Kinderen zonder blijvende tanden vroeg helpen

Bij sommige kinderen komen er op enkele plaatsen in het gebit geen blijvende tanden of kiezen door na het wisselen van het melkgebit. Deze aangeboren afwijking heet oligodontie of hypodontie. Iedere tandarts heeft wel een paar gezonde mensen in de praktijk bij wie voor de geboorte te weinig blijvende tanden of kiezen zijn aangelegd.

De Utrechtse tandarts Marijn Créton laat nu zien dat het gen WNT10A een hoofdrol speelt bij deze erfelijke afwijking. Meer dan de helft van de patiënten bleek een mutatie in dit gen te hebben. Créton promoveerde vrijdag in Utrecht op dit onderzoek. Bij oligodontie ontbreken zes of meer tanden of kiezen, de verstandskiezen niet meegerekend. In ernstige gevallen zijn in de bovenkaak alleen de voorste snijtanden en eerste kiezen nog aanwezig, in de onderkaak missen vaak de kleine kiezen. De stoornis komt vaker voor bij vrouwen en in het melkgebit komt de afwijking bijna niet voor. Waarom dat zo is, is onduidelijk.

De getroffen kinderen hebben dikwijls problemen met eten, kauwen en spreken en worden vaak geplaagd met hun gebrekkige gebit. Créton laat in een retrospectieve studie zien dat implantaten bij deze patiëntengroep goed houden, maar net wat minder goed dan gemiddeld. Vaak moet extra kaakbot worden aangebracht om meer houvast voor de kunstwortels te verkrijgen. De behandelingen beslaan een lange tijdsperiode, van de jonge jeugd tot voorbij de adolescentieperiode, waarbij men voortdurend rekening moet houden met de groei en de botkwaliteit van de persoon.

Nu de oorzaak van oligodontie vooral genetisch blijkt te zijn, kan de tandarts vroeger ingrijpen. Vaak is het melkgebit helemaal gaaf, maar blijkt pas in de vroege puberteit dat sommige kiezen en tanden niet doorkomen. De tandarts zou nu ouders met oligodontie erop kunnen attenderen dat hun kinderen een hoger risico hebben gebitsproblemen te krijgen. Een röntgenfoto zal dan snel uitwijzen of, en zo ja welke, blijvende tanden en kiezen bij het kind missen.