Column

Consuminderen? Dat moet je dapper in je eentje doen

Er wordt gesteld dat de crisis deels komt doordat consumenten (wij allemaal dus) op ons geld blijven zitten en niet een goed werkend mobieltje inruilen voor de duurste smartphone. Moeten wij inderdaad de economie stimuleren door consumptie, met alle nadelige milieugevolgen van dien? Of moeten we met zijn allen wennen aan consuminderen?

Moeten we consumeren of consuminderen? Vreemde vraag eigenlijk, want een mens moet qua consumptie helemaal niks. En toch consumeren velen – crisis of niet – tot het uiterste. Het verlangen daarnaar zit ontzettend diep. Volgens evolutionair psychologen wil de mens, net als elk ander wezen, vooral twee dingen: overleven en voortplanten.

Dit maakt het een halszaak om beter dan een ander te zijn. In onze consumptiemaatschappij behelpen we ons met luxeproducten. Een sportauto, designkeuken, mobiel speeltje, botoxinjectie of verre vakantie zijn uithangborden van onze identiteit. Je denkt dat je ze koopt omdat je niet zonder kunt. Maar in feite pronk je met je kwaliteiten, zoals een pauw met veren. Dat heet demonstratieve consumptie.

Onze markteconomie drijft op demonstratieve aankopen – ook nu. De evolutie laat zich immers niet stoppen door een smallere portemonnee. Trouwens, hoe onwilliger de consument des te gewiekster de verkoper. Hebzucht, angst en kuddegedrag worden – via de nieuwste marketinginzichten – genadeloos opgewekt en uitgebuit. Veel mensen zouden minder moeten shoppen en minder moeten lenen, maar daarmee groeit hun statusangst. Dat is de vrees minder voor te stellen zonder materiële luxe. Daarom hopen veel consuminderaars dat iedereen met hen mee gaat doen.

Dat zou steengoed nieuws zijn voor het milieu, de toekomst, de aarde en de financiële gezondheid van burger en staat. Maar de markt is uit op winstmaximalisatie, de overheid wil economische groei, en veel burgers blijven via consumptie tonen hoe bijzonder ze zijn. Daarom zal de markteconomie doordenderen, crisis of niet. We gaan echt niet ‘met zijn allen’ consuminderen. Dat zal je dapper in je eentje moeten doen. Via biologisch voedsel, fair trade-producten, fietsen in plaats van autorijden, minder vliegreizen, groen stemmen et cetera. Zo verbeter je een klein beetje de samenstelling van ons bruto binnenlands product (bbp).

De gebreken van die maatstaf formuleerde niemand duidelijker dan de voormalige Amerikaanse senator Robert Kennedy: „Het bruto binnenlands product omvat de vernietiging van de cederwouden en de dood van Lake Superior. Het neemt toe met de productie van napalm en raketten en kernkoppen. Het houdt geen rekening met de gezondheid van onze gezinnen, de kwaliteit van het onderwijs of het genoegen dat we aan spelen beleven. Het is net zo onverschillig voor de properheid van onze fabrieken als voor de veiligheid van onze straten. Het telt niet de schoonheid van onze poëzie mee of de kracht van onze huwelijken, noch de intelligentie van het publieke debat of de integriteit van ambtenaren... het meet kortom alles, behalve dat wat het leven de moeite waard maakt.”