‘Je winkel wekenlang dicht, weet je wat dat kost?’

Na de ombouw van Super de Boer kijkt Jumbo-directeur Frits van Eerd alweer vooruit. Deze zomer begint ‘operatie-C1000’. Het was geen optie om de C1000- formule in stand te houden, zegt hij.

Frits van Eerd. Foto Flip Franssen

Op het hoofdkantoor van Jumbo in Veghel hangt een metershoge kaart van Nederland met grote gele punaises – voor iedere Jumbo één. Toen Jumbo Super de Boer overnam, eind 2009, telde de kaart 128 punaises. Nu zijn dat er 292 en past er, met name in het zuiden, amper nog één bij. Woensdag wordt in het Gelderse Dreumel de laatste Super de Boer ingeruild voor een Jumbo.

„Heel onwerkelijk”, zegt algemeen directeur Frits van Eerd, vlak na de opening van de een-na-laatste omgebouwde Super de Boer, in Nijmegen. „Soms vraag ik me af: is het echt waar? De allerlaatste? Zijn we straks echt klaar?”

Hij kijkt met een goed gevoel terug op de hele operatie, vertelt Van Eerd. „De successen die wij met Super de Boer hebben geboekt overtreffen alle verwachtingen. En nie een beetje, hè. De winkels draaien 40 procent meer omzet, terwijl we 25 procent al helemaal te gek hadden gevonden. Dit heeft ons zoveel vertrouwen gegeven dat we de overname van C1000 hebben aangedurfd.”

Verwacht u even veel extra omzet bij omgebouwde C1000-winkels?

„C1000 is commercieel een heel ander verhaal. Super de Boer was een formule op het einde van zijn levenscyclus. Daar kwam bijna geen rendement meer uit. In onze branche praten we graag over omzetten per vierkante meter. Super de Boer bungelde onderaan, op een gemiddelde van 125 à 130 euro per vierkante meter per week, per winkel. De winkels van de C1000 Rood-formule, die pas zijn opgeknapt, zitten aan de bovenkant, op 180 euro. [Jumbo zit op 200 euro, red]. Dan ga je dus niet meer zo’n omzetsprong maken als bij Super de Boer. We moeten het halen uit synergie en kostenreducties.”

U gaat voor veel geld alle C1000-filialen ombouwen. Was het geen optie om beide formules in stand te houden?

„Op lange termijn is dit rendabeler. Je moet natuurlijk onderscheid maken tussen kosten en investeringen. Zo’n winkel hier in Nijmegen kost 1,5 miljoen, maar dat kun je afschrijven over een aantal jaren. De openingen zelf, met alle activiteiten, kosten een ton. Tja, dat ben je kwijt. Maar bij Jumbo kijken we langer vooruit, we zijn niet uit op snelle winst. We hebben wel kritisch gekeken hoor, of we C1000 echt moesten ombouwen. We hebben de formules tot in het kleinste detail laten uitgraven. Daar kwam uiteindelijk Jumbo overtuigend als de sterkste formule uit. Ik denk dat we iedereen kunnen overtuigen van deze strategie.”

Veel C1000-ondernemers willen geen Jumbo worden. Bent u bang dat zij het proces gaan frustreren?

„Oooh, die ondernemers gaan helemaal niks frustreren. Zij maken zich zorgen of de Jumboformule wel genoeg omzet oplevert. Bij C1000 is de folder met aanbiedingen de motor achter de formule. Wij redeneren anders. Waarom heb je aanbiedingen nodig als je altijd de goedkoopste kunt zijn? Wij garanderen de laagste prijs. Ik weet zeker dat de ondernemers van C1000 uiteindelijk achter onze formule kunnen staan. Zij krijgen meer tevreden klanten in de winkel dan ooit. Dat vergroot ook het ondernemersplezier.”

Is het lastig om personeel dat van de oude winkel overkomt, te enthousiasmeren?

„Tweeënhalve week voor de nieuwe winkel opengaat, nodigen we al het personeel uit in Veghel. Direct na binnenkomst moeten ze een geel T- shirt aan. Dan zie je ze kijken van: ‘Pfff, moet dit nou?’ Vergeet niet: tot die zaterdag ervoor werkten ze in de Super de Boer waar ze hun collega’s, de klanten, de werkwijze kennen. Ineens moet alles anders. Daar heeft niet iedereen zin in. Maar langzaam zie je ze ontdooien en aan het einde van de dag zijn ze vaak om.

„Technisch gezien zouden we een winkel in een week kunnen ombouwen. Maar we nemen er expres tweeënhalve week de tijd voor zodat werknemers mentaal kunnen omschakelen. De winkel zo lang dicht, weet je wat dat kost? Je betaalt je huur en personeelskosten en draait nul euro omzet. Maar dat is een bewuste keuze. Bij de start móét alles gewoon kloppen. We hebben geen tijd om achterom te kijken.”