Jackass

Er was bloed. Er waren doktoren die heen en weer renden met verband en infusen. Ambulancesirenes echoden elkaar na. Het rook naar verbrand vlees en jodium. Iemand riep om zijn moeder.

Met wielrennen had het tafereel bij de finish in Metz weinig te maken. Het leek meer op oorlog. Of een aanslag. Of op Jackass – tientallen jochies hadden zichzelf toegetakeld voor het oog van de camera in een poging om aandacht te scoren.

De Tour de France is een monster. Het is onze eigen Frankenstein. Wij, renners, organisatoren, journalisten, tv-kijkers, en sponsoren, hebben hem zo groot gemaakt dat hij niet meer te controleren is. De Tour de Frankenstein is té groot geworden. Té machtig. En hij heeft altijd trek in renners.

Hoe belangrijker de Tour door ons allemaal wordt gemaakt, hoe meer stress er door het peloton giert. Zowat alle tweehonderd coureurs – sprinters, klassementsrenners, knechten van sprinters en klassementsrenners – moeten bij de eerste twintig fietsen om geen tijd te verliezen bij een eventuele valpartij. De ploegleiders schreeuwen in hun oortjes, de sponsor verwacht resultaten, de publieke opinie is genadeloos, de hoogte van hun contract hangt er vanaf. Naar voren moeten ze, naar voren. Het moet. Het móet!

Probleem: er passen er maar twintig bij de eerste twintig – en geen tweehonderd. En dus gaat het vanzelf fout, vertrappen ze elkaar als gnoes in een op hol geslagen kudde. Keer op keer op keer. Vorig jaar, dit jaar, volgend jaar. Net zolang tot we een keer ingrijpen. Tot we inzien dat het niet normaal is dat Frankenstein steeds meer renners opvreet. Valpartijen op deze schaal, met deze frequentie, horen niet bij de sport. Gewonde (of erger nog: dode) renners al helemaal niet.

Het kan anders. Het moet anders. Het wordt tijd dat de renners en de ploegen eens bij elkaar gaan zitten en nadenken over manieren om de solidariteit terug te krijgen in het peloton. Mogelijkheden genoeg, je moet het alleen willen. Massale valpartij zoals die van gisteren? Wachten tot iedereen weer terug is – dan hoeft voortaan niemand meer bang te zijn om tijd te verliezen door een valpartij. Gevaarlijke aankomst? Staken.

Ik heb er niet veel vertrouwen in dat het zelfregulerend vermogen binnen het peloton groot genoeg is om het probleem op te lossen. We hebben organisatoren en bonden nodig die nieuwe regels durven in te voeren. Kleinere ploegen en minder renners bijvoorbeeld. En ik pleit voor de invoering van een safety car, die de koers net als bij de Formule 1 kan stilleggen in gevaarlijke situaties. Olie in de bocht? Koers stil. Toeschouwers met camera’s op het parcours? Koers stil. Giga-crash? Koers stil.

Ik weet het, leuk is anders. Een deel van de aantrekkingskracht van wielrennen is juist dat de koers altijd doorgaat. En valpartijen staan ook voor spektakel. Maar er is wel ergens een grens waar spektakelwaarde overgaat in goedkope sensatiezucht. Ik ben er klaar mee om jaar na jaar renners in ambulances te zien verdwijnen, om ze te horen schreeuwen om hun moeder, om hun kots en hun angst te ruiken. Ik hoef geen Jackass. Ik wil sport.

Thijs Zonneveld is NRC-sportredacteur en oud-wielrenner.