Stop met screenen PVV-kandidaten. Alleen Wilders doet ertoe

Illustratie Koen Smeets

Nederland verdient volksvertegenwoordigers zonder strafblad. Juist om die reden kunnen journalisten zich beter richten op andere kandidaat-Kamerleden dan PVV’ers. De zetels van Geert Wilders worden namelijk niet bezet door volksvertegenwoordigers, maar door gemuilkorfd stemvee. Zelfs Willem Holleeder zou als PVV-Kamerlid geen verschil kunnen maken.

Het beeld van aan handen en voeten gebonden PVV’ers werd afgelopen week eens te meer bevestigd. De afgesplitste PVV-Kamerleden Marcial Hernandez, Wim Kortenoeven en Jhim van Bemmel klaagden dat Wilders alle grote beslissingen neemt, zijn mensen nauwelijks invloed geeft op de koers van de partij, zelden bereikbaar is voor fractiegenoten en hen afschermt van de pers. Eerder bleek dat al uit de kritiek van Hero Brinkman, de ex-PVV’er die stukliep op pogingen om de ‘partij’ te democratiseren.

En toch azen media, NRC niet uitgesloten, vooral op misstappen van PVV’ers in hun dagelijks leven. RTL Nieuws heeft zelfs een tiplijn ingesteld. Zogenaamd om Wilders te helpen met screenen. De werkelijke reden: om de PVV een hak te zetten. Vanuit journalistiek oogpunt zou het echter veel nuttiger zijn om D66’ers door te lichten. Die gaan minder gebukt onder partijtucht, hebben een redelijk grote bewegingsvrijheid en kunnen een eventueel kwade inborst gemakkelijker effectueren.

In de partijorganisatie van Wilders zou het strikt genomen niets uitmaken of er twintig Hells Angels of twintig brave Hendrikken op zijn zetels zitten. Het gaat niet om de meningsvorming vooraf, maar om het stemmen in de Kamer. Zolang Wilders zichzelf niet kan klonen, heeft hij daar tot zijn spijt mensen nodig. Marionetten aan wie we verder geen aandacht hoeven te schenken, want deze ja-knikkers hebben toch geen invloed op de partij, laat staan op het land.

Wilders kun je kiezen, niet beïnvloeden

Geregeld klinkt de roep om de PVV te democratiseren. Een zaak waar Hero Brinkman stem aan heeft gegeven met zijn plan voor een ledenstructuur en jongerenafdeling. Het gaf hem een sympathiek imago in de algemene beeldvorming, maar interessanter is de houding van PVV-kiezers. Slechts vijftien procent vindt dat Wilders er een potje van heeft gemaakt, zo bleek uit een peiling van Maurice de Hond na het opstappen van Hernandez en Kortenoeven. Zeventig procent gaat mee met Wilders’ argumentatie dat zij “een vlucht naar voren” hebben genomen uit angst voor een lage plek op de kandidatenlijst. Ook zou de media vooral uit zijn op ‘LPF-toestanden’, wat niet onwaarschijnlijk is. Vier op de vijf aanhangers van andere partijen geven Wilders de schuld en daarmee mogelijk zijn autocratische manier van leidinggeven. Hernandez stapte naar eigen zeggen op omdat hij zich niet gekend voelde in het verkiezingsprogramma.

Kortom, het kan de achterban weinig schelen hoe de partij georganiseerd is. Zij gaan voor Geert Wilders, zijn helder geformuleerde standpunten. Hij geniet het vertrouwen, niet de onbekende lieden in het PVV-bankje. Wilders heeft zo bezien alle reden tot autocratisch bestuur, tot het tegengaan van democratisering. Of zoals Martin Bosma, één van zijn weinige vertrouwelingen, het formuleerde in een uitgelekte notitie: “Een ledenpartij kost heel veel tijd en energie. Allerlei types die zichzelf met functies omkleden gaan namens ons spreken. Journalisten zullen er bovenop duiken om verschillen te vinden tussen de partij en de fractie. Leuk voor Nieuwsuur. Niet voor ons.”

Fractiesecretaris Bosma schoof het plan-Brinkman op merkwaardige wijze terzijde. Volgens hem zijn partijen met democratische organisatie juist helemaal niet democratischer dan de PVV. “Er zijn slechts 30.000 mensen actief partijlid. Waarom zouden deze mensen van doorslaggevend belang zijn voor de democratie in Nederland? Hoezo vertegenwoordigen zij het volk? De PVV moet kiezen voor de 12 miljoen mensen die mogen stemmen. Daar moeten we ons op richten, NIET op de toevallige leden.”

PVV-alternatief voor partijdemocratie is partijdictatuur

Bosma lijkt de theorie van de Duits-Italiaanse socioloog Robert Michels te volgen. Die waarschuwde voor de ‘ijzeren wet van de oligarchie’, het idee dat democratisch ingerichte partijen zich altijd ontwikkelen tot hiërarchische organisaties waarin de feitelijke macht bij enkelen komt te liggen.

Daarin heeft hij gelijk. Congressen zijn veelal applausmachines en opvolgers worden aangewezen door zittende politieke machthebbers. Zelfs interne lijsttrekkersverkiezingen worden vooraf bedisseld, zo bleek uit de tegenwerking die Tofik Dibi ondervond toen hij zich kandidaat stelde voor het leiderschap van GroenLinks. Nederland is in beginsel een particratie. De macht ligt meer bij partijbesturen dan bij individuele parlementariërs. ‘Zonder last of ruggespraak’ is een aardig artikeltje in de Grondwet, maar een wassen neus binnen de fractiediscipline. De macht van partijen werkt ver door in het openbaar bestuur. De baantjesmachine van de PvdA, waar Fortuyn zo tegen ageerde.

Bosma’s kritiek lijkt daarom overtuigend, maar zijn alternatief is dat allerminst. Als antwoord op democratische tekortkomingen van traditionele partijen heeft de PVV een Politbureau, zoals Kortenoeven de partijmacht beschreef. Dit informele PVV-orgaan, bestaande uit Louis Bontes, Martin Bosma, Fleur Agema en Geert Wilders, beslist over alles. Discussies binnen de partij worden de kop ingedrukt, want Wilders heeft altijd het laatste woord. Hij delegeert soms macht, maar laat zich niet beïnvloeden. Voor iemand die het ongenoegen in de samenleving kanaliseert is dat een smalle basis om het land te leiden. Vrijheid is een vluchtig goed in handen van dit soort vrijheidsstrijders.