Je moet oproer blijven kraaien

Piet Gerbrandy (Den Haag, 1958) is dichter, classicus en poëziecriticus. Hij doceert Latijnse letterkunde en schrijft mee aan een opera over Julian Assange. Een gesprek over de Romeinen van nu, de noodzaak van kleine letteren en over vrouwen. „Mannen hebben vaak zoveel omwegen nodig. Vrouwen begrijpen beter waarom we hier op aarde rondlopen.”

Winterswijk

„Ik woon 29 jaar in Winterswijk. Winterswijkers hangen erg aan hun dorp. Ze komen altijd terug, ook al werken ze heel ver weg. Het is de navel van de wereld. Iedere zaterdag is er markt, de voertaal is dan Duits. Maar culturele uitwisseling is er amper. Duitsers, daar ben je beleefd tegen omdat ze dingen kopen.

„Bij toeval kwam ik hier terecht. Ik kreeg als dienstweigeraar hier een vervangingsbaan als leraar klassieke talen. Hier heb ik ook de kinderen grootgebracht, ze bleven bij mij na de scheiding. Ik was de enige vader op het schoolplein. In dit dorp blijf je een buitenstaander, je bent niet van hier. Dat betekent dat je niet hoort wat er omgaat. En daar heb ik ook geen behoefte aan.

„Nu heb ik het huis te koop gezet. Ik kreeg genoeg van het reizen, vijf uur heen en terug naar mijn werk. Je krijgt het gevoel dat je in twee werelden leeft.”

Universiteit

„Zes jaar lang had ik tijdelijke contracten bij de Universiteit van Amsterdam als docent Latijnse letterkunde. Dit najaar wilden ze me ontslaan, samen met David Rijser met wie ik het Latijn voor mijn rekening neem. Twee nieuwe krachten moesten ons werk overnemen. Dat is in strijd met de cao en bovendien waren ons toezeggingen gedaan.

„We hebben met een advocaat bezwaar aangetekend. Uiteindelijk heeft de nieuwe decaan ingegrepen. We gaan nu samen met de Vrije Universiteit een masterprogramma aanbieden. Als je de krachten bundelt, heb je meer massa. Zij hebben voor komend jaar één aanmelding bij de eerstejaars, wij vijftien, al kunnen de aantallen nog flink veranderen.

„Ik snap dat de kleine letteren betaalbaar moeten blijven. Maar er zijn ook specialismen – kijk naar exotische talen als het Assyrisch – die je moet vasthouden ongeacht de vraag of er studenten zijn. Stop je daarmee, dan krijg je ze nooit meer terug. Je hebt een traditie opgebouwd van soms honderden jaren, een bibliotheek, expertise – dat moet je koesteren. Zoals je ook een Rembrandt koestert.”

Homo economicus

„Als ik hoor wat er in de Tweede Kamer wordt gezegd over onderwijs en onderzoek, heeft iedereen het alleen maar over geld en economische en technologische innovatie. Dat breekt een samenleving op den duur op.

„Alles wordt gemunt in economische termen. De homo economicus gaat boven alles. Daartegenover staat de Bildung. Het betekent dat je leert zelfstandig te denken, met als materiaal de intellectuele traditie van het Avondland. Daarmee kun je tegenwicht bieden aan de oppervlakkigheid die de wereld vergiftigt. Om te begrijpen hoe, heb je kennis van de traditie nodig.

„Bildung ligt onder vuur. Wat wordt vooral gehonoreerd door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek? Onderzoek waarvan de uitkomst vooraf al vaststaat. Dan weet je zeker dat een promovendus binnen vier jaar zijn project af krijgt.”

Vakbekwaamheid

„Tweeëntwintig jaar heb ik lesgegeven op de middelbare school. Kennisverwerving leek op den duur een vies woord te worden, het ging om vaardigheden. Er gingen lijstjes rond bij het schoolbestuur met de criteria voor een goede leraar. Vakbekwaamheid stond helemaal onderaan. Slimmere kinderen merkten dat je met een avondje googelen een werkstuk in elkaar kon zetten. Daardoor ontwikkelden zij een minachting voor kennis en wetenschap.

„Ik dacht: als ik hier nog langer blijf, dan krijg ik een burn-out of word ik een cynische oude zak die de kinderen gaat uitschelden. In een impuls heb ik acht jaar geleden ontslag genomen.”

Langstudeerboete

„Ik heb diepe bewondering voor mijn studenten. Ze zijn bevlogen, over het algemeen ijverig, en er zitten briljante figuren tussen, die studies als natuurkunde en klassieke talen combineren. Maar die groep wordt jammer genoeg kleiner met in het vooruitzicht een langstudeerboete en forse bedragen collegegeld die je voor een tweede diploma moet neerleggen.”

