Vuur

Technisch directeur van de Rabobankploeg Erik Breukink op archiefbeeld. Foto Bas Czerwinski Technisch directeur van de Rabobankploeg Erik Breukink op archiefbeeld. Foto Bas Czerwinski

Heeft u Erik Breukink weleens in actie gezien? Dan heb ik het even niet over zijn carrière als wielrenner, met een glorieuze gele trui in Luxemburg en heroïsche sneeuwtochten in de Ronde van Italië, maar over zijn rol in het management van de Rabobankploeg. Naar mijn idee vallen de resultaten van deze ploeg al tegen sinds de oprichting ervan, in 1996. De verpersoonlijking van al deze jaren van ‘net niet’ is Breukink.

Nooit zie je Breukink woedend, verdrietig of dolgelukkig. Vallen de prestaties tegen – en dat is nogal vaak het geval, in die Rabobankploeg – dan houdt Breukink altijd weer hetzelfde vlakke verhaal. Nee, het zit niet mee. Ja, ook hij had meer verwacht van zijn kopman. Jarenlang was die kopman de stoïcijnse Rus Denis Menchov, die nu eens vijfde en dan weer 85ste werd in de Tour. Nu moeten we het doen met het Nederlandse driemanschap Gesink, Mollema en Kruijswijk. Ze zijn allemaal hard gevallen en kunnen geenszins met de besten mee.

Heeft u Marc Madiot weleens in actie gezien? Dan heb ik het even niet over zijn carrière als wielrenner, met zijn tweevoudige winst van Parijs-Roubaix, maar over zijn rol als ploegleider van Française des Jeux. In de etappe van vandaag moest zijn piepjonge pupil Thibaut Pinot in de laatste afdaling een minuut voorsprong verdedigen op de beste wielrenners ter wereld.

Madiot was in alle staten. Vanaf de achterbank de ploegleiderswagen vuurde hij Pinot aan. Hij hing uit het raam en schreeuwde zijn renner toe alsof diens voorsprong niet een minuut, maar slechts tien seconden bedroeg. Pinot hield stand. Het mooiste moment volgde enkele honderden meters voor de eindstreep, toen het niet meer kon misgaan. Madiot viel zijn buurman op die achterbank in de armen en keek Pinot aan alsof zijn eigen zoon zojuist de Tour had gewonnen.

Had Rabobank maar zo’n ploegleider.