De Grote Kindervakantiepuzzel

Voor gescheiden ouders kan de vakantieplanning een crime zijn – en voor de kinderen. „Mijn ex wil drie weken naar Duitsland, Zwitserland en Italië. Dus bij mij hebben ze pyjamadagen.”

Voor de grote vakantie is het elk jaar extra druk in de praktijk van familierechtadvocaat Eveline van der Schraaf in Hilversum. Wat er fout zit tussen gescheiden ouders borrelt juist dan op. „Het verdriet, de boosheid, de machtsspelletjes vertalen zich in gedoe over de vakanties.”

Alles wat denkbaar én onvoorstelbaar is komt langs. Moeders die weigeren het paspoort van de kinderen aan hun ex te geven, om een buitenlandse reis te dwarsbomen. Vaders die hun kinderen afzetten met koffers vol vuile was. Een kind dat de musical van groep 8 moet missen omdat de kinderen van papa’s vriendin alleen die week weg kunnen. „En vorige week werd ik nog gebeld door een moeder die via een kort geding wil voorkomen dat haar ex hun jonge kinderen, kleuters nog, alleen naar Engeland laat vliegen.”

Sinds 2009 zijn scheidende ouders wettelijk verplicht een zorgplan op te stellen waarin ook de vakanties worden geregeld. Alles kunnen ze vastleggen, tot het maximaal af te leggen aantal kilometers en buitenlandse bestemmingen aan toe, maar het hoeft niet. „Hoe korter het plan, hoe beter meestal het contact tussen de ouders”, zegt de scheidingsadvocaat.

Een gebruikelijke constructie: drie weken bij de ene ouder en de tweede helft van de zomervakantie bij de ander. Maar dat lukt niet altijd. Soms zijn de werkschema’s te ingewikkeld. Soms komen er nieuwe partners in beeld. Soms hebben die partners ook kinderen en een ex. En als die stiefkinderen ook nog in een andere regio naar school gaan, wordt het een Logikwis met vijf sterren.

Het belang van het kind staat natuurlijk voorop, zegt iedere ouder. De belangrijkste taak van de scheidingsadvocaat is de exen „uit hun partnerrol te halen en in de ouderrol te krijgen”. Maar waarom zijn er dan kinderen die op zaterdag met mama terugkomen uit Zuid-Frankrijk terwijl ze de volgende dag dezelfde 1.350 kilometer nog eens afleggen met papa? Kunnen ze niet bij een Autogrill langs de Franse A31 van auto en ouder wisselen? Van der Schraaf: „Sommige ouders zijn te bedonderd om iets te regelen, zij blijven over de rug van het kind doorvechten.”

Anne Kooijman is kinderpsycholoog in Wassenaar en kent alle variaties op het thema. Ze wil eerst gezegd hebben dat er gelukkig „heel veel lieve, verstandige ouders” zijn. Maar wat ze ook hoort: „Twee weken met pap naar de Veluwe, nog een week met hem naar Italië, dan nog naar Frankrijk met mama en haar nieuwe vriend en diens kinderen. Allemaal goed bedoeld, maar het is zo véél.” De kinderen heeft Anne Kooijman in 33 jaar praktijk niet wezenlijk zien veranderen, maar de wereld waarin ze leven wel. „Ouders werken meer, en dat wordt gecompenseerd met elke vakantie een buitenlandse reis, en soms wel twee keer wintersport. Vaak willen die kinderen helemaal niet zo lang, zo ver en zo vaak. Maar ouders drijven hun zin toch door. ‘Lijkt het je leuk om met dolfijnen te zwemmen?’ Ja, natuurlijk. Dat daar twee weken Curaçao aan vast zitten, horen ze daarna pas.”

Ouders nemen ook sneller hun nieuwe partner mee op vakantie, ervaart Kooijman. „Kinderen willen hun ouders niet teleurstellen , dus ze klagen niet. Maar ik hoor natuurlijk wel hoe ze de autosleutels van de stiefvader in de sloot gooien, of een inktvlek in de jurk van stiefmoeder maken.”

Lummelen

Kooijman raadt gescheiden ouders aan om met de kinderen alleen op vakantie te gaan. „Lekker samen lummelen”, zegt ze. „Heerlijk vinden ze dat.” En dan alleen, niet met die nieuwe partner in een tent verderop: „Het stel spreekt af dat ze elkaar heel af en toe zien. Maar eenmaal op de camping zitten ze elke avond samen te barbecuen. Verliefde ouders zeggen dat ze het belang van het kind vooropstellen, maar de praktijk is vaak anders.”

Elk jaar maken 50.000 tot 60.000 kinderen mee dat hun ouders gaan scheiden, schreef het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2005. Van de gescheiden ouders deelt 20 procent de opvoeding in co-ouderschap, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. In 2000 was dat 5 procent.

Het goede nieuws van co-ouderschap is dat er in elk geval contact is tussen beide ouders. „Steeds meer mensen investeren in communicatie”, zegt Corrie Haverkort van Nieuw Gezin Nederland, stichting voor stiefgezinnen. „Vaak gaat het de eerste periode goed. Maar als een van beiden een nieuwe partner krijgt, komen ouders soms de afspraken in het ouderschapsplan niet langer na. Vijftien, twintig jaar geleden, toen kinderen na een scheiding meestal bij hun moeder bleven, waren de vakanties overzichtelijker en rustiger voor de kinderen. Ik wil absoluut niet terug naar die tijd, een nieuwe partner vraagt, terecht, ook aandacht. Zolang dat maar niet ten koste gaat van de kinderen.”