Kluizenaar

„Als ik mijn huis verkocht krijg, ga ik in de buurt van de zee wonen. Daar kom ik oorspronkelijk vandaan. Ik ben geen kluizenaar, maar ik voel me wel prettiger in een periferie. Ik moet er niet aan denken om tussen classici of dichters te wonen. Ik hoor niet thuis in de stad, op een kamertje vierhoog word ik fysiek ongemakkelijk. Er is een vorm van stilte en concentratie nodig, je moet een beetje leeg worden. Die rust zou ik in een stad nooit vinden.”

PvdA

„Ik houd mezelf als onderzoeker bezig met de late oudheid, de tijd dat het West-Romeinse Rijk in elkaar stort. De levensbeschouwelijke en religieuze verwarring die dan ontstaat, de demografische veranderingen, de economische problemen doen me vaak denken aan onze tijd. We zitten in een periode van transitie, het kapitalisme is een prangend vraagteken.

„Laatst sprak ik bij de Banning Werkgemeenschap van de PvdA, de christen-socialisten. Ze wilden in twintig minuten een overzicht van de politieke theorieën in de oudheid, ha ha. Ik heb ze een verhaal verteld over Plato, Livius en de Georgica van Vergilius. Omdat ik het belang én de valkuilen wilde laten zien van politiek bedrijven vanuit een duidelijke levensbeschouwing. Als je het terrein van de waarheid en het terrein van hoe we met elkaar moeten omgaan koppelt aan de macht, dan ligt het gevaar op de loer van een totalitaire samenleving zoals Plato die ontworpen heeft.”

Grootvader

„Als twee druppels water lijk ik op mijn grootvader, Pieter Gerbrandy. Hij zat bij de ARP, de partij van de mannenbroeders, en werd premier. Voor mij is hij vooral een verhaal. Bij ons thuis werd nauwelijks over hem gepraat. Mijn vader had een moeizame relatie met hem. Ik begrijp uit de biografie over De Geer, minister-president van het eerste oorlogskabinet, dat mijn grootvader na de oorlog een dubieuze rol heeft gespeeld in het veroordeeld krijgen van De Geer. Werkt Cees Fasseur niet aan een boek over mijn grootvader? Dat zal ik lezen.”

Omroepers van oproer

„We hebben in onze democratie grote behoefte aan omroepers van oproer. Je moet oproer willen kraaien, stennis blijven maken. En ik bedoel dan ideologische bevlogenheid. Voor de Occupy-beweging heb ik grote sympathie, voor de jongens en meisjes van de G500 en in zekere zin ook voor Julian Assange. Aan de diplomatieke briefwisseling die hij heeft gepubliceerd hebben mensen maar weinig. Maar dat er achter onze rug een heleboel dingen gebeuren die niet de openbaarheid halen, moeten we blootleggen. Je moet weten hoe je gemanipuleerd wordt, hoe je in de gaten gehouden wordt.

„Ik ben met componist Chiel Meijering bezig aan een opera. Ik schrijf een libretto, losjes gebaseerd op het verhaal van Orpheus en op dat van Dionysos en de Bacchanten. Daarin is de Orpheus-figuur lichtelijk geïnspireerd op Julian Assange. Het idee is dat Eurydice zich in het politieke systeem laat trekken terwijl hij probeert haar daar uit los te weken.

„Twee kanten wil ik laten zien: de dictatuur van de controle, de rekenmodellen, en de anarchie die daar tegenover staat en die ook nadelen heeft. De ratingbureaus hebben de macht gegrepen en politici kunnen niets meer beweren zonder het eerst te laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. Je krijgt een soort schijnobjectiviteit van hoe de wereld in elkaar zou zitten, terwijl het in de praktijk altijd anders uitpakt. Je geeft als het ware een deel van je soevereiniteit weg aan mensen die beweren dat ze deskundig zijn. Terwijl deskundigheid op belangrijke punten helemaal niet bestaat. ”

Vrouwen

„Ik heb het idee dat vrouwen beter begrijpen waarom we hier op aarde rondlopen en dat mannen vaak zoveel omwegen nodig hebben en zich met irrelevante dingen bezighouden. Mannen worden sterk gedreven door onbeheersbare emoties en impulsen, vrouwen hebben meer compassie. Het wordt hoog tijd dat we in Nederland een vrouwelijke premier krijgen. Ik denk dat we dan op een meer ontspannen manier met elkaar omgaan. Nu is de politiek vergeven van competitie.”

Liefde

„Aan de universiteit geef ik ook Middeleeuws Latijn. Ik wist er niks van, ik was een totale dilettant en nog steeds. Maar de Middeleeuwen blijken een buitengewoon dynamische tijd, met veel literair en filosofisch experiment. Neem De Amore, van Andreas Capellanus, uit de twaalfde eeuw, de vertaling heb ik bijna af. Een totaal krankzinnig, meerstemmig handboek over de liefde waarvan je geen moment weet of het serieus of ironisch is.

„Het is een van onze opdrachten aan de universiteit: duidelijk maken dat de traditie vele eeuwen na de klassieke oudheid minstens zo interessant blijft. Waarom stoppen in de zesde eeuw als je Latijn leest? Laat de tijd van een vaste canon in dit postmoderne tijdperk voorbij zijn.”