Tuig in de hoofdrol

In de nieuwe roman van Martin Amis staat een proleet model voor de droeve staat waarin heel Broken Britain zich bevindt. De grootste bek krijgt alles voor elkaar.

Martin Amis: Lionel Asbo: State of England. Jonathan Cape, 275 blz. € 19,95. De vertaling, door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre als ‘Lionel Aso. Dit is Engeland.’ kost €19,95 en verschijnt 20 juli.

Volgers van het Engelse voetbal zien de titelheld van de nieuwe roman van Martin Amis meteen voor zich. ‘Bij bepaalde belichting en onder de juiste omstandigheden’ lijkt deze Lionel Asbo namelijk op Wayne Rooney, de steraanvaller van Manchester United wiens seksuele escapades breed werden uitgemeten in de tabloidpers. Lezers die weinig met voetbal hebben, kunnen afgaan op het omslag, waarop een manisch grijnzende, in trainingsbroek gehulde kaalkop poseert met twee pitbulls.

Inderdaad, Lionel Asbo is geen subtiele roman. Amis heeft in interviews meermalen de neergang van zijn vaderland betreurd, en Lionel Asbo lijkt een personificatie van alles wat er mis is. Hij is een gevaarlijke crimineel zonder geweten en zonder opleiding, een oik, een yob, een hooligan, een narcist die respect eist zonder zelf ook maar iets of iemand te respecteren. Hij is zo trots op zijn strafblad dat hij zijn naam heeft veranderd van Pepperdine in Asbo. Dat acroniem staat voor Anti-Social Behaviour Order, een eind jaren negentig in Engeland ingevoerde maatregel om overlast tegen te gaan; iemand die een ASBO aan zijn of haar broek krijgt, mag bepaalde gedragingen niet meer vertonen of bepaalde straten niet meer in.

Dit kruitvat woont met zijn pitbulls en zijn jongere neef Desmond in een benauwd flatje de Londense probleemwijk Diston. Desmond is een gevoeliger en oppassender ziel dan zijn oom. Maar ook hij ontspoort: als puber begint hij een verhouding met zijn grootmoeder, de moeder van Lionel. Die grootmoeder is overigens nog maar negenendertig, want in Diston krijgen vrouwen hun eerste kind nu eenmaal zo rond hun twaalfde.

Deze amorele chaos staat dus model voor het huidige Engeland. Om dat te benadrukken heeft Amis zijn roman de ondertitel ‘State of England’ meegegeven. In een interview met tv-programma Newsnight zei hij dat hij daar inmiddels spijt van heeft, maar ondertussen staat het er toch maar. In Amis’ Engeland zijn traditionele normen en waarden vervlogen, en er rest niets dan een gapende leegte die gevuld wordt door degene met de grootste bek. Talent en intelligentie zijn geen middelen meer om je te onderscheiden. De tijd dat beroemdheden hun bekendheid aan prestaties dankten, is voorbij. Dat blijkt wanneer Lionel opeens honderdveertig miljoen pond wint in de loterij.

Meteen groeit hij uit tot een landelijke celebrity. Hij krijgt iets met een bekend model en wordt overal waar hij gaat gevolgd door de tabloidpers. Uiteraard houdt Lionel al zijn geld voor zichzelf. Desmond