‘Je krijgt echt jeuk van zo’n dossier’

Het afgelopen half jaar was minister Spies druk met het demonteren van een bom: Vestia. Héél voorzichtig, want ingrijpen bij de corporatie was link. ‘Het was sturen met de handen op de rug.’

Voor minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken was de zaak-Vestia „tamelijk oncomfortabel”. Foto Merlijn Doomernik

Eén keer heeft demissionair minister Liesbeth Spies de oud-directeur van Vestia, Erik Staal, ontmoet. Ze is er nog steeds verbijsterd over. Het was vlak voor Kerst vorig jaar. Spies (CDA) was net drie dagen in functie bij Binnenlandse Zaken toen ze Staal en zijn raad van commissarissen op het ministerie ontbood. Veel zei de corporatiedirecteur niet, vertelt Spies in haar werkkamer. Dat Vestia in enorme problemen zat? Vond Staal wel meevallen. „Het enige wat hij zei was: ‘zorg nou dat de rente gaat stijgen, dan zijn we uit de problemen’.”

Ongelofelijk, vindt ze. Vestia had voor bijna 23 miljard euro aan rentecontracten (derivaten) afgesloten. Omdat de rente hard was gedaald, moest de corporatie miljarden aan extra onderpand bij verschillende banken storten. Vestia stond op het punt van omvallen. En Staal was verantwoordelijk. Hij had als enige bestuurder onder alle contracten zijn handtekening gezet.

Eén ding was Spies „volstrekt duidelijk” na haar ontmoeting met Staal. „De pyromaan ging de brand zelf niet blussen.”

Haar eerste reactie? Weg met die man. Druk op de commissarissen zetten om hem onmiddellijk te ontslaan. Maar dat bleek niet te kunnen. Bij ontslag van de bestuurder konden de banken alle contracten per direct ontbinden en honderden miljoenen euro’s meteen opeisen. Vestia zou omvallen en mogelijk andere corporaties meesleuren. Voor Rijk en gemeenten als achtervangers dreigde een grote schade.

Er bleken meer valkuilen in de derivaten te zitten. Zo konden banken sommige contracten ontbinden als er wettelijk toezicht zou worden uitgeoefend op Vestia. „Je krijgt er echt jeuk van als je met zo’n dossier wordt geconfronteerd”, zegt Spies. „Je realiseert je de grote belangen, maar je moet tegelijkertijd sturen met je handen op je rug. Ieder zichtbaar ingrijpen van ons hadden de banken kunnen aangrijpen. Tamelijk oncomfortabel.”

Vorige maand bereikte Vestia een akkoord met de banken over een afkoopsom van 2 miljard euro voor de derivaten. De schade voor Vestia is 1,3 miljard euro en 700 miljoen voor andere corporaties die verplichte noodsteun geven.

U was acht jaar Kamerlid, één jaar gedeputeerde. Dan wordt u minister en krijgt u op dag één van uw voorganger, Piet Hein Donner een explosief dossier toegeschoven. Hoe was uw eerste week?

„Dan krijg je wel een extra adrenalineshot, om het zo te zeggen. Ik weet het nog heel goed. Het was vrijdag 16 december. Ik moest voor mijn beëdiging om twaalf uur bij de koningin zijn. Na alle felicitaties en de persconferentie gingen Piet Hein en ik naar deze kamer toe. Er zijn een paar dingen waar we het voor het weekend alvast over moeten hebben, zei hij. Vestia stond met stip op één.”

Wat zei Donner tegen u?

„Dat het een hele ernstige situatie was, die hij mij had willen besparen.”

Sommige mensen gaan dan een rondje hardlopen. Of naar een hardrockconcert om af te reageren. Wat heeft u gedaan?

„Nou, voorheen zette ik dan heel hard een plaat van Rod Stewart op. Maar dat heb ik nu niet gedaan. Ik ben vooral heel hard gaan werken.”

Wat wist u van derivaten?

„In ieder geval veel minder dan ik er nu van weet. Het was learning by doing, in de praktijk. We hebben hier menig uurtje aan tafel gezeten om te begrijpen hoe die portefeuille in elkaar stak, hoe risicovol die was. Wil je dat in gewone mensentaal over de bühne zien te krijgen, moet je toch een klein beetje begrijpen waar het over gaat. Vandaar ook dat gesprek in de eerste week met de directeur-bestuurder en de commissarissen van Vestia.”

Wat zei u tegen Erik Staal?

„Ik heb mijn boosheid niet verhuld.”

Wat zegt u dan als u boos bent?

„Het zijn allemaal nette woorden, maar er zit geen woord Spaans bij. Ik zei dat ik verbijsterd was dat een corporatie zo ver van haar volkshuisvestingstaak kon afdwalen, dat ze dachten bankje te kunnen spelen.”

Kamerleden zeggen dat u witheet zag toen u hen informeerde.

„In mijn eerste week werd de ernst van de situatie ook hier pas echt duidelijk. Tussen september en december heeft Binnenlandse Zaken bij Vestia zicht proberen te krijgen op de omvang van de derivatenportefeuille. We zijn daarin constant tegengewerkt. Staal dreigde met juridische procedures, wilde geen openheid van zaken geven. Iedere keer kregen we een stukje informatie. Toen bleek dat het niet honderd contracten waren, maar vierhonderd en met waanzinnige clausules. Waar je witheet van wordt, is dat een klein groepje mensen in staat is de volkshuisvesting op haar grondvesten te doen trillen.”

