Persoonlijk 2: Moesson, moesson op je kop

Een uitgebreidere en persoonlijkere versie van m’n correspondentenrubriek over de late moesson in New Delhi, die vrijdag 6 juli in de krant stond. Nog leuker dus ;-)

Moesson in india 2012. Overstromingen in noordoostelijke deelstaat Assam. Foto: AP

Moesson in india 2012. Overstromingen in noordoostelijke deelstaat Assam. Foto: APMoesson in india 2012. Overstromingen in noordoostelijke deelstaat Assam. Foto: AP

De blog versie

Een uitgebreidere en persoonlijkere versie van Geen moesson? Dan maar een nieuwe airco, dat vrijdag in de krant stond. Nieuwsgierig naar hoe het nieuws en de verslaggever zich verhouden? Zie mijn vorige post.

NEW DELHI - Toen ik de beelden zag van grote overstromingen en tientallen doden in Bangladesh, wist ik het zeker. Dat wordt niks met mij en de moesson. De beelden van watervlaktes waar eens dorpen waren keren vrijwel jaarlijks terug. Maar nu raken ze me, want ik woon inmiddels een stuk dichterbij

Regen, regen op je kop. Ai, ai, ai, zongen de jongens van Doe Maar toen ik elf was. Ik zong het op mijn beurt voor mijn dochtertjes in Nederland, als het regende. Ik wil al van kinds af aan wonen waar de zon heerst. Niks regen op mijn kop, geen grauwe wolken. ’s Ochtends opstaan met een strakblauwe lucht, ’s avonds naar bed met de zekerheid dat het de volgende dag mooi weer is.

Het is gelukt, we wonen in een warm en exotisch land. Maar er is een prijs: in ruil voor een overdaad aan zon moet ik drie maanden regen trotseren.

Om mij heen snakken de mensen naar het regenseizoen. Over de overstromingen hoor je ze niet, ook niet nu het noordoosten van India blank staat (een miljoen evacuees, ruim 120 doden). Welke Indiër ik ook vraag naar zijn ervaringen met de regens, zodra het woord moesson klinkt, lichten de ogen op. Ze spreken van verkoeling; van dorst die gelest wordt. Van leven dat terugkeert.

“Ik verlang naar de regen”, verzucht onze bovenbuurvrouw. “Net als mijn planten.” Ze doelt op de kunstig gekapte exemplaren op haar balkon, waar ze heel trots op is. Zelfs mijn beste vriendin in Nederland, die eens tijdens de moesson in India was, raakt in vervoering als ze terugdenkt aan de regens.

Alleen bij een arts uit Lucknow die we ontmoeten tijdens onze vakantie in de koele voorlopers van de Himalaya, maakte de gelukzalige flits snel plaats voor een bezorgde blik. “Het water brengt ziektes”, zei ze. “Muggen broeden op watervlaktes, ze verspreiden dengue en malaria.” Ze werkt in een overheidsziekenhuis, waar de armste mensen komen, de eersten die getroffen worden. Ze ziet er jaarlijks gevallen van cholera. Hoe hard India ook moderniseert, teveel mensen baden en wassen zich nog altijd in water waar ook de riolering op loost. Ze raadt me aan giftig bleekpoeder uit te strooien op plassen rond ons huis.

Toegegeven, het is hier wel erg heet. Het was hier laatst 46 graden met een minimumtemperatuur ’s nachts van 40 graden. De kranten melden dat de gemiddelde temperatuur in New Delhi in mei en juni ruim 41,5 graden was. Op 49 van de 61 dagen in die twee maanden was het warmer dan 40 graden.

Het is niet de kans op overstromingen die de mensen zorgen baart, maar de late komst van de moesson. De regens kruipen langzaam op naar Delhi en hadden de stad moeten bereiken in de laatste dagen van juni. Daar werd op gerekend. Door de boeren met het inzaaien, door de waterbedrijven met de aanvoer van rauw water, door de industrie inzake de beschikbaarheid van koel- en afvoerwater.

Tot overmaat van ramp lijkt de moesson dit jaar minder krachtig. De regenval is 31% lager dan normaal, wat tot gevolg heeft dat minder rijst, graan en oliezaad is aangeplant. De stroomstoringen in onze wijk nemen toe. Waterkrachtcentrales leveren nauwelijks elektriciteit. Ook het via leidingen aangevoerde ‘officiële’ kraanwater wordt schaars. Met de bewoners van ons huis trekken we geregeld de portemonnee om een tankwagen de watertank op het dak te laten vullen. Elke keer is de literprijs hoger.

Ook de stroomvoorziening wordt steeds problematischer. Omdat verkoeling uitblijft schaffen meer mensen stroom vretende airconditioners aan. Bij de bovenbuurvrouw zijn twee mannetjes al dagen bezig gaten te boren voor de luchtinlaat van haar glimmend-nieuwe airco’s. Ze is er minstens zo trots op als op haar plantjes.

Maar wat heb je aan een airconditioner als de elektrciteit steeds uitvalt? Vannacht waren er rellen in Gurgaon, zo’n 30 kilometer verwijderd. Meer dan tweehonderd Indiërs vielen personeel aan van transformatorstations. Ze waren woedend omdat er de hele nacht geen stroom was. Met het naderen van de moesson is de luchtvochtigheid omhooggeschoten van zo’n 30 procent naar meer dan 70 procent. Zonder verkoeling van airconditioners of ventilatoren is ’s nachts slapen dan bijna niet te doen.

Het is fascinerend om te zien hoe het uitblijven van de regens het leven in de war stuurt. Met al onze welvaart en technologische kennis zijn we nog altijd geen partij voor de natuur. De late moesson dempt de economische verwachtingen en drukt zelfs de beurskoersen.

Tijd om de mentale knop om te zetten en mijn aangeleerde Hollandse regenhaat af te zweren.
Hoe ging dat lied van Doe Maar ook al weer verder? “Maar al zijn de dagen nog zo grauw, ik weet het zeker: als jij wou, dan verfde jij de wolken blauw.”

Ja, dat wil ik. De wolken blauw.
Of eigenlijk helemaal geen wolken, maar toch regen.
En wel nu.