‘Ik denk vaak: lekker belangrijk’

Onno Hoes praat bij de lunch in een kasteel over zijn burgemeesterschap van Maastricht. ‘Ik wilde iets doen waar ik uniek in ben.’

Burgemeester Onno Hoes en zijn trouwring met vijf diamanten: voor elk jaar dat hij gehuwd is één steentje.

Wat moet je zeggen tegen Onno Hoes, de burgemeester van Maastricht? Met ‘u’ beginnen natuurlijk, hij is tenslotte burgemeester. Hij is 52, maar ziet er jonger uit. Tijdens de lunch praat hij vlot en makkelijk, hij heeft het over Albert, Isa en Antonie en neemt als vanzelfsprekend aan dat iedereen dan weet dat hij het heeft over Albert Verlinde, televisiepresentator, musicalproducent en zijn man; Isa Hoes, actrice en zijn jongere zusje; Antonie Kamerling, acteur en de man van zijn zusje die zichzelf het leven benam. Onno Hoes is vertrouwelijk en zelfs een paar keer geëmotioneerd. En toch klinkt ‘je’ veel te amicaal. Zelf tutoyeert hij, maar hij vraagt mij niet hetzelfde te doen.

Onno Hoes ziet mensen vaker hannessen, zegt hij, als ik er over begin. „Op het stadhuis zeiden ze de ene keer ‘burgemeester’ tegen me en dan weer ‘Onno’. Het werd steeds vaker ‘Onno’. Dat werkt niet. We zijn geen broertjes van elkaar, er moet wel afstand zijn.” Hij heeft toen zijn assistent gevraagd alle medewerkers ervan op de hoogte te stellen dat de burgemeester weer met burgemeester wil worden aangesproken. Hij lacht. „Maar wat moet ik zeggen als ik zelf iemand opbel? ‘U spreekt met de burgemeester?’ Dan lijkt het alsof ik een rol in Swiebertje speel.” Meestal belt zijn secretaresse voor hem.

De burgemeester wilde de lunch gebruiken in een kasteel. Chateau Neercanne, aan de rand van Maastricht, één Michelinster. De burgemeester is ietsje later. In de tussentijd laat de gastheer van Neercanne me vast zien wat de burgemeester straks zal zeggen. 1: Maastricht is het balkon van Europa. En 2: Maastricht is een mini-Europa. Vanaf het bovenste terras van Neercanne, het enige terrassenkasteel van Nederland, is links Duitsland te zien, rechts Vlaanderen, en even verderop begint Wallonië. Nederland ligt achter ons. In het restaurant is in de hoek een tafeltje voor twee gedekt. Rustig en discreet. De gastheer wijst op een ouder echtpaar bij het raam. „Duitsers.” Het gezelschap aan de ronde tafel. „Fransen.”

Onno Hoes komt binnen. Slank in een licht pak met een das vol kleine lettertjes h. De h van Hoes? vraag ik. Hij grinnikt. „Van Hermès.” Twee ringen om zijn linkerringvinger. Een van goud met titanium. „Daar staat de datum in dat Albert en ik gingen samenwonen.” Dat was bijna twintig jaar geleden. „Albert was nog niet bekend, en ik was directeur van een textielbedrijfje dat niet al te goed liep. Daar zaten we; begin dertig, zonder inkomen en zonder carrière. Ik zeg nog wel eens tegen Albert: ik koos je niet om je geld of je bekendheid, ik koos voor jou.”

Hun carrières liepen tegelijk op. Onno Hoes verkocht het bedrijf dat al zes generaties in familiehanden was en werd gedeputeerde bij Provinciale Staten, Albert deed een screentest en werd het gezicht van RTL Boulevard. Dat was in 2001. In dat jaar trouwden ze ook en gaven elkaar opnieuw diezelfde ring. „Daar hebben we spijt van gekregen.” Na vijf jaar huwelijk („en iets meer budget”) kochten ze een nieuwe ring met vijf diamanten. „Elke jaar komt er een steentje bij.”

