Knot legt Nederlandse bankiers op de divan

De nieuwe directie van De Nederlandsche Bank is één jaar in functie. De opdracht van Den Haag: een cultuurverandering. Over bonnetjes, nieuw toezicht, koffie en psychologen.

Illustratie Roel Venderbosch

Na drie dagen discussiëren en luisteren op het jaarlijkse economencongres in het Amerikaanse Jackson Hole was Klaas Knot toe aan een verzetje. Even uitwaaien. De president van De Nederlandsche Bank koos ervoor om te raften op de Snake River. Kosten? 56 dollar. Hij gebruikte de creditkaart van DNB, maar vergoedde de kosten later zelf.

Dat tout Nederland weet dat de hoogste baas van de centrale bank op 27 augustus op een bootje zat, is het gevolg van de cultuurverandering die politiek Den Haag eiste bij DNB. Nout Wellink weigerde inzicht te geven in de declaraties van het directie. Het kostte volgens hem te veel tijd, te veel mankracht en dus te veel geld om de informatie te openbaren. Knot moet evenveel kosten maken en mensen vrijstellen om inzicht te geven in zijn bonnetjes. Toch doet hij het. Soms is transparantie en publieke perceptie belangrijker dan een nuchtere kostenanalyse, moet zijn redenering zijn.

Het is illustratief voor de werkwijze van de nieuwe directie van DNB die deze week één jaar in functie is. De directie kreeg vanuit Den Haag de opdracht mee voortvarender, feller, kritischer en transparanter te werk te gaan. Er moest een cultuurverandering komen. De laatste jaren onder Wellink was er te veel misgegaan, luidde het harde oordeel. Er waren fouten gemaakt bij de overname van ABN Amro, de ondergang van DSB van Dirk Scheringa en de val van de IJslandse spaarbank Icesave. Dat concludeerden de minister van Financiën, curatoren, onafhankelijke onderzoekers en de parlementaire enquêtecommissie De Wit.

En? Is er sprake van een werkelijke cultuurverandering? En gaat die verder dan cosmetiek zoals het openbaren van doorsnee reisdeclaraties? En hebben de critici gelijk gekregen? Een eerste balans.

Het is een geliefde anekdote in de Nederlandse financiële wereld. Vroeger werd een bestuurvoorzitter van een Nederlandse bank gevraagd een kopje thee te komen drinken bij DNB. Licht zenuwachtig trok de directeur naar het Frederikplein. Hij kreeg te horen dat DNB nog eens goed had gekeken naar een afdeling, een financieel product of een activiteit. Er waren een paar vragen. Als het kopje leeg was, snelde de topman terug naar zijn bank. Kappen met die handel, bulderde hij dan. De mores waren lang duidelijk. Maar een nieuw slag bankiers, neem een Dirk Scheringa, was minder gevoelig voor de zachte hand van de centrale bank, met alle gevolgen van dien.

Jan Sijbrand, sinds vorig jaar in de directie van DNB verantwoordelijk voor toezicht op banken, pakt de zaken daarom anders aan. In plaats van subtiel te hinten dat een bank beleid moet aanpassen, vraagt Sijbrand bestuurders waarom de grafiek op pagina vier niet klopt. Hij vraagt banken om sommetjes nog eens te maken als hij twijfelt aan berekeningen. Geen omtrekkende beweging. Hop, er op af. „De eerste keren wisten bankbestuurders echt niet wat ze meemaakten”, zegt een betrokkene. „Het is een compleet andere stijl.”

Door de ophef over de benoeming van Knot sneeuwde de aanstelling van Jan Sijbrand onder. Sijbrand werd aangeteld als de man die daadkrachtig toezicht moest houden op Nederlandse financiële instellingen. Hij moest er voor zorgen dat er geen nieuwe affaires zoals de ondergang van de DSB Bank zouden ontstaan.

