Verkiezingen in Libië: wie zijn de kanshebbers en gaan ze wat oplossen?

Caption: Libyan polling station workers raise a banner at a school turned polling station in the Tajura district of Tripoli on July 6, 2012 on the eve of a general election. Libya will hold landmark elections for a national assembly, the first democratic poll after more than four decades of dictatorship under Moamer Kadhafi, who was toppled and killed last year. AFP PHOTO/MAHMUD TURKIA Een stembureau in Libië maakt zich op voor de verkiezingen van vandaag. Het zijn de eerste vrije landelijke verkiezingen in veertig jaar. Foto AFP / Mahmud Turkia

In de straten in Libië hebben de posters met het gezicht van wijlen Moammar Gaddafi plaatsgemaakt voor duizenden andere gezichten, die van de kandidaten in de eerste parlementsverkiezingen in bijna vijftig jaar. Maar zullen die wel eerlijk verlopen en wie krijgt de macht in een land waar gewapende milities tot nu toe de dienst uitmaken?

In de aanloop naar de verkiezingen groeide het verzet in het oosten van Libië tegen de centrale regering in Tripoli. In steden als Benghazi wordt opgeroepen tot een verkiezingsboycot vanwege de oneerlijke verdeling van de zetels. In de verkiezingen vult de hoofdstad en het westen van het land 102 zetels, het oosten zestig en het zuiden 38. Een verdeling die de kiescommissie naar eigen zeggen uit demografische overwegingen heeft gemaakt.

‘Net als onder Gaddafi voelt oost-Libië zich gemarginaliseerd’

Maar door die verdeling voelt het oosten zich achtergesteld, schrijft NRC-buitenlandredacteur Carolien Roelants vandaag in NRC Weekend. En dan in het bijzonder de stad Benghazi, waar de opstand tegen Gaddafi vorig jaar begon. Roelants:

‘Het achterliggende probleem is dat het oosten, waar de opstand tegen Gaddafi begon, zich eens te meer gemarginaliseerd voelt, net als onder het oude regime. De gezaghebbende International Crisis Group noemde de situatie in het oosten eerder deze week „gevaarlijk”. De gewapende harde kern van de beweging is een minderheid, maar zij heeft sympathie van velen, aldus een alarmbericht van de ICG, en de autoriteiten moeten haar vermogen het politieke proces te verstoren niet onderschatten.’

Voormalig opstandelingenbolwerk Benghazi boycot verkiezingen

De Libiërs in het oosten eisen daarom meer zetels en dus ook meer invloed in het parlement die de commissie zou gaan benoemen die de nieuwe grondwet opstelt. Tegenstanders van de verkiezingen staken zondag al uit woede het hoofdkwartier van de verkiezingscommissie in Benghazi in brand. Een zelfde tafereel volgde bij een opslagplaats met verkiezingsmateriaal in Ajdabiya.

Veel inwoners van Benghazi boycotten de verkiezingen, ze hebben weinig vertrouwen in de regering in Tripoli:

Inmiddels zou de Nationale Overgangsraad met het oosten afgesproken hebben dat na de parlementsverkiezingen de grondwettelijke commissie via een aparte volksstemming zal worden bepaald. Toch bestaat de vrees dat dit niet genoeg zal zijn om de onrust in Libië te laten verminderen.

Libië is niet van de Raad, maar van de milities

De verkiezingen zijn bedoeld om een regering te formeren die een sterker mandaat heeft dan de zwakke Libische Nationale Overgangsraad, die feitelijk geen gezag heeft in het land. De werkelijke macht ligt bij de talloze milities, die vorig jaar streden tegen het regime van Gaddafi. Doordat zij weigeren zich te laten ontwapenen kunnen zij veel druk zetten op de besluitvorming in Tripoli.

De militie in Zintan is daar een goed voorbeeld van. Deze groep houdt sinds november Saif al-Islam Gaddafi vast en weigert hem over te dragen aan de autoriteiten en het Internationaal Strafhof in Den Haag. Doordat Tripoli zelf Gaddafi niet in handen kan krijgen speelt het al sinds zijn arrestatie in november een juridisch steekspel met het ICC om geen gezichtsverlies te lijden.

Begin dit jaar vroeg actualiteitenprogramma Inside Story al: wie heeft de macht in Libië?

