Een pragmatisch filosoof in de Eerste Kamer

Foto Chris Keulen

Als professor was Bertus de Rijk au coeur nog steeds de leraar. Het mocht gezellig wezen, maar het moest wel stil zijn. Hij straalde een natuurlijk gezag uit, waardoor je niet durfde af te kijken, ook al lag het boek vóór je op tafel.

De Rijk was voorbestemd om priester te worden. Hij ging naar het kleinseminarie te Helmond en het grootseminarie te Bergen op Zoom, dat hij in 1943 moest verlaten toen het door de Duitse bezetters werd gevorderd. Na de oorlog studeerde hij in Utrecht klassieke talen. Hij promoveerde in 1952 op Aristoteles’ categorieënleer en legde de fundamenten voor zijn ‘semantische methode’. De Grieken geloofden in harmonie tussen taal en werkelijkheid. Op grond daarvan meende De Rijk dat de Grieken door taal te analyseren tegelijkertijd de werkelijkheid bestudeerden.

Na zijn studie werd hij leraar klassieke talen te Amersfoort. Jaren later waren zijn leerlingen, onder wie politica Ria Beckers, nog steeds opgetogen over ‘hun’ leraar. Tijdens zijn leraarschap stortte De Rijk zich op de middeleeuwse wijsbegeerte. Tot dan toe een katholiek gekleurd vakgebied over God en metafysica, maar De Rijk richtte zijn aandacht op de logica, in het bijzonder die van zijn grote voorbeeld Abélard. Uit kloosters en bibliotheken in heel Europa diepte hij handschriften op en ontsloot een heel nieuw onderzoeksterrein, waarmee hij internationale faam verwierf. Zijn werk was een inspiratiebron voor De naam van de roos van Umberto Eco. Hij was acht jaar hoogleraar te Nijmegen en daarna te Leiden.

Vanaf 1956 nam de politieke pragmaticus De Rijk zitting in de Eerste Kamer voor de PvdA. Zijn hoogtepunt beleefde hij als vicevoorzitter, toen hij dikwijls bij representatieve gelegenheden voorzitter Steenkamp mocht vervangen. Met trots vertelde hij dat filosoof-president Julius Nyerere van Tanzania hem kende, want enige ijdelheid was hem niet vreemd, evenmin als zelfspot. Zijn geheime ambitie was nog eens minister van Onderwijs te worden, maar de oud-katholiek De Rijk en de ex-gereformeerde Den Uyl, verdroegen elkaar slecht. Wel speelde hij een belangrijke rol in de discussie in de jaren tachtig over hervorming van de filosofiefaculteiten. Op het gerucht dat hij de toenmalige minister van Onderwijs Deetman adviseerde, reageerde hij met: „Ik ben, om dat recht te zetten, géén adviseur van de minister in de zin dat mij ooit iets is gevraagd. Ik heb gesproken zónder dat mij iets werd gevraagd.”

Na zijn emeritaat publiceerde De Rijk een dikke monografie over, opnieuw, de categorieënleer van Aristoteles. Ook schreef hij twee boeken over religie als reactie op het in zijn ogen wat dommige radicale atheïsme. Tot zijn teleurstelling werden die nauwelijks opgemerkt, misschien omdat zijn ‘gematigd atheïsme’ – niet in God geloven, maar wel ruimte laten voor religiositeit – zo aannemelijk is. Bertus de Rijk overleed op 30 juni, 87 jaar oud.