Altijd samen met Venus

Serena Williams won haar vijfde titel op het gras van Wimbledon en is weer terug.

Redacteur Tennis

Londen. Wat Venus Williams overkomt, overkomt ook Serena. Dat had vader Richard al voorspeld toen hij over zijn jongste dochter zei dat die nog beter is dan haar twee jaar oudere zus. Amerikaanse journalisten die op 31 oktober 1994 in Oakland bij het profdebuut waren van de veertienjarige Venus Williams, herinneren zich nog dat kleine, iets stevigere meisje dat er ook bij was. En die, zo zou jaren later blijken, inderdaad nog beter is.

Zaterdag evenaarde Serena haar zus in een van de weinige staatjes die nog niet in haar voordeel was. Voor de vijfde keer won ze Wimbledon, alweer de tiende titel in dertien jaar voor de dochters van Richard Williams en Oracene Price. „Sorry Venus, dat ik altijd moet hebben wat jij hebt”, grapte ze in haar emotionele toespraak na haar overwinning in drie sets op de Poolse Agnieszka Radwanska. Emotioneel, omdat ze er naar eigen zeggen „bijna niet meer geweest was”. En omdat Venus, haar rolmodel, lijdt aan een auto-immuunziekte die het beoefenen van topsport steeds moeizamer maakt.

De overwinning van de dertigjarige Serena Williams was er een op haarzelf, meer nog dan op haar tegenstanders die ze de afgelopen twee weken met een toernooirecord van 102 aces versloeg. Haar beproeving begon twee jaar geleden – daags na het winnen van haar voorlaatste Wimbledontitel – toen ze op een glas stapte. Begin 2011 werd ze opgenomen in een ziekenhuis in Los Angeles met een levensbedreigende longembolie. Bijna een jaar speelde ze geen partij. „Ik herinner me nog dat ik twee dagen lang op de bank lag. Ik kon niet meer”, zei ze zaterdag na de finale.

In die periode werd bij zus Venus het Sjögren-syndroom gediagnosticeerd. Een ziekte waardoor het wel of niet fit zijn elke dag weer is als „een muntje opgooien”, zo zei de 32-jarige voormalig nummer één van de wereld vorige week. In het enkelspeltoernooi op Wimbledon werd ze al in de eerste ronde uitgeschakeld. Datzelfde overkwam Serena Williams eind mei in Parijs op Roland Garros. Het leek gedaan met de twee meest dominante en opzienbarende tennissters van de laatste vijftien jaar.

Maar schrijf ze niet af. Dit zijn sporters die in de achterbuurt Compton in Los Angeles werden klaargestoomd om de tenniswereld te bestormen. Hun opmars in het blanke tennis was wonderbaarlijk – voor iedereen behalve vader Richard. Die had het zich altijd zo voorgesteld, al toen hij op tv had gezien hoeveel geld er te verdienen was in het proftennis. Zie hem nu schuifelen over de All England Club, de man die vroeger met zijn winkelwagentje vol versleten ballen op de openbare tennisbanen zijn dochters trainingen gaf. Oefenstof keek hij af van instructievideo’s.

Het verhaal van de zussen Williams is de ultieme Amerikaanse droom. „Als je erover nadenkt is het onwerkelijk”, zegt Dan Paisner, auteur van Serena’s biografie On the Line. „Twee sporters uit hetzelfde huis, zo dominant in tennis, opgeleid nota bene door ouders die zelf buitenstaanders waren in de sport. Weergaloos.”

Alsof ze nog iets te bewijzen hadden, wonnen de zussen zaterdag het dubbeltoernooi in Londen. Twee jaar lang speelden ze niet meer zij aan zij – ze hadden niet eens een dubbelranking meer. Ontroerend waren ze, giechelend op de persconferentie. „Ik weet nog hoe pa tegen Venus zei dat ze agressiever moest spelen aan het net”, zei Serena, gevraagd naar hoe het dubbelen vroeger ging. „Toen begon ze zelfs opslagen te volleren! Daar denk ik elke keer nog aan als ik met haar aan het dubbelen ben.”

Voor Venus en Serena Williams bestaat het leven allang uit meer dan tennis – met een kledinglijn, acteerambities en een aandeel in de American-footballclub Miami Dolphins. Maar hun belangrijkste nalatenschap is uiteraard voornamelijk immaterieel. „Via de openbare tennisbaan emancipeerden zij in een wereld van private tennisclubs”, zegt Paisner. „Inspirerend. Al zullen ze het aan anderen overlaten om hen een plek te geven in het pantheon van de sport.”

Tracy Austin, oud-kampioene op de US Open, vroeg zich op de BBC hardop af wanneer hun levens verfilmd gaan worden. En hoe mooi is dan de scène over de enkelspelfinale van zaterdag, toen Serena Williams terugkeerde aan de top door juist dat te doen waarmee het allemaal begon: hard en zuiver tegen een bal slaan.

Na het laatste punt liet ze zich languit op het gras neervallen, stond weer op en knuffelde haar entourage op de tribune. De omhelzing met haar zus was misschien wel de innigste. „Zonder Venus weet ik niet of ik wel een grandslamtitel zou hebben. Of dat ik dan eigenlijk wel zou tennissen. Want wij doen alles samen.”