in eigen land dienen als weerwerk tegen Republikeinen als senator McCain, die de regering-Obama passiviteit verwijten en erop aandringen zonodig militair in te grijpen in Syrië.

Hillary Clinton zei gisteren te hopen dat de erkenning van Annan dat zijn vredesplan niet gelukt is „voor iedereen een waarschuwing” is, een ‘wake-up call’. Maar ze liet niet blijken zijn aanbevelingen aan haar eigen adres ter harte te zullen nemen.