Wijzer na een half jaar op zee

Vliegende vissen ontleden en op bezoek bij indianen in Panama. En tussendoor gewoon les op vwo-niveau. „Ze is wel wat wijzer, redelijker.”

Een half jaar liet Liselet de Vries familie, vrienden en haar vwo 4-klas achter. Met een zeilschip voer ze naar de Caraïben. Ze beklom vulkanen, woonde een week in een indianendorp, leerde Cuba kennen. Eind april keerde ze terug. Na de zomervakantie gaat ze naar vwo 5.

Met de reis ‘School at Sea’ introduceerde het bedrijf At Sea Sail Training vorig jaar het varend leren in Nederland. In totaal voeren 34 leerlingen uit het hele land mee, twintig meisjes en veertien jongens. De vereniging van leerplichtambtenaren verzette zich niet tegen de reis, omdat met iedere school strikte afspraken waren gemaakt.

Voor de organisatoren kostte het regelen van het onderwijs aan boord meer hoofdbrekens dan in Duitsland; kapitein Martin Duba maakte de reis eerder met Duitse scholieren. „In Duitsland heeft elke school hetzelfde lesprogramma”, zegt Duba. „Nederlandse leerlingen zitten wel in hetzelfde leerjaar, maar zijn met heel verschillende dingen bezig.” De onderwijsinspectie onderzoekt of het onderwijs toereikend was.

Zelf vinden de leerlingen dat hun schoolcarrière geen schade heeft geleden. „Het onderwijs was precies hetzelfde als we thuis gehad zouden hebben”, zegt Coen van de Luijtgaarde. „Met nog wat ‘praktisch leren’ erbij. Zoals kracht op katrollen bij natuurkunde.” Of het vliegendevissenpracticum, vertelt Liselet de Vries. „’s Nachts vlogen vissen aan boord, als je pech had door je raam. Die verzamelde je en dan ging je ze ’s ochtends ontleden.”

Aan boord waren leraren die vragen konden beantwoorden, maar volgens de leerlingen was het schoolwerk vooral zelfstudie. „Het was eigenlijk alsof je heel lang met je huiswerk bezig was”, zegt Yoram Mekking. „Je plande zelf, ook toetsen.” Het onderwijs op school ervaart hij nu als minder efficiënt. „Soms begrijp je iets al en dan gaat de leraar het nog eens uitleggen.”

Een aantal leerlingen moest na terugkeer stof inhalen. Vier blijven dit jaar zitten, wat organisator Monique Touw vooral wijt aan hun school. „Sommige scholen zouden onderweg dingen opsturen en deden dat niet. Volgend jaar willen we alles van tevoren mee hebben.”

Ook los van school was het aan boord hard werken. De kinderen deden de was, maakten wc’s schoon, kookten voor vijftig man en hielden iedere zondag grote schoonmaak. ’s Nachts werd in kleine ploegen wachtgelopen. Er waren ‘scheepsovernames’, waarbij de leerlingen alle taken van de bemanning overnamen. Ze konden solliciteren naar de functies van kapitein, stuurman, bootsman, kok en machinist (voor onder meer de ‘watermaker’, die zout water omzet in zoet).

Geen wonder dat ouders hun teruggekeerde kinderen ‘zelfstandiger’ noemen. „Hij wist opeens precies welk pakket hij wilde”, zegt de moeder van Coen. „We mochten ons niet meer met school bemoeien. En hij wilde zelf zijn bedtijden bepalen.”

„Hij plant, regelt, doet”, zegt Yorams moeder. „Ik hoef minder te zeggen: heb je, zul je, moet je, denk je. Eerder heeft hij heel wat tijd verboemeld.” De vader van Liselet merkt dat zijn dochter nog steeds een stok achter de deur nodig heeft om echt in beweging te komen. Wat dat betreft had hij iets meer effect van de reis verwacht. „Ze is wel wat wijzer, redelijker. Ze komt met argumenten. Wat dat betreft, is ze gegroeid.”

Coen van de Luijtgaarde vond het de eerste drie weken moeilijk het schoolleven weer op te pakken. „Hoe kinderen met leraren omgaan. Niet dat ik een slijmbal ben, maar zo iemand staat er voor jou. En dan zit je de hele les met elkaar te praten.” Door de reis is hij gaan nadenken, zegt hij. „Bij de indianen in Panama vingen we vis met een harpoen. Het is gek om te beseffen dat ze daar echt van leven. En ze zijn ook gelukkig. Wat heeft die goede economie in Nederland dan voor zin?”

In het najaar begint een volgende groep scholieren aan de zeereis. De inschrijving sluit over een week. Kosten: 19.200 euro, deels op te brengen door sponsors.