Alleen voor mijn vader ben ik gebleven

Hoe win je op de Spelen? Zwemkampioen Pieter van den Hoogenband sprak met Nawal El Moutawakel, de eerste moslima die olympisch goud won. Ze was in topvorm en volop in training toen haar vader overleed. „Ik liep elke dag met woede in mijn lijf.”

Pieter van den Hoogenband is onder de indruk als Nawal El Moutawakel het verhaal achter haar gouden medaille vertelt. Het kostte hem bloed, zweet, tranen én de revalidatie van een herniaoperatie om drie olympische zwemtitels binnen te slepen. Maar de tegenslagen die de Marokkaanse atlete moest overwinnen, logen er ook niet om, vooral op het persoonlijke vlak. Met als dieptepunt dat ze maanden onwetend werd gehouden over de dood van haar vader.

Als oud-sporter voelt Van den Hoogenband direct verwantschap met deze Marokkaanse, met wie hij voor deze krant een exclusieve ontmoeting heeft in Londen. Om met het oog op de naderende Olympische Spelen inzicht te verschaffen in dat delicate proces achter een gouden medaille.

Het verhaal van El Moutawakel begint in 1983, in de eerste week van haar verblijf in de Verenigde Staten, waar zij een beurs had gekregen aan de universiteit van Iowa. En niemand die haar durfde te vertellen dat haar vader was overleden, zelfs de broer niet die speciaal overkwam om haar de onheilstijding te brengen. Pas na drie maanden las El Moutawakel in een brief die haar broer had achtergelaten wat de reden van zijn bezoek was geweest. Hij kon het niet opbrengen. Onder zachte dwang van haar trainers bleef ze in de VS, maar het intense verdriet doet haar, bijna dertig jaar later, nog pijn.

El Moutawakel richtte zich op, werd olympisch kampioen en is nu een vooraanstaand lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Gefluisterd wordt dat de 50-jarige Marokkaanse kandidaat is voor de opvolging, volgend jaar, van Jacques Rogge als voorzitter. Het bewijst dat Nawal El Moutawakel bij het IOC in het centrum van de macht staat.

Hoe symbolisch. Voorafgaand aan de Spelen spraken de twee olympisch kampioenen elkaar in de olympische stad Londen. Op verzoek van Van den Hoogenband (34), die veel respect heeft voor de eerste moslima die goud won op de Spelen en nu een van de machtigste sportbestuurders ter wereld is. Dat moet een bijzondere vrouw zijn. En een gedreven vrouw. Maar vooral een vrouw om beter te leren kennen.

Wat bewoog een jong meisje in de jaren zeventig te gaan hardlopen in een land met de beperkingen van islamitische voorschriften? Een sterke innerlijke, sportieve drang, ingegeven door liberale ouders (vader judode en moeder volleybalde), maar vooral door de vijf broers en zussen die allen van hardlopen hielden.

Alles verkeerd

Of El Moutawakel door haar vader werd gecoacht, wil Van den Hoogenband weten.

„Nee joh, ik klom in mijn geboortestad Casablanca stiekem over het hek van het atletiekstadion om in mijn eentje rondjes te lopen. Maar ik trainde ook vaak in een park, waar ik op zaterdag steevast werd gadegeslagen door een man die met zijn vrouw en kinderen een wandeling kwam maken. Na zo’n drie maanden sprak hij me aan en zei: ‘Ik ben Jean François, een Fransman die Arabische les geeft, en ik heb een achtergrond als atletiekcoach. En ik zeg je: je doet alles verkeerd. Je moet relaxed en met grotere passen lopen.’ Hij werd mijn persoonlijke coach. Vorig jaar vierden we onze dertigjarige vriendschap. Hij is een uniek mens. Iemand die mijn leven mede heeft ingericht en ook mijn persoonlijkheid heeft beïnvloed.”

El Moutawakel koos voor de 400 meter horden, wat destijds doorging voor een ‘mannelijk’ nummer. Geen voor de hand liggende keus dus. Maar El Moutawakel ontdekte ook pas tijdens de training dat ze aanleg voor hordenlopen had. „Ik liep technisch heel slecht en van François moest ik over horden lopen om mezelf tot langere passen te dwingen. Het bleek een discipline die me lag. En een nummer dat bij de Spelen van 1984 in Los Angeles voor vrouwen voor het eerst op het programma stond.”

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ‘Los Angeles’ werd geboycot door de Oostbloklanden, als reactie op de boycot van de Spelen in Moskou door de VS en bevriende landen, vier jaar eerder. El Moutawakel miste de concurrentie van de sterkere loopsters uit de toenmalige DDR. Daar staat tegenover dat de Marokkaanse in 1980 zelf het slachtoffer van de boycot was. Want Marokko steunde de Amerikanen. „Ik weet nog hoe erg ik dat vond. Het zouden mijn eerste Spelen worden. Ik had ernaar uitgekeken. Toen ik niet mocht, heb ik ontzettend gehuild.”

Vier jaar later in Los Angeles bekroonde El Moutawakel haar doorzettingsvermogen met de gouden medaille, hoewel ze zich daar vooraf niet toe in staat had geacht. Ze liet zelfs een traan, omdat ze vriendin Judi Brown (zilver) in haar eigen stad had verslagen. „Ja, dat is heel dubbel. Natuurlijk wilde ik graag winnen, maar ik wilde niet dat Judi verloor.”

