André at zojuist havermout

Wat zijn de kleine verhalen waar de moderne mens in gelooft? Wekelijks vertelt Arjen van Veelen zo’n moderne mythe. Vandaag: ruimtetweets.

Zoals er mensen zijn die de zin van poëzie niet inzien, heb je mensen die twijfelen aan het wetenschappelijk nut van ruimtevaart. Zij zeggen: al dat proefjes doen, zwevend in de hemel, in gekke pakjes – het is onpraktisch, het is zeer prijzig en het voegt bovenal geen splinter toe aan wat we allang weten. Ruimtevaart is voor de sier: omslachtig showballet. Als het al een functie vervult, dan is het alleen deze: onze verbeelding spekken.

Die mensen hebben vermoedelijk gelijk. Toch was de missie van ons aller André, de Astronaut des Vaderlands, hij die een half jaar in de hemelen woonde, niet voor niets. André heeft ten minste één belangrijke proef uitgevoerd, een experiment in de communicatiewetenschap: hij was de eerste Nederlander ooit die ons vanuit de ruimte betwitterde.

Zijn voorgangers konden dat nog niet. Die bleven gewoon een poosje weg en bij terugkeer vertelden ze hoe het was aan Hare Majesteit. Maar @astro_andre had een kwart miljoen volgers, die hij gul berichtjes stuurde, in totaal 800 stuks.

Twittert men in de ruimte anders dan thuis? Dat is een fundamentele vraag en het antwoord heeft wellicht dreunende implicaties.

Het probleem met sociale media, zei men ooit, is dat mensen die niets te melden hebben toch iets gingen melden. Het web zou te laagdrempelig zijn: het biedt elke slampamper een platform. Die oude hypothese kunnen we nu eindelijk testen, dankzij onze astronaut. Want bij hem staat onomstotelijk vast dat hij iets te melden had, het meest vermeldenswaardige ooit: hij zweefde tussen sterren. Iets om over naar huis te schrijven. Wat schreef hij?

Veel trivia. Bijvoorbeeld over hoe het was op zijn werk: uitleg over proefjes, de ongemakken die het ruimtekamperen met zich meebrengt (een wc die moest gerepareerd). Soms een groet naar vrienden, soms een glimp uit het raampje, soms wat reclame: kortom, veel ditjes en datjes.

„Ontbijt, schreef hij eens. „Roerei, havermout met bruine suiker, aardbeien, citroen thee. Gevriesdroogd. Water erbij en klaar!”.

En bij een andere gelegenheid: „Acda en de Munnik, dank dat ik als eerste en in de ruimte jullie nieuwste cd mocht horen!”

Havermout, Acda en de Munnik, huishoudelijk werk – de berichtjes verschillen eigenlijk niet wezenlijk van de alledaagse beslommeringen die ook wij, gewone mensen, op onze telexen publiceren: iemand heeft een mooie foto geüpload, iemand heeft ‘Photoshopped photos of celebrities’ gelezen, iemand vindt iets leuk.

En André, hij at zojuist havermout. Zijn ruimtetweets zijn hooguit speciaal zoals de supermarkt in het buitenland speciaal is: alles is er anders, maar eigenlijk precies hetzelfde.

Dat laconieke, bijna banale stijlregister hield André heel zijn reis vast. Vlak voor zijn terugkeer schrijft hij: „Ik kom eraan, nog een paar nachtjes slapen.” En na een sensationele afdaling door de dampkring: „Goed om terug te zijn. Mijn missie gaat nog even door met testen, revalidatie en nabesprekingen.”

Sociale media zijn hysterisch en hyperbolisch, zegt men: ze maken alles groter dan het is. Een duf feestje heet er een ‘evenement’, bijvoorbeeld, en na een blokje hardlopen verschijnt een communiqué alsof het om de marathon ging. Maar bij André gebeurde het omgekeerde. Hij was 193 dagen in orbit, maar sprak erover alsof hij even op cursus was in Drenthe, „nu nog wat nabesprekingen.”

