Strijd bij dopingcontrole

Links: Het been van Laurens ten Dam na 2 weken Tour. Rechts: „Voor de tijdrit ging ik een uurtje fietsen. Mooi fietspad ontdekt, bij Besançon.”

In geen wielerwedstrijd wordt zo veel gevallen als in de Tour. We maken elkaar zenuwachtig. Alle ploegen willen presteren – en op de eerste rij fietsen om een valpartij te vermijden. Daardoor gaat het juist fout.

Gisteren is bijna de hele ploeg gevallen. Ikzelf ging onderuit op een spekgladde rotonde, en zat net achter de grote valpartij waarbij tientallen renners onderuit zijn gegaan. Ik moest hard remmen, en ben met mijn fiets boven mijn hoofd er naartoe gelopen. Dat leek af en toe een beetje op tapdansen, tussen kapotte fietsen, losse wielen en op de grond liggende wielrenners door. Ik zag Wout Poels van Vacansoleil, op de grond met zijn ogen dicht. Die lag er niet goed bij.

Ik heb mijn fiets aan Bauke Mollema gegeven. Zodat hij door kon fietsen. Helaas verloor hij toch nog twee minuten. Robert Gesink en Steven Kruijswijk hebben nog meer tijd verloren.

Het podium in Parijs kunnen we nu niet meer halen, terwijl dat ons doel was. Dat is ontzettend rot. Ook is het nog even afwachten hoe we ons zaterdag voelen. De klap die je spieren bij een val krijgen, voel je pas een dag later.

Deze week ben ik nog een keer goed geschrokken. In de derde etappe reed ik in het peloton een helling af. De renners voor mij hadden de bocht niet zo goed ingeschat, en moesten remmen. Maar als je met 80 kilometer per uur twintig meter remt, is er van je band niets meer over. Ik hoorde wel tien klapbanden, ontzettende knallen.

In diezelfde rit heeft mijn ploeggenoot Maarten Tjallingii zijn heup gebroken bij een valpartij. Dat was een ontzettende domper. Voor hem, maar ook voor ons. Maarten is een sterke beer, die we goed kunnen gebruiken. Na zijn uitvallen was de stemming in de ploeg ook echt bedrukt.

Tijdens de eerste honderd kilometer van de etappes deze week hadden we in het peloton tijd om met elkaar te praten. Of de Vlaamse renner Kris Boeckmans een beetje te pesten. Die reed in derde etappe vlak voor de finish rechtdoor, terwijl het parcours naar rechts ging. Gelukkig kon hij er ook om lachen.

Bij de dopingcontrole kwam ik Bradley Wiggins tegen, een van de favorieten. Die is de hele week al een beetje gestresst. Hij zat te mopperen, dat het puur geluk was als je niet zou vallen in de hectiek. Een dag later lag hij zelf op de grond.

Het is trouwens altijd strijd bij de dopingcontrole. Iedereen wil als eerste het hokje in. Want als er eentje voor je niet kan plassen, moet je wachten. Soms wel een half uur. Ik heb ook een keer drie uur moeten wachten. Toen kon ik zelf niet.

De tip van Laurens: We gaan nu de Vogezen in. Ik heb er vorig jaar getraind voor de Ronde van Zwitserland, op een prachtige camping: Les Jonquilles in Xonrupt-Longemer. ’s Ochtends fietsen, dan op forellen vissen en ’s avonds de barbecue aan.

Laurens ten Dam (31), renner van de Rabobankploeg, vertelt wekelijks over zijn belevenissen.