Wanneer zijn die krekels eindelijk stil?

Voor de vakantiekoffer maakt Arjen Fortuin deze week een keuze uit het aanbod aan goedkope uitgaven van Nederlandse literatuur. Met sterke, gevaarlijke mannen – en een moeder.

Zomerlezen is net een wielerwedstrijd. Je begint met een proloog: een korte krachtsexplosie, om de benen warm te krijgen en na elf maanden conference calls, cupcakes of chefstress te weten wat dat ook alweer is; een boek lezen. Het ideale begin voor de leeszomer is het wegens het jubileum van uitgeverij Cossee herdrukte debuut van Mark Boog: De vuistslag. (Cossee, 176 blz € 12,50) Het boek is de monoloog van een man die aan een ziekenhuisbed is gekluisterd. De oorzaak: „Ik werd op straat neergeslagen. Zomaar.”

In de tweede alinea zegt dit slachtoffer „Ik ben geen lieverdje, dat wil ik erbij zeggen.” Dat zal blijken, er is uiteindelijk toch wat meer aan de hand met die klap in deze snel vertelde roman. Er verschijnen ondervragers aan het bed van de zieke, er komt familie – die niet altijd even aardig is. Er blijkt iets te zijn met een afgebroken zwangerschap, hersenletsel en zelfs een pistool. Intussen rijgt de hoofdpersoon de geestige observaties en aforismen aaneen, zoals: „De zuiverheid en de betrouwbaarheid van gebruiksvoorwerpen wordt in mensen niet aangetroffen. Mensen zijn onaf, en wat onaf is, is waardeloos.”

Na de proloog volgt een lange vlakke etappe met wind mee, eindigend in een massasprint. Zoals, om in de sfeer van de tweede-generatie Revianen te blijven, Zomerhuis met zwembad van Herman Koch (Anthos, 384 blz. € 12,50). Ook het relaas van een man die veel te klagen heeft, maar uiteindelijk zelf veel schuldiger blijkt dan zijn omgeving. Het boek draait om de spanning tussen huisarts Marc Schlosser en zijn patiënt Ralph Meier. Het leukst zijn de beschrijvingen van Koch rondom het zwembad uit de titel. Natuurlijk zitten daar krekels, maar waar die de meeste mensen een gevoel van innerlijke rust geven, vervullen ze Kochs hoofdpersoon met weerzin: „Ergens in de droge struiken aan de overkant bleef een hardnekkige krekel zijn achterpoten tegen elkaar schuren.” Rotbeesten!

Halverwege naderen we geaccidenteerd terrein, langs een klassiek parcours. Karakter, de onvergelijkbare roman van F. Bordewijk (Nijgh & Van Ditmar, 248 blz. € 12,50). Aleen al om de eenvoud waarmee de conceptie van de held, Jacob Willem Katadreuffe wordt beschreven: „Het meisje Joba Katadreuffe had bij de ongehuwde Dreverhaven korte tijd gediend, toen hij was bezweken voor haar onschuldig schoon, en zij voor zijn kracht. Hij was niet een man om te bezwijken, hij was een kerel van graniet, met een hart slechts in letterlijke zin. Hij bezweek alleen die ene keer, hij capituleerde meer met betrekking tot zichzelf dan met betrekking tot haar.” En dan moet de hele helse opvoeding nog komen, beginnend met het eerste woord tussen vader en zoon. Dat is: „En?”

Zo naderen we de bergen, boeken die in de loop van het jaar doorschuiven richting zomer. Maar bergetappes zijn de mooiste etappes en het veelgeprezen Bloedgetuigen van Johan de Boose (De Bezige Bij, 736 blz. € 15) stelt niet teleur. De schrijver probeert uit te vinden hoe de mens (vooral: de man) zich in de twintigste eeuw (‘de slettenbak’, heet de eeuw in Bloedgetuigen) zich toch zo heeft kunnen verslingeren aan een hele reeks totalitaire ideologieën. Het boek is verwarrend en soms onnavolgbaar – de hellingen zijn steil, om in de metafoor te blijven, maar eenmaal op de top weet je dat het de moeite waard was. Onderweg is het uitzicht al mooi, zoals in dit citaat over alweer een moeilijke man: „Zoals ze nooit had gezien dat ze onder één dak woonde met een melancholieke dochter die met het leven worstelde, had ze evenmin gezien dat ze getrouwd was met een man die zijn mensenhaat had verpakt in dienstbaarheid, maar die op een punt was gekomen waarop hij de verpakking wegsmeet, zonder de geringste scrupule.”

De laatste rit is een wandeletappe, freewheelend op weg naar de finish, grappen en grollen makend bij het leven. Tijd voor Mama Tandoori (Nijgh & Van Ditmar, 214 blz. € 12,50) de hypergeestige roman van Ernest van der Kwast. En eindelijk een boek zonder gevaarlijke mannen, maar met een gevaarlijke moeder. Die regeert haar huishouden met opgeheven deegroller, zoals haar sullige echtgenoot aan den lijve ondervindt. Die verstopt zich op de wc als hij een wetenschappelijk artikel over prostaatkanker wil lezen. „Ik mag ook poepen”, zegt hij dan in opperste wanhoop vanachter de toiletdeur. „Mijn moeder ging op de grond zitten en hield haar neus voor de smalle opening tussen de drempel en onderkant van de deur. ‘Ik ruik niets!’”

Arjen Fortuin

De voorproef wordt hervat op zaterdag 1 september