Ondertussen raken milities in Libië regelmatig slaags en schromen zij niet om geweld in te zetten om hun zin te krijgen. De militie uit Tarhouna‬, tachtig kilometer ten zuidoosten van de hoofdstad, nam het vliegveld van Tripoli in nadat hun leider Bou Ajeela al-Habshi vermist raakte. De leden van de al-Awfea-militie dachten dat de autoriteiten hem gevangen hadden genomen en wilden druk uitoefenen om zijn vrijlating te bespoedigen door het vliegveld te veroveren met tanks.

Angst voor geweld

De angst bestaat dat een aanzienlijk deel van de 2,8 miljoen geregistreerde kiezers (op een bevolking van 6,7 miljoen) weg zal blijven uit angst voor geweld of gewoon niet zal opdagen bij de stembureau’s.

De International Crisis Group roept de autoriteiten in een verklaring op vooral niet de confrontatie aan te gaan met tegenstanders van de verkiezingen, maar een dialoog te starten. Als Tripoli op korte termijn concessies doet aan critici en die invoert, blijft de transitie te midden van machtige gewapende milities naar een democratie weliswaar fragiel, maar blijft er wel sprake van een transitie.

Wie gaat er winnen?

Op 10 juni stelde de kiescommissie de verkiezingen die eigenlijk gepland stonden voor 19 juni uit vanwege “technische en logistieke redenen”> Maar bronnen in Tripoli lieten weten dat de fragiele veiligheidssituatie in de hoofdstad en veel andere steden de reden was voor het uitstellen.

En dan vinden de langverwachte verkiezingen morgen eindelijk plaats. Wie gaan die winnen? De Libiërs hebben keus uit 2.500 kandidaten van 130 politieke partijen. De grootste zijn volgens OpenDemocracy.org:

  • de partij van de Moslimbroederschap
  • de Nationale Partij die onder andere moslimgeestelijke Ali al-Sallabi en oud-commandant Abdul Hakim Belhaj van de zogeheten Libyan Islamic Fighting Group op de lijst heeft staan (lees meer over deze heren op de BBC)
  • de Nationaal Front-partij van oud-verzetsleider Yousef Magariaf (wiki) die in de jaren tachtig al tegen Gaddafi streed
  • en de partij van de Libische interim-premier Mahmoud Jibril (wiki)

Weten Libiërs wel op wie ze kunnen stemmen?

Hoewel donderdag de laatste campagnedag werd afgesloten voor de verkiezingen en de straten volgeplakt zijn met de posters van de kandidaten, weten de meeste Libiërs niet op wie ze moeten stemmen. Rhiannon Smith stelt op OpenDemocracy.org dat het voor hen moeilijk is om onder de schaduw van “sterke leider” Gaddafi uit te komen die veertig jaar lang over elk aspect van hun leven besliste.

Donderdag was de laatste campagnedag in Libië:

Gaan de islamisten weer winnen?

Kunnen we in Libië ook een grote winst zien voor de islamisten, zoals we eerder zagen in Tunesië en Egypte? Waarschijnlijk niet. Althans niet een erg grote winst schrijft The Washington Post.

Het land kende onder Gaddafi geen bestaande islamistische partijen of machtsstructuren zoals in Egypte het geval was.

Nadat Gaddafi islamisten ophing aan straatlantaarns vluchtten de meesten het land uit, om pas na zijn dood terug te keren. De Libische burger weet daarom maar weinig van de islamistische politici en hun visie op de toekomst van het land. Maar hebben de kiezers dan wel vertrouwen in een Jibril die met zijn regering en Libische Nationale Overgangsraad het land niet heeft kunnen stabiliseren?

Is het parlement sterker dan de Overgangsraad?

Wat wel duidelijk is, is dat de gewone Libiër in ieder geval niet een nieuwe Gaddafi in het zadel wil helpen.

De grote vraag blijft: wat er gebeurt als er een parlement geinstalleerd is? Tweehonderd parlementariërs in Tripoli zullen zeker niet het einde betekenen van de strijd tussen milities of rivaliserende stammen en steden.

Maar zullen die strijdende partijen net zo veel druk op het parlement uitoefenen als op de Nationale Overgangsraad, als er ook eigen vertegenwoordigers in zitten? We zullen moeten afwachten.