Visitekaartje

Hij is het visitekaartje van zijn stad, zegt Onno Hoes. De ceremoniële kanten van zijn vak wil hij zo veel mogelijk samen met Albert doen. „Als een ouderwets burgemeesterspaar.” Twee mannen? Wordt dat overal geaccepteerd? Hij begint namen op te noemen: Peter Rehwinkel, burgemeester van Groningen, de burgemeesters van Berlijn en Parijs. Allemaal homoseksueel. „Mensen vinden het juist wel spannend als we met z’n tweeën komen.” Onno Hoes woont alleen in Maastricht, Albert Verlinde is in hun huis in Brabant blijven wonen. „Maar de weekenden zijn we samen.”

Direct na de lunch in Neercanne, begint voor Onno Hoes een weekend vol verplichtingen. Violist André Rieux geeft zijn traditionele openluchtconcerten op het Vrijthof en de burgemeester is er alle avonden bij. Op vrijdagavond ontvangt hij een afvaardiging van politie en justitie, op dag twee ontvangt hij de ambassadeur van Israël, en de zondagavond is voor de mensen uit ‘Alberts wereld’, de televisie. Die Israëlische ambassadeur heeft hij zelf uitgenodigd. Onno Hoes is ook voorzitter van het CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie Israël. Het is een nevenfunctie die hij niet snel zal opgeven. „Het is ontzettend moeilijk iemand te vinden die en Joods is, en bestuurlijk goed is, en politiek gevoel heeft, en verstand heeft van media. Dan kom je altijd uit bij mij.” Even valt hij uit de rol van burgemeester en in die van Onno. „Zo, dat klinkt gelukkig helemaal niet arrogant.”

De ober komt vragen wat de burgemeester eten wil. „Nee, nee, geen zwezerik”, zegt hij. De komende drie dagen wachten hem drie buffetten, dus de lunch wil hij graag bescheiden houden. Hij let op wat hij eet. Bijna geen alcohol, weinig vet, nauwelijks koolhydraten. Drie keer in de week sporten met een personal trainer in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte in zijn huis. „Voornamelijk krachttraining. Veel met gewichten.” De bedoeling is spiermassa op te bouwen, zegt hij, en vet te laten verdwijnen waardoor de spieren beter te zien zijn. Op de vraag waarom de burgemeester spieren kweekt, volgt eerst een frivool antwoord. „Voor als ik mezelf in de spiegel zie.” En dan: „Ik moet Albert wel te vriend houden.” En ten slotte, serieus: „Tijdens die uren sporten ben ik compleet mezelf.”

Als hij niet oplet, is Onno Hoes altijd in functie. Dat is, voor een deel, de tol van het ambt. „Van een burgemeester wordt verwacht dat hij ongenaakbaar boven de partijen staat met zijn ambtsketting om. Maar hij moet ook mee hossen met de meute als MVV (de voetbalclub) wint.” Maar het ambt lijkt hem goed te passen. „Ik woon middenin de stad. Zodra ik de deur uitloop, ben ik de burgemeester.” Hier in Neercanne zit hij echt niet elke dag. Veel vaker zit hij in een eetcafé in de stad. „Ik heb veel jonge vrienden. Die whatsappen dan om half elf of ik nog een biertje kom doen. Hoeveel burgemeesters staan er ’s avonds in de kroeg? Deze dus.” En ja, daar wordt prima op gereageerd door de Maastrichtenaren. Zij begrijpen best dat hij net zo vloeibaar is als zijn functie.

Met opzet onttrekt hij zich aan het clubje mensen bij wie notabelen traditiegetrouw vaste gast zijn, de „netwerkclubs met van die society-achtige bijeenkomsten”. Hij komt daar alleen in functie, nooit privé. „Ik wil niet geïnvolveerd raken. Want ongetwijfeld zitten daar ook mensen tussen die ik een vergunning moet weigeren of een subsidie al of niet zal verstrekken.”

