En alweer viel Robert Gesink in de Tour

Een massale valpartij in rit zes van de Tour de France en Robert Gesink lag ertussen. Is het toeval dat ’s lands beste ronderenner weer valt? „Het is een soort Russisch roulette.”

Vier keer startte Robert Gesink in de Tour de France, drie keer zag hij door een valpartij zijn hoop op een topklassering vervliegen. Op de brede asfaltweg D14, vlak voorbij Les Baraques, sloegen vrijdag in de zesde etappe tientallen renners met een snelheid van tegen de zeventig kilometer per uur tegen de grond. Ook Gesink lag erbij. De pijn viel mee, maar met 3.30 minuut achterstand op ritwinnaar Peter Sagan bereikte hij de finish in Metz. In het klassement zakte de Rabokopman naar de 51ste plaats. „Het podium kunnen we vergeten”, zei ploegleider Adri van Houwelingen.

Gesink en vallen in de Tour – het lijkt onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij zijn debuut in 2009 moest de beste Nederlandse klassementsrenner opgeven na een polsbreuk in de vijfde rit. Na zijn mooie vijfde plaats een jaar later, in 2011, lag Gesink de eerste dag al op de grond. En na een harde val in rit vijf van hetzelfde jaar haalde de klimmer uit Varsseveld nooit meer zijn topniveau. Als 33ste bereikte hij Parijs. Dat kwam hem op stevige kritiek te staan. „We moeten werken aan zijn mentale weerbaarheid”, zei Rabo-directeur Harold Knebel.

Is het toeval dat Gesink, net hersteld van een beenbreuk na een val in de training, gisteren weer op de grond lag? „Het liep als een trein, we zaten gewoon van voren”, zei hij na afloop bij de ploegbus in Metz. „Er was niets aan de hand, het was droog. Er haken er een paar in elkaar en daar liggen we.” Toeval dus.

De laatste jaren wordt de eerste Tourweek steeds vaker ontsierd door massale valpartijen. In de belangrijkste wedstrijd van het jaar willen teveel renners tegelijk vooraan rijden. Vorig jaar vielen kanshebbers als Bradley Wiggins en Jurgen Van den Broeck binnen een week uit. „De Tour is de akeligste wedstrijd van het jaar”, zei Gesink al in de aanloop naar deze Tour. „Met 60 man rijden waar plek is voor 20, dan krijg je onvermijdelijk valpartijen. Het wordt een soort Russisch roulette.”

De Rabokopman liet zich niet aanpraten dat hij vaak valt. „Ik val juist helemaal niet vaak. Vergelijk dat maar met de andere kanshebbers, dat ontloopt elkaar niet veel.”

Angst? „Vallen is een onderdeel van de job. Je zou eens moeten bijhouden hoe vaak je per jaar valt. Maar als je er teveel aan gaat denken, fiets je hier niet lekker meer. Je leert als wielrenner dat je dat weg stopt. ”

Opvallend opgeruimd begon Gesink aan de Tour. Zo kriegel als hij vorig jaar werd van de kritiek, zo relaxed was hij nu, na goede prestaties in de Rondes van Californië (winst) en Zwitserland (vierde). In de eerste ritten reed hij attent voorin. De Raboploeg leek een goed tactiek te hebben in het gewring van het peloton. De ‘Maartens’ Tjallingii en Wynants loodsten als persoonlijk adjudant de kopmannen Gesink en Bauke Mollema naar voren. En reden niet te dicht bij elkaar om zo het risico bij onvermijdelijke valpartijen te spreiden.

Het plan werkte, maar de grote en sterke Tjallingii viel na rit drie uit met een gebroken heup. Bram Tankink nam diens rol als ‘ bewaker’ van Gesink over. Meer dan de helft van het peloton kon vrijdag niet ontkomen aan de valpartij. Ook wereldkampioen Mark Cavendish, Giro-winnaar Ryder Hesjedal en favorieten als Alejandro Valverde en Frank Schleck verloren veel tijd. Wout Poels, kopman van Vacansoleil-DCM, moest opgeven. Bij de Raboploeg viel Wynants uit en verloren naast Gesink ook medekopman Mollema en debutant Kruijswijk tijd.

Sportkatern, pagina’s 4-7