Vroeger fietste Bram altijd in de natuur voor ideeën

Gitarist Bram Stadhouders (25) is de jongste muzikant ooit aan wie de North Sea Jazz Compositieopdracht is toegekend. Vandaag voert hij die uit in Rotterdam tijdens het North Sea Jazz Festival.

„Meestal componeer ik in mijn woonkamer, al heb ik sommige stukken voor de MCN-compositieopdracht die ik op North Sea Jazz speel ook geschreven in de studio van mijn vader. Het maakt me eigenlijk niet zoveel uit waar ik ben, als ik mijn computer, gitaar en keyboard maar om me heen heb. Vroeger wilde ik niets aan de muur hebben om vanuit een witte leegte te creëren, maar inmiddels is dat niet meer nodig. Ik kan die productiviteit nu vanuit mezelf oproepen.

„De negen stukken van de compositieopdracht zijn geschreven voor gitaar, keyboard, drums en een klassiek koor van acht zangers. Ik heb al die instrumenten en klanken in mijn laptop gezet, zodat ik ze met mijn keyboard kan bespelen. Soms begint een idee bij een gitaarloopje, maar meestal gewoon als ik zit te rommelen met die band in mijn computer. Dan kan het er opeens uitvloeien. Een stuk van acht minuten maak ik dan in acht minuten. Dat is de basis, daarna sleutel ik nog wat. Ongeveer een op de drie stukken gooi ik weer weg.

„Vroeger ging ik altijd fietsen in de natuur om bepaalde sferen in mijn hoofd te krijgen die tot nieuwe ideeën moesten leiden. Nu hoeft dat niet meer. Ik weet eigenlijk niet echt hoe ik dat nu doe, ik zit gewoon al maanden met de klank van die band in mijn bewustzijn. De composities ontstaan in mijn hoofd. Ik denk dat ik inmiddels getraind raak in het oproepen van inspiratie. Het is een knop die ik kan omzetten.

„Andere muziek beïnvloedt me natuurlijk wel. Soms gebruik ik een bepaalde akkoordenprogressie die me raakt, maar het mag geen kopie worden. Ik ben voor dit project een aantal keer begonnen met een gregoriaanse melodie, maar dat werkte niet. Het was niet het geluid dat ik wilde. In de composities zitten Afrikaanse ritmes. Die zaten al in mijn hoofd, ik heb altijd veel naar Afrikaanse muziek geluisterd.

„Ik wilde het koor laten improviseren, maar dat heeft de dirigent me afgeraden. Ik ben gewend om met improvisatiemuzikanten te werken. Dit is even anders. Het is heel veel werk om het helemaal uit te schrijven, je moet over alles tien keer nadenken. Voor het koor schrijf ik dus alles noot voor noot uit. Keyboard en drums krijgen meer aantekeningen, zij kunnen wel improviseren. We hebben nog niet gerepeteerd, ik heb alles maar zo goed mogelijk opgeschreven zoals het in mijn hoofd zit.”