Overal verband en de geur van betadine

Het was een zwarte dag voor de Raboploeg. Weg podiumkansen voor de kopmannen Robert Gesink en Bauke Mollema. Zeven van de acht Raborenners waren in de zesde etappe van de Tour betrokken bij een valpartij.

In de bus van Rabobankploeg rook het gisteravond naar betadine, vlak na de finish van de zesde Touretappe in de Noord-Franse stad Metz. En in de douche van de bus lag een hoop van bebloede washandjes.

De wielrenners van Rabobank liepen in hun blootje door de bus, beschrijft wielrenner Laurens ten Dam. Hun gerafelde shirtjes en kapotte broekjes hadden ze uitgetrokken, die lagen al in de prullenbak. Overal hadden ze schaafwonden. Op hun benen, billen, ellebogen en schouders.

Renner Maarten Wynants werd in de chaos door de Tourdokter uit de bus gehaald, hij moest voor controle naar het ziekenhuis. Twee gebroken ribben en een geperforeerde long, luidde de diagnose later. Hij moet vijf dagen in het ziekenhuis van Nancy blijven. Ten Dam: „En overal in de bus lag verband. Ik heb nog nooit zoveel verband bij elkaar gezien.”

Bijna de gehele Rabobankploeg, zeven van de acht renners, is gisteren in de etappe van Épernay naar Metz tegen het asfalt gesmakt. Kopman Robert Gesink viel twee keer, Mark Renshaw drie keer. En die was tot deze Tour twee jaar niet gevallen.

De meeste schade werd veroorzaakt door een enorme valpartij in het peloton, op zo’n 25 kilometer van de finish. Op een breed stuk asfalt, in een afdaling, gingen wel dertig wielrenners tegelijk onderuit. Renners die vlak ervoor op hun kilometerteller hadden gekeken, zeiden dat ze 78 kilometer per uur hadden gereden.

De Rabobankrenners kwamen op flinke achterstand binnen. Gesink verloor drieënhalve minuut. Bauke Mollema twee. En er waren meer slachtoffers, in de hectiek gisteravond was niet eens duidelijk hoeveel. Maar Ryder Hesjedal, in mei nog winnaar van de Giro, verloor meer dan 13 minuten. Geletruidrager Fabian Cancellara en klassementsrenners Bradley Wiggins, Cadel Evans, Denis Mensjov, Ivan Basso en Vincenzo Nibali bleven overeind.

Op de parkeerplaats voor het hotel van de ploeg nabij Nancy draaiden de technici van de Rabobankploeg gisteravond overuren. Twee kapotte frames, vier gebroken wielen, plus shifters, een paar zadels en sturen, somt mecanicien Vincent Hendriks de schade op. Hij tilt het frame van Bram Tankink op. Het kraakt. En Hendriks laat het rechterpedaal van de fiets van Gesink zien. Dat is een centimeter minder breed dan het linkerpedaal. Het carbon is er door de wrijving over het asfalt afgeschaafd.

Binnen in het hotel hinkt Gesink met een afgeplakte knie naar de eetzaal. Hij wordt snel gevolgd door zijn medekopman Mollema, bij wie twee ellebogen en een knie zijn ingezwachteld. Voor Gesink is het de derde keer in vier Tourstarts dat zijn kansen op een hoge eindklassering vervliegen door een val.

De Raboploeg hoopte dit jaar op een goede positie van Gesink en Mollema in het eindklassement. Misschien zelfs het podium in Parijs. Maar dat is nu voorbij. „Als je in het begin van de Tour meerdere minuten verliest, dan kun je een podiumplaats vergeten”, zei ploegleider Adri van Houwelingen na afloop tegen het Vlaamse tv-zender Sporza.

Toen de gehavende Rabobankploeg op weg naar het hotel de etappe analyseerde, werd er wel al weer gelachen, vertelt een woordvoerder van de ploeg. Bij de videobeelden van Mollema bijvoorbeeld. Die zat onder het bloed, zijn shirt was gescheurd en zijn helm kapot. „Waar is je bril”, riepen de anderen toen. Die lag nog ergens op de weg. Gesink vertelde dat hij op iemand was gevallen. Wie dat was? „Geen idee.”

Over de oorzaak van de valpartij werd druk gespeculeerd. Er gingen verhalen dat een renner de hoesjes over zijn schoenen middenin het peloton had geprobeerd uit te trekken. Een ander dacht dat een renner achterom had gekeken, en daardoor iets was uitgeweken. Niemand wist het zeker. „Ik lag gewoon ineens op de grond”, luidde de conclusie.