Was @astro_andre soms niet onder de indruk van het heelal? Duizelde het hem nooit? We weten het niet precies. Heel soms leek het alsof hij zich even liet gaan. „Méditerranée, zo blauw, zo blauw...”, schreef hij eens bij een foto. En bij een andere: „Als een goudkleurige slang slingert de Nijl zich naar de Middellandse Zee.”

Daar sijpelt al wat lyriek doorheen, zeker, maar het blijven observaties die je eigenlijk ook best vanuit huis kunt bedenken. En de astronaut switchte snel terug naar het prozaïsche: „Het Progress vrachtschip is aangekoppeld met een nieuwe voorraad kaas. Als dat maar in het koelkastje past...”

Je bent in de hemel en je denkt aan kaas.

De dichter Hendrik Marsman schreef eens hoe hij „sidderend tusschen de sterren” hing en hoe hij „sliep bij de sterren”, en „’t stuifmeel der planeten / over den melkweg blies”. Zo klinkt het heelal al veel spannender – en bedenk dat Marsman, anders dan zijn naam suggereert, er zelf nooit geweest is.

Astronauten zijn onze spionnen in het uitspansel, maar vaak weten ze na terugkeer weinig meer te melden dan: „Ja, het was echt héél apart, je had er eigenlijk gewoon bij moeten zijn”. Ofwel ze houden iets voor ons achter, ofwel ze zijn gewoon te nuchter: buschauffeurs.

Andrés baas, de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, was overigens zeer content met zijn gecommuniceer. Volgens het persbericht had André „het voorrecht om in de ruimte te leven” met de wereld „gedeeld”. En had hij de ruimtevaart „dichter bij de mensen gebracht”. Dat is natuurlijk ook zo. André heeft de ruimte dicht bij de mensen gebracht – zo dicht zelfs, dat de hemel aards werd, angstwekkend alledaags.

Ieder tijdperk krijgt zijn eigen kosmos. In onze hemel eet men havermoutpap en luistert men naar Acda en de Munnik. Ruimtevaart was vroeger het bewijs van de grootsheid van de mens, maar nu toont zij eerder onze gewoonheid aan; een realistischer beeld.

Let trouwens op het werkwoordje ‘delen’ in het persbericht. Dat is typisch zo’n woordje dat dankzij internet van betekenis is veranderd (net als de woorden ‘vriend’, ‘sociaal’, en ‘persoonlijk’). Delen betekent dat je iets uitdeelt, iets weggeeft: een boterham kun je delen. Maar sinds er overal een knop opdook om dingen te ‘delen’ (Deel dit! Tweet dit! Add to Delicious!) kwam er een tweede betekenis bij. Delen werd ook een beetje: opdringen.

Voor ons is ruimtevaart vooral communicatiewetenschap. Onze astronaut was een mix van wetenschapper, BN’er, held en reclamebord. Een twitterende ster aan het firmament, die gewoon bleef, nog gewoner dan die andere André (van de vlieger). Joviaal deelde hij „het voorrecht om in de ruimte te leven”: zijn uitzicht, de proefjes, de gevriesdroogde havermout en een nieuw muziekalbum.

Precies zoals wij op aarde ook voortdurend dingen delen, ons eten, onze muziek. We zijn allemaal hamsters met een zendertje, of we nu iets te zenden hebben of niet. Blieb-blieb. Zojuist rondje gerend in het hamsterrad. Blieb-blieb, zojuist even rondje gedaan om de aarde.

De uitkomst van het experiment is dus: de mens twittert in het heelal precies hetzelfde als thuis. Goed om te weten. Maar komt dit nu omdat wij over het alledaagse zijn gaan praten alsof het fabelachtig is, of omdat we over het fabelachtige zijn gaan praten alsof het alledaags is?

Mm. Daar is aanvullend ruimte-onderzoek voor nodig. Ditmaal mag ook een dichter mee in de capsule. Want we moeten wel de juiste mensen laten hemelen. Als de functie van ruimtevaart inderdaad het prikkelen der verbeelding is, laten we dan snel eens iemand de ruimte in katapulteren die ook verbeeldingskracht bezit.