In de funktrein van D’Angelo

Hij kwam te laat, maar hij was er wel: D'Angelo. Foto Andreas Terlaak / NRC

Hij liet een schandalig uur op zich wachten, moest er nog een kwartier inkomen, maar daarna kwam de knoepertharde funk van D’Angelo ongenadig op gang. De 38-jarige ster bracht met zijn band een opzwepende set vol uitgesponnen tracks, oude nummers in een nieuwe gedaante en verse tracks van zijn nog te verschijnen derde album.

Met alleen albums uit 1995 en 2000 is het al jaren wachten en hopen op een nieuwe plaat, maar live laat D’Angelo merken tot grote hoogte te kunnen stijgen. De eerste knaller was Chicken Grease, dat het publiek een onweerstaanbare wonky groove oplegde.

De ontketende drummer en de virtuoze bassist lieten vervolgens elke song uitgroeien tot een denderende funktrein. De ritmes werden verzwaard door hamerende akkoorden van de twee keyboardspelers, zodat er een onstuimige en steeds anders klinkende beat ontstond. In de wijze waarop die keyboards bij D’Angelo meezingen in de sound en hij de beat laat boksen kun je horen dat hij graag de nieuwe Prince, Stevie Wonder én James Brown wil zijn.

Nummers van zijn debuut vol glijsoul, Brown Sugar, waren live onherkenbaar. Zowel Lady als Shit, Damn, Motherfucker kregen een razende uitvoering, met talloze spannende, messcherp uitgevoerde breaks. Het enige minpunt in deze intense, energieke show was de pianoballad How Does It Feel, waarbij de zanger liet merken zijn falset niet zo onder controle te hebben als zijn gevoel voor de beat.