En toen de zaak eind januari eenmaal op straat lag, was de druk wel zo groot dat de commissarissen Erik Staal hebben ontslagen?

„Formeel vertrok hij zelf. Maar het komt erop neer dat de commissarissen veel te laat hebben opgetreden.”

Heeft u Staal ooit nog gesproken?

„Nee, heb ik ook geen behoefte aan.”

Gaat u nog iets tegen Staal ondernemen?

„Er loopt natuurlijk nog een strafrechtelijk onderzoek.”

Daarin is hij geen verdachte.

„Nog niet. Maar van mij mag de onderste steen boven komen en bij Vestia zijn ze ook bijzonder gemotiveerd. Er lopen nog onderzoeken, onder meer een forensisch onderzoek naar de pensioenregeling van Staal [3,5 miljoen euro, red.] en een aantal bijzondere investeringen, om het zo maar te zeggen. Als er aanleiding is, twijfel ik er geen seconde aan dat er aansprakelijkheidsstelling plaats zal vinden.”

Voor Spies was 21 mei een van de spannendste dagen. Toen begon Vestia de onderhandelingen met de banken. Tegelijkertijd weigerde Vestia langer extra onderpand bij te storten – sinds september had Vestia al 1,6 miljard euro bijgestort. Om 12:59 uur, één minuut voor Vestia met de banken zou gaan vergaderen, voerde de corporatie een gewaagde actie uit: voor 8 miljard aan vastgoed werd in hypotheek gegeven aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). De banken konden er geen beslag meer op leggen indien Vestia failliet zou gaan. Ze waren woedend over de bliksemactie. Spies zat niet zelf aan tafel, maar was bij de hele operatie betrokken.

„We wisten dat dat hoog spel was”, zegt Spies. „Maar we hadden de overtuiging dat het nodig was om de urgentie bij banken over te brengen. Tot op dat moment dachten ze, en misschien ook wel terecht, dat Vestia slechts een liquiditeitsprobleem had, terwijl we de facto met een failliete corporatie te maken hadden.”

Andere corporaties zeggen dat ze sindsdien veel moeilijker leningen kunnen krijgen van banken. Was die actie niet te overhaast?

„Als je vijvenhalve maand, eigenlijk vanaf september, probeert een bom te demonteren, dan wordt het wel eens tijd. Bovendien moest het Waarborgfonds zich uitspreken over de verlenging van de kredietwaardigheid van Vestia. Die deadline was al een paar keer opgeschort.”

Het Waarborgfonds moest toezien op de derivaten van Vestia. En WSW heeft het in het verleden risicovolle financiële producten voor corporaties goedgekeurd. Heeft u hen aangesproken?

„Vanaf dag één heb ik mij voorgenomen: jongens, we gaan nu niet zwartepieten. We hebben maar één belang en dat is de patiënt Vestia stabiliseren. Als iedereen naar elkaar was gaan wijzen, dan hadden we nooit collegiaal kunnen samenwerken.”

De patiënt is nu gestabiliseerd.

„Het eindoordeel laat ik over aan de commissie van wijzen die is samengesteld. En aan de Kamer, natuurlijk. Natuurlijk moet ieders rol scherp geëvalueerd worden, ook die van Binnenlandse Zaken. Ongetwijfeld hebben we allen fouten gemaakt. En er komt nog een parlementaire enquête over de corporatiesector.”

Wat kon u eigenlijk doen als minister. Vestia is een private onderneming. De contracten maakten openlijk ingrijpen onmogelijk?

„Veel praten met gemeenten, de toezichthouders. De publieke sector bij elkaar houden. De schade beperken door duidelijk aan te geven binnen welke kaders de oplossingen lagen – in mijn beleving. Dan kom je met management by speech een heel eind.”

Er komt nog een parlementaire enquête. Hoe denkt u dat er op uw rol zal wordt teruggekeken?

„Ik hoop dat ze dan zien dat wij op het departement, en ik als verantwoordelijk minister, een ultieme poging hebben ondernomen om de schade zoveel mogelijk te beperken. Je hoort mij niet blij of enthousiast zijn, want het is gewoon doffe ellende en levert heel veel maatschappelijk verlies op als je twee miljard euro schuld overhoudt aan dit gedoe. Maar het is uiteindelijk wel het minst slechte van alle scenario’s .”

Is uw kijk op banken veranderd?

„Ik vind het wel heel bijzonder dat dit soort financiële producten kennelijk op de markt mogen zijn.”

Heeft ABN Amro zich als ‘staatsbank’ soepeler opgesteld dan de rest van de banken waar Vestia derivaten bij afsloot?

„Eh, banken zijn hele stevige onderhandelaars.”

Nee, dus.

„Op zichzelf is dat het goed recht van de banken. Laat daar geen misverstand over bestaan.”

En de corporatiesector. Het ene schandaal volgt op het andere. Het gaat vaak over schimmige deals, topsalarissen. Komt het nog goed na Vestia?

„Het imago van de sector heeft wel een hele lelijke knauw gehad. Wat ook nog zo is: het was Vestia die de rest altijd voor sulletjes versleet. Vestia was niet bij branchevereniging Aedes aangesloten, wilde zich niet aan de toezichtsnormen in de sector houden, stond als enige geen visitaties toe. Degene die altijd aan het schoppen was tegen de rest, wordt een groot probleem voor de anderen. Dat is wel heel zuur voor alle corporaties van goede wil. We hebben ruim 400 corporaties in Nederland. Als er 20 in de afgelopen jaren de fout in zijn gegaan, dan zijn het er veel.”