De etende mens gefileerd

Een visstick in een vitrine en een porseleinen plofkip. De tentoonstelling ‘De Etende Mens’ laat bezoekers op een andere wijze naar eten kijken.

Waarom heeft een visstick een rechthoekige vorm? Foto Honey & Bunny

De ponti is een knaagdier dat in holen leeft in gedoofde vulkanen op Hawaï. Die holen graaft hij met zijn stevige staart; met zijn voortanden knabbelt hij as en lavasteen van de kraters af. Door dat dieet heeft het vlees een natuurlijke rooksmaak, en de staart leent zich prima als stokje voor finger food op recepties.

De ponti is – net als de biccio waar je gestreep- te sashimi van kunt maken en de sapicu die zoetig dessertvlees levert – een fantasiedier, uit onvrede bedacht door eetontwerper Marije Vogelzang. Waarom moeten vleesvervangers er als vlees uit zien, vroeg ze zich af, daar trapt toch niemand in? Dan liever fantasievlees van fantasiedieren.

Vogelzang is samen met ontwerper Koos Flinterman curator van De Etende Mens in het Designhuis in Eindhoven. De rijkgevulde tentoonstelling is een initiatief van Premsela, Nederlands Instituut voor Design en Mode. Vogelzang toont werk van zo’n vijftig ontwerpers en kunstenaars uit binnen- en buitenland die zich met eten bezighouden, met de herkomst en de productie ervan en vooral met het denken erover. Er wordt gekieteld en gepreekt, er wordt een beroep gedaan op zowel de zintuigen als het gevoel voor humor en af en toe krijg je een vuistslag in het gezicht.

Het eten dat de industrie produceert is allemaal nauwkeurig ontworpen, en moet qua vorm aan uitvoeriger en strengere eisen voldoen dan een stoel of een horloge. Het Oostenrijkse duo Honey & Bunny legt daarom een eenzame visstick, drie Magnums en een dakpansgewijze uitstalling van Pringles als kunstwerkjes in vitrines. „Het zijn designobjecten”, zegt Sonja Stummerer (Honey), „die een plaats verdienen in de permanente collectie van het Museum of Modern Art.”

De jonge kunstenaar Artúr van Balen kent waarde toe aan iets wat per definitie zo goedkoop mogelijk is: de plofkip. Hij kocht er een in de supermarkt en goot die 82 keer af in porselein. „De plofkip is een uiterst efficiënt gemaakt massaproduct, deze porseleinen kip is juist handgemaakt en duur.” Maar ook die zit gevangen in de legbatterij. In slagorde liggen ze op tafel met z’n allen identiek te glanzen, alle 82 buikholtes een obsceen leeg gat.

Eten is geur, is emotie en gezelligheid – kijk maar naar de aaibare groenten van textiel die Scholten & Baijings hebben gemaakt en die helaas onbereikbaar in een vitrine liggen. Maar eten is ook economie en in toenemende mate technologie. Dat kan doe-het-zelftechnologie zijn, zoals de kratten met gewassen onder led-groeilampen die de benedenverdieping van het Designhuis vullen. Of de ‘aguaponics-toren’ van de Amsterdamse kunstinstelling Mediamatic: in deze torens worden planten en vissen samen gekweekt, de afvalstoffen van de vissen dienen als mest voor de planten. De Mediamatic-medewerkers lopen trots rond met T-shirts met ‘boer’ erop.

Bij het NanoLab van de TU Eindhoven gaat de technologische zoektocht naar nieuw eten nog veel verder. Proteïne vermomd als fruit, in-vitrovlees (kweekvlees uit een bioreactor) – het lijkt alsof het al bestaat. Student Alberto Guarin zag de wetenschap worstelen en bedacht dat het maken van kweekvlees makkelijker zou zijn als je niet een hele plak hoefde te maken, maar alleen een draadje. Maar wat zou je daarmee kunnen doen? Guarin leerde zichzelf breien en heeft een handwerkje afgeleverd met de structuur van gedraaid gehakt.

Zeugen en biggen

Hoe langer je rondloopt tussen al die soms geestige, soms bedachtzame werken in De Etende Mens, hoe meer je je realiseert dat de verhouding tot ons eten voor een belangrijk deel wordt bepaald door wat we ervan zien. Niet zien is niet weten. En we zien er bijna niets van, het eten ís er gewoon.

Voor zijn afstuderen aan de Design Academy maakte Tomm Velthuis een varkensboerderij uit de bio-industrie in de vorm van speelgoed, met houten zeugen en biggen. Maar ook met een tang voor de staarten, een vijl voor de tanden en een scheermes voor de ballen. „Speelgoed lijkt lief en aardig”, zegt Velthuis, „daarom is het juist een goede drager van het tamelijk schokkende verhaal van hoe we met ons toekomstige vlees omgaan.”

We zien de plofkippen en de kiloknallers pas als ze op ons bord liggen, de koddige mismaakte groenten met hun wulpse uitsteeksels en vergroeiingen passen niet in de gestandaardiseerde verpakkingen en bereiken de winkel niet. Kweker Arie Oppers voert ze af naar zijn ‘groentenweeshuis’ voor verkoop aan huis; de Duitse kunstenaar Uli Westphal maakt een prachtige portrettengalerij van deze mutatoes zoals hij ze noemt. „Het zijn de laatste overblijfselen van landbouwkundige plasticiteit.”

Met haar tafelservies laat ook Marre Moerel ons kijken naar dierlijke dingen waar we liever het hoofd van afwenden. Zij woonde een aantal jaren in Spanje en merkte dat alles van het dier daar wordt gebruikt, zonder afkeer. Om die onderdelen van het slachtvee ons blikveld weer in te loodsen maakt ze voorraadbussen van afgegoten poten, een dekschaal van de twee helften van een koeienlever. Het peper en zoutstel? De ballen van de stier.

Soms is de knipoog helemaal weg. Voor hun project Hungry Planet reisde het duo Peter Menzel en Faith d’Aluisio naar 24 landen om gezinnen te fotograferen met voor hen uitgespreid de mondvoorraad voor een week. De schamele zakken linzen en bonen van de Afrikanen naast de pizza’s als wagenwielen en de wolkenkrabbers van colablikjes van de Amerikanen – echt verrassend is het niet, wel confronterend. Net als de laatste avondmalen van ter dood veroordeelden die de Amerikaanse kunstenares Julie Green op papieren bordjes schildert; op de video ernaast leest ze de menu’s voor. De ene wil doorvoed naar het hiernamaals, met kip, frites, koffie en koteletten; veel ondraaglijker zijn de bordjes met ‘no final meal request’.

Buiten op het terras van het Designhuis geurt het heerlijk naar barbecue. Daar is-ie weer, de ponti, nu met een licht krokant korstje en inderdaad, een rooksmaak. In de auto terug is er maar één vraag: wat eten we?

De Etende Mens t/m 30 sept. in het Designhuis, Eindhoven, www.designhuis.nl. Op 21 juli, 25 aug. en 29 sept. worden er om 16:00 uur films vertoond met aansluitend sprekers, workshops en diners.