Knallende rockshow Lenny Kravitz

Het leek de apotheose van een solide rockshow te worden: de gepassioneerde, bijna een half uur durende versie van klassieker Let Love Rule. Lenny Kravitz had hem zelf gezongen, hij had gastspeler Trombone Shorty de melodie laten toeteren, hij had zijn ‘parochie’ aangemoedigd te zingen en de zaal had het refrein zacht laten ruisen over de kale drumbeat en Kravitz was ondertussen zelf door het publiek naar achteren gestruind om daar te dansen met een blondine. Daarna nog een toegift leek te veel van goede. En toch kwam Kravitz terug, om achteloos een opgefokte versie van Are You Gonna Go My Way eruit te gooien.

Zo rijk is zijn oeuvre. Bij Kravitz draait het, met zijn liefde voor analoge opnametechnieken, om de vormgeving van puur geluid, als een schrijver die vergeten woorden zoekt. Maar hij heeft ook voldoende grote songs geschreven om twee uur op te kunnen kapitaliseren. Bijna allemaal kwamen ze langs. Kravitz is geen cryptisch genie als Prince, die er vorig jaar bij het nachtconcert van North Sea voor koos om te experimenteren.

Al in het tweede nummer, Always on the run, stond de bezonnebrilde Kravitz in een pose met zijn gitaar als mitrailleur. Gierend hard klonk dat. Het was de grote scheiding in het concert: enerzijds de ruige rocknummers en anderzijds persoonlijker klinkende liedjes als It ain’t over till it’s over, met dat stotterende keyboardlijntje. Dat zijn geniale liedjes, gezaaid en bemest met soul, en tot wasdom gekomen in een uitgebalanceerde sound.

De niet geheel nuchter ogende Kravitz werkte zich geroutineerd door de show heen, geruggensteund door een band die tot in detail geregisseerd was. Juist bij enkele massieve rocknummers was zichtbaar wat voor geoliede machine Kravitz leidt. Gelukkig was er ook een knetterende versie van Fly Away, een nummer dat in je haakt door het tegendraadse ritme. En die toegift, de mokerslag, waarmee hij onderstreepte een grote ster te zijn.