Als interim-astronaut bij Seun Kuti

Seun Kuti met danseressen op het podium in de Maas. Foto Koen Smeets

De afrobeat van Seun Kuti en zijn Egypt 80 moet je beleven. Voel het ritme. Dansen moet je. Opgaan in de stroom van over elkaar gevlijde en verknoopte ritmes. Dan komt de euforie vanzelf.

Van mij hadden ze de hele avond mogen doorgaan. Seun Kuti, de jongste zoon van afrobeatpionier Fela Kuti, is hoeder van de erfenis die zijn vader hem heeft nagelaten. Het meest concreet in de samenwerking met de band van zijn vader, Egypt 80, die hem nog grotendeels in de originele bezetting vergezeld.

De 29-jarige Nigeriaan speelde en zong een mix van eigen en Fela´s nummers, in de lange versie die bij het genre horen. Na een uur waren ze, schat ik, vier nummers verder – de songstructuur is ondergeschikt aan de constante stuwing, steeds voorwaarts moet het.

Elf, en later twaalf man begeleidden Seun, onder wie één drummer en vier man op percussie, met slaghout, djembé, trommel en ratelende kalebas. Met de drie blazers kon hij sparren, vragen en schetterend antwoord geven, en zijn sax laten waaien en stormen, alles in dienst van de beat.

Die afrobeat is net als house gericht op trance, op het in vervoering brengen van de luisteraar. En dan kan het, als je het jezelf toestaat op te gaan in de gelaagde ritmes, dat je de golven in jezelf omhoog voelt slaan. Hoger en hoger, tot je als het ware door de ruimte zweeft, voor de duur van het nummer een interim-astronaut.

Zo ging het in Mr. Big Thief, een aanklacht van Seun Kuti tegen de voormalige president Olusegun Obasanjo. Halverwege hield Kuti, begin dit jaar actief in de Occupy-beweging, ook nog een pleidooi voor de vrije verspreiding van marihuana. Maar daarna ging het weer door met een waterval aan ritmes, met deze ‘originele Afrikaanse muziek’, zoals hij het noemde. Het keurige overhemd ging uit en met zijn twee bevallige danseressen gaf hij het goede voorbeeld met een uitbundige, hoekige dans. En wij dansten mee.