Het ging niet harder

Na elke etappe steunt en zucht hij terwijl de microfoon voor zijn mond hangt. Gesink wrijft in zijn ogen en toont in zijn woorden evenveel onmacht als vlak daarvoor op de fiets. “Het ging niet harder.”

Gisteren lag hij op de grond. Een valpartij brak het peloton in tweeën, zoals een aardbeving een scheur door de grond trekt en een diepe kloof achterlaat. Plotseling was er een verschil tussen links en rechts, tussen voor en na. Je moet van voren zitten, zeggen de kenners dan, maar ‘van voren’ bestaat alleen als er ook een ‘van achteren’ is. Daar moeten ook mensen fietsen en daar fietste hij - samen met vrijwel alle andere Nederlanders.

We zouden hem zo graag eens in euforie zien. Niet hangend over het stuur, stamelend, maar om de minuut onderbroken door een ploeggenoot die langsloopt en een knuffel wil. Het beeld van de oranje helm die op het dunne, hoekige hoofd heen en weer schuift door een stevige omhelzing. Daarna weer richting de camera. “Ik ging gewoon heel hard”, zoiets zou Gesink op zo’n moment zeggen, want Gesink blijft Gesink.

“Je bent gisteren op je bakkes gegaan en dat moet je niet doen”, zei hij vandaag. Veel nuchterder kon hij zijn verlies niet onder woorden brengen, maar we zouden hem zo graag eens het tegenovergestelde horen relativeren. Het gebeurt niet. Ook dit jaar niet.