Heel even aait Onno Hoes over het behang achter zijn stoel. „Leer”, zegt hij. Als hij zich niet vergist, heeft zijn bedrijf het indertijd geleverd, ‘Hoes en de Winter van 1812’ heette het. Opgericht in het jaar dat Napoleon de Joden toestemming verleende handel te drijven. En na de Tweede Wereldoorlog door zijn moeders vader weer herstart. „Mijn moeders familie zat ondergedoken in de Valeriusstraat in Amsterdam. De straat waar Isa nu woont, en waar Albert woonde toen ik hem leerde kennen.”

Vier kinderen

Zijn vader trouwde in de zaak, en Onno Hoes nam het van hem over. „Maar ik wist dat ik meer kon dan dat.” Het sociale, het iets willen betekenen voor de samenleving, zegt hij, dat deelde hij met zijn moeder. „Ze besteedde al haar tijd aan mensen die het minder hadden.” Ze kreeg, met flinke tussenpozen, vier kinderen van wie Onno de derde is. „Jullie hebben het goed, zei ze altijd. Anderen hebben mij harder nodig.” Zij was 15 toen de oorlog begon. „Haar jeugd was afgekapt. Ze hield er een soort onverschilligheid aan over. Onverschilligheid voor uiterlijk vertoon. Ik heb dat ook heel sterk. Bij zoveel dingen denk ik: ‘lekker belangrijk’.”

Zijn moeder is overleden, in 2010. „Ik heb niet willen zien dat ze steeds dementer werd. Mijn vader zei dat wij niet zagen hoe erg het was. Pas toen ze het vergiet op het fornuis begon te zetten, begreep ik wat hij bedoelde.” Het was net als tien jaar eerder, zegt hij, zo’n jaar waarin alles samenkwam. Hij werd 50 en hij nam abrupt ontslag bij Provinciale Staten. „Ik liep al 18 jaar rond op het provinciehuis. Kende elke hoek en elk dossier. Altijd ging ik met plezier. Tot de dag dat ik voor het eerst geïrriteerd thuis kwam. Ik zei tegen Albert: dit is het moment om te stoppen.” Hij wilde tijd en rust om aandacht te geven aan „diepere gevoelens en ideeën”.

Ik vraag wat hij bedoelt. „Ik wilde iets doen waar ik uniek in ben.” En, op de terugweg in de auto, na een jaarlijks weekendje Maastricht, wist hij het ineens. „Ik zei tegen Albert: ik ga solliciteren. Ik wil burgemeester worden van die stad. Voor hem kwam dat niet als een verrassing.”

Hij begint er zelf over. Over de zelfdoding van zijn zwager, daags voor hij werd geïnstalleerd als burgemeester. Over hoe bizar het was dat Antonie’s dood maar heel even ‘van de familie’ was, en daarna van heel Nederland. En ineens was hij niet meer alleen Onno Hoes, de nieuwe burgemeester, maar ook weer de broer van de weduwe, de man van de presentator die er op televisie over vertelde, en de zwager van de overleden acteur.

Onno Hoes stelt zich, zegt hij, gemakkelijk „kwetsbaar” op. En dat verklaart misschien waarom we het wel gehad hebben over zijn man, zijn moeder, zijn zwager en zijn zus. Maar niet of nauwelijks over de wietpas die net is ingevoerd door de gemeente Maastricht om drugstoeristen uit de stad te weren. Niet over de PVV die in de Maastrichtse gemeenteraad voor het eerst kortstondig mee regeerde. En nauwelijks over hoe zijn partij de VVD, waarvan hij ooit nog voorzitter wilde worden, het zal doen de komende verkiezingen. Nou ja, over de VVD hadden we het heel even. Hij moest het partijcongres dat twee weken geleden gehouden werd presenteren. En dat vond hij best spannend. „Ik kan goed sfeer maken, maar ik heb het nog nooit gedaan voor een zaal met duizend man, inclusief de ministers en minister-president Rutte.” Daar heeft hij nog op zitten broeden, of hij nou Mark tegen hem zou zeggen, of toch minister-president.