Haar belangrijkste overwinning heeft El Moutawakel mede te danken aan een mentaal trucje van haar coaches Pat Moynihan en Ron Renkoin in Iowa. „Die riepen me de avond voor de finale bij zich en vroegen me op een stoel te gaan staan en het Marokkaanse volkslied te zingen. ‘Beeld je in dat je in een stadion staat met 80.000 toeschouwers. En zing, want jij gaat morgen winnen.’ Ik vond het gênant, want dat past niet bij mijn culturele achtergrond. Het was erg Amerikaans. Maar ik deed uiteindelijk wat ze vroegen en zong het volkslied. Uit volle borst. Achteraf was het een goede voorbereiding. Waarna die 54 seconden op de atletiekbaan mijn leven compleet veranderden.”

Jouw jaar

Diezelfde coaches hadden er ook voor gezorgd dat El Moutawakel in Iowa bleef, nadat de dood van haar vader drie maanden geheim was gehouden. Ze heeft er mede de gouden medaille aan te danken, denkt de oud-atlete. Maar als het aan El Moutawakel had gelegen, was ze onmiddellijk teruggekeerd naar Marokko. „Ze hadden me mijn paspoort afgetroggeld, zodat ik niet kon vluchten. ‘Het is beter dat je blijft’, zeiden ze. En ik: ‘Maar ik kán niet blijven.’ Zij: ‘Maar dan is alles voorbij. Je moet goed nadenken. Dit is jouw jaar, je bent in de vorm van je leven. Wij helpen je.’ Alleen voor mijn vader ben ik gebleven. En mijn coaches hebben me door de rouwperiode heen geholpen. Maar het was zwaar. Ik heb dagenlang gehuild. En ik liep elke dag met woede in mijn lijf. Op het podium met het goud om mijn nek vloeiden de tranen weer. Vanwege mijn vader. Ik vond het rampzalig dat hij me niet heeft zien winnen.”

Want het was een grote stap voor een Marokkaanse vader om zijn zeventienjarige dochter uit te zwaaien voor een reis waarvan hij de bestemming niet kende. El Moutawakel: „Hij had geen idee waar Iowa lag. ‘Dit is het grootste offer van mijn leven. Ik had dit niet moeten doen’, zei hij bij mijn vertrek. Eenmaal in het vliegtuig dacht ik maar één ding: ik moet hard studeren en hard lopen. Voor hem.”

Van den Hoogenband vertelt El Moutawakel hoe speciaal hij het vindt dat zij haar beste prestatie op het belangrijkste moment in haar loopbaan heeft geleverd. „Dat had ik bij de Spelen van Sydney”, zegt hij tegen haar. „Ik wist dat ik zou winnen, zoveel zelfvertrouwen had ik. En ik zwom mijn beste race in de finale. Hoe is u dat gelukt?”

El Moutawakel: „Mijn coaches hebben me er mentaal van overtuigd, door voortdurend te herhalen dat ik kon winnen, dat ik de beste was. Ik schaamde me voor zoveel zelfverzekerdheid. Maar diep van binnen dacht ik wel: waarom niet?”

En hoe deed jij dat, wil El Moutawakel van de voormalig zwemmer weten.

Van den Hoogenband: „Ik visualiseerde mijn race, steeds opnieuw. Ik wilde in 2000 als eerste zwemmer op de 100 meter vrije slag de grens van 48 seconden doorbreken. Ik zei tegen iedereen die het horen wilde: kom naar het zwembad, want ik ga wat laten zien. Ik wilde iedereen tonen dat ik in vorm was. Ik vind dat een sporter op het belangrijkste moment zijn sterkste race moet laten zien. Het voelde geweldig dat ik daartoe in de olympische finale in staat was.”

Minister van Sport

El Moutawakel was pas 23 jaar toen ze haar loopbaan moest afbreken. Omdat haar knieën niet langer op topsportniveau belast konden worden. Ze werd vervolgens regelmatig gevraagd haar levensverhaal op congressen te vertellen. Als voorbeeld voor velen, maar vooral voor vrouwen. Want El Moutawakel voelde zich vaak onrechtvaardig behandeld. Zo is ze een voortrekker van vrouwenrechten in de sport geworden. „Ik ben twee keer minister van Sport in Marokko geweest en heb ertoe bijgedragen dat de situatie voor de sportende vrouw in Marokko is verbeterd. Gymnastiek op scholen is nu verplicht voor jongens én meisjes. Maar ook is de financiële beloning voor olympische medailles aangepast. Mannen en vrouwen krijgen dezelfde bedragen: voor goud 100.000 dollar, voor zilver 60.000 dollar en voor brons 30.000 dollar. Nee, zelf heb ik weinig in mijn loopbaan verdiend. Hooguit 100 dollar voor een overwinning. Het maakte me niet uit, want ik deed het uit liefde voor de sport. Maar ik vond het wel onrechtvaardig dat tegenstanders soms 10.000 dollar ontvingen.”

Vanuit het circuit van congressen en de politiek trad El Moutawakel in 1998 toe tot het IOC. De Marokkaanse is lid van de executive board, het hoogste bestuursorgaan binnen het IOC. Daarin heeft ze indruk gemaakt als een bekwaam bestuurder. Dat beeld bevestigde ze in haar rol als voorzitter van de inspectiecommissie van kandidaatssteden voor de Olympische Spelen. Het beste bewijs voor haar vooraanstaande positie was vervolgens haar aanstelling als voorzitter van de commissie die toezicht moet houden op de organisatie van de Spelen van 2016, in de Braziliaanse stad Rio de Janeiro.

El Moutawakel is gerijpt als IOC-lid en klaar voor het eventuele voorzitterschap. Bijna niemand in bestuurlijke kringen die aan haar capaciteiten twijfelt. Maar of de IOC-leden in meerderheid boven hun conservatisme kunnen uitstijgen door een vrouw én moslima als leider te kiezen, dat is de grote vraag.