Sijbrand kwam van zakenbank NIBC, is wiskundige en wordt geroemd om zijn intelligentie. Veel meer was er niet over hem bekend. Maar Sijbrand is het afgelopen jaar een sleutelfiguur gebleken. Het was Sijbrand die zich nauw bemoeide met de overname van het noodlijdende Friesland Bank door Rabobank.

Het toezicht op banken door DNB is voor de buitenwereld meestal een ondoorzichtig geheel. Banken lopen niet te koop met berichten dat ze een formele aanwijzing van de toezichthouder hebben gekregen. En DNB is gebonden aan geheimhouding. Maar soms wordt er gelekt. Zo is bekend dat het DNB was die Friesland Bank maande haar zelfstandigheid op te geven. En het was ook DNB die Friesland Bank in de armen dreef van een grote bank, door een samengaan met het kleinere NIBC te verbieden. Uiteindelijk bleek Rabobank een logische koper.

De bank had al een vangnet gespannen door Friesland Bank van liquiditeit (cash) te voorzien, meldde het Financieele Dagblad in juni. Ook daarin was de hand van DNB te zien. De toezichthouder was helder: grote financiële problemen bij een kleine bank mocht niet opnieuw voor chaos zorgen. Geen gedupeerde spaarders, geen boze politici, geen reputatieschade voor de toezichthouder. Het past in de stijl-Sijbrand. In een interview met deze krant niet lang na zijn aantreden zei hij dat een toezichthouder iemand is die zich van nature zorgen maakt over alles. Sijbrand: „Wat kan hier fout gaan? Dat is altijd de grote vraag.”

Dat een andere aanpak van het toezicht leidde ook tot veranderingen binnen DNB. In plaats van toezicht alleen per bank te regelen (clubje ING, clubje Rabo, et cetera) houdt de nieuwe directie toezicht per thema. Er is een groep toezichthouders bij DNB die kijkt naar de portefeuilles commercieel vastgoed bij banken. En er is een groep die kijkt naar het aantal hypotheken op de balans. Doel is een beter overzicht te krijgen van hoe de Nederlandse financiële sector er gezamenlijk voor staat en waar de gecumuleerde risico’s zitten. Juist daar schoot DNB de afgelopen jaren tekort, oordeelde de commissie-De Wit die de rol van de Nederlandse overheid in de bankencrisis onderzocht.

Niet alleen is het toezicht anders georganiseerd. DNB heeft sinds dit jaar twee psychologen in dienst genomen om de cultuur van de directies van banken te doorgronden. Het is een erkenning dat de crisis deels werd veroorzaakt door disfunctionerend bestuur. Voor lezers van De Prooi van Jeroen Smit over de overname van ABN Amro of Too big to Fail van Andrew Ross Sorkin over de val van Lehman Brothers is dat geen verrassing. Narcisme, machogedrag, gebrek aan tegenspraak en een hoog testosterongehalte spelen in die non-fictie thrillers een belangrijke rol.

De psychologen van DNB maken casestudies van belangrijke besluiten van bankdirecties. Ze vragen de belangrijkste documenten op, inclusief notulen van bestuursvergaderingen. Op basis daarvan vormen ze conclusies over het gedrag van de topmannen en -vrouwen. Wie zei wat? Hoe stelde de directie zich op? Is er ruimte voor tegengeluid? Of is er sprake van Bokitogedrag? De rapporten van de psychologen worden opgestuurd naar de bankdirecties, zodat die zich geconfronteerd zien met hun eigen gedrag. Liever problemen voorkomen, dan ze later oplossen. Precies zoals Den Haag het wil.

Dat lijkt op een hardere vorm van toezicht. Een DNB die nog strakker toezicht houdt. Sneller zegt wat er niet deugt.

Dat klopt, zegt directeur Peter Borgdorff van pensioenfonds Zorg en Welzijn, het toezicht is zeker niet makkelijker geworden. Maar dat betekent volgens hem niet dat de relatie met de toezichthouder lastiger is geworden. Integendeel. Het zit volgens hem in kleine dingen. Neem de ontvangst bij DNB. Eerst naar de beveiliging, dan een lange gang door en dan is daar de receptie. „En dan vragen ze altijd of je koffie wilt. Daar staat de machine, zeiden ze voorheen. Nu ga je zitten en komen ze koffie brengen.” Of dus de cultuur veranderd is? Hij weet het niet. „Maar het is zo’n klein dingetje dat me opvalt.”

