Libiërs stemmen te midden van chaos

Voor het eerst in vijftig jaar gaan Libiërs naar de stembus. Er zijn zorgen over machtige milities, onveiligheid en een autonomiebeweging .

Toen Libië een koninkrijk was werden er nog wel eens verkiezingen gehouden, ook al voerde koning Idriss een bijzonder autoritair bewind. Maar kolonel Moammar Gaddafi, die in 1969 de macht greep, schafte elke volksraadpleging af. Hij vertolkte de volkswil zelf wel.

Veel Libiërs zijn blij met de eerste parlementsverkiezingen in meer dan vijftig jaar die vandaag worden gehouden. Maar er is ook bezorgdheid. Na zoveel jaar zonder instituties is Libië nog lang niet op orde.

Veel milities die met NAVO-steun uit de lucht vorig jaar Gaddafi’s regime ten val brachten, hebben geweigerd hun wapens in te leveren en willen greep op de macht houden. Vinden in hun domeinen eerlijke verkiezingen plaats, en wat wordt hun rol in het nieuwe parlement?

In het zuiden en westen hebben af en aan gevechten tussen stammen plaats met inmiddels honderden doden. Kan daar wel worden gestemd? In het oosten van het land wordt opgeroepen tot een verkiezingsboycot uit protest tegen wat daar wordt gezien als overheersing door het westen. De Nationale Overgangsraad, het interim-bewind, is onmachtig.

Met name de autonomiebeweging in het oosten heeft zich de afgelopen weken gemanifesteerd. Vier olie-exporthavens langs de oostelijke kust zijn de afgelopen dagen dichtgegaan op aangeven van gewapende vertegenwoordigers van de autonomiebeweging, die dat volgens een havenwoordvoerder in Ras Lanuf „vreedzaam en vriendschappelijk” kwamen vragen. In de haven Al-Sidra kwam de protestbeweging langs in auto’s met luchtdoelgeschut, in een minder vriendelijke stemming.

Eerder had deze groep het hoofdkwartier van de verkiezingscommissie in Benghazi in brand gestoken. Later ging een opslagplaats met verkiezingsmateriaal in Ajdabiya in vlammen op. De aanleiding is de zetelverdeling in het zaterdag te kiezen Algemeen Nationaal Congres, waarin Tripoli en het westen van het land 102 zetels krijgen, Benghazi en het oosten 60 en het zuiden 38. De verkiezingscommissie zegt te zijn uitgegaan van demografische gegevens. Het achterliggende probleem is dat het oosten, waar de opstand tegen Gaddafi begon, zich eens te meer gemarginaliseerd voelt, net als onder het oude regime.

De gezaghebbende International Crisis Group (ICG) noemde de situatie in het oosten deze week „gevaarlijk”. De gewapende harde kern van de beweging is een minderheid, maar zij heeft sympathie van velen, aldus de ICG, en de autoriteiten moeten haar vermogen het politieke proces te verstoren niet onderschatten.

Inmiddels heeft de Nationale Overgangsraad een concessie aan het oosten gedaan met de bekendmaking dat de commissie die een nieuwe grondwet gaat opstellen, in aparte, later te houden verkiezingen zal worden gekozen. Tot dusverre zou de commissie worden benoemd door het nieuwe parlement. Volgens de oostelijke protestbeweging zou op die manier de westelijke dominantie in het parlement automatisch aan de grondwetgevende commissie worden doorgegeven en in de grondwet worden verankerd. Het is de vraag of de concessie voldoende is.

Het nieuwe parlement moet allereerst een nieuwe regering vormen, die in principe door haar volksmandaat een sterkere basis heeft dan de zelfbenoemde Nationale Overgangsraad van rebellen en overlopers uit Gaddafi’s regime. Maar als door onveiligheid of boycots de opkomst laag is of milities zich bij feiten blijven weigeren neer te leggen, kan de huidige chaos chronisch worden.

Ongeveer 150 partijen en partijtjes hebben kandidaten gesteld in de verkiezingen, maar er doen daarnaast ook zo’n 1.500 onafhankelijke kandidaten mee. Verwacht wordt dat moslimfundamentalisten het goed zullen doen, net zoals in de buurlanden Tunesië en Egypte, omdat er nu eenmaal een religieuze wind over de regio waait. Aan de andere kant zouden veel kiezers op vertegenwoordigers van de eigen clan of buurt stemmen. Dat zou een grote meerderheid voor één grote fundamentalistische partij verhinderen.