Hij denkt dat DNB nu meer op zoek is naar een soort gemeenschappelijke besef dat er samen voor de financiële sector gezorgd moet worden. „De relatie is opener. Het is nu makkelijker om even tegen De Nederlandsche Bank aan te kletsen over een onderwerp.” En ja, hij durft wel te zeggen dat die relatie met DNB ook te maken heeft met karakter van Klaas Knot. Een heel toegankelijke president, zegt Borgdorff. Het verschil met voorganger Nout Wellink? „Wellink wordt Nout als je hem een poosje kent. Klaas is Klaas.”

Doordat Knot zo makkelijk praat en toegankelijk is, doet hij het ook goed in media. Maar dat leverde het legertje voorlichters dat Knot begeleidt in de beginmaanden wat zenuwen op. Wat gaat Knot nu weer allemaal zeggen in het openbaar? Natuurlijk praatte hij als hoog ambtenaar op het ministerie van Financiën ook wel eens met journalisten. Maar toen werden de woorden van Knot heel anders gewogen. Nu is hij dé president van DNB. Wat hij zegt doet er toe. Internationale persbureaus sturen het de hele wereld over. En beleggers wikken en wegen de consequenties van zijn uitspraken. Dat is nieuw.

Inmiddels weet hij hoe het werkt. Als hij op congres is in bijvoorbeeld Abu Dhabi wachten verslaggevers van persbureaus hem drie dagen lang bij de lift op voor één citaat. Elk woordje is genoeg voor een bericht. Dus moet hij zijn mond houden. En ook niet over het weer beginnen. Even gevoelig is de communicatie met Den Haag. Doorgaans ging dat goed het afgelopen jaar. Knot schuwde impopulaire boodschappen niet. Hij zei vorig jaar dat de hypotheekrenteaftrek aangepakt moest worden. Dat is geen pleidooi waar VVD en CDA toen op zaten te wachten. Ook waarschuwde DNB voor een crisis op de markt voor commercieel vastgoed en was de centrale bank niet te beroerd de Europaplannen van het kabinet te becommentariëren.

De stevige kritiek ontaarde echter niet in ruzie tussen Den Haag en het Frederiksplein. Hoe dat komt? „De contacten met Den Haag zijn uitstekend”, zei Knot in een interview met deze krant vorig jaar september. Het typeert de handelswijze van de bankpresident. Kritiek geven kan, als je de lijnen maar openhoudt en voortijdig waarschuwt wat de boodschap is die je wilt gaan brengen.

Toch kan een conflictje snel ontstaan. Onlangs moest Knot door het stof bij demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA). De Volkskrant had gemeld dat DNB een gevoelig rapport over ABN Amro en Fortis niet had verstrekt aan de commissie De Wit. DNB had het rapport – opgesteld door een historica die zich baseerde op bronmateriaal dat wel in handen was van de enquêtecommissie – niet overhandigd omdat het nooit voltooid was. De auteur overleed voordat het af was. DNB kreeg een standje. In een brief aan de Kamer schreef De Jager dat hij met Knot had gesproken. Knot erkende dat DNB aan de De Wit had moeten vragen of ze het stuk wilden hebben.

Het scheelt, zegt pensioenfondsdirecteur Borgdorff, ook dat Knot nu met de minister moet werken die hem heeft voorgedragen als president directeur. „Knot komt uit het apparaat van Jan Kees de Jager. Ze zijn vertrouwd met elkaar.” De echte toets van Knots positie ten opzichte van Den Haag komt onder een nieuwe minister van Financiën, meent Borgdorff. „Stel, die minister wil bijvoorbeeld terug naar de gulden? Dat zal Knot nooit doen. Dan krijg je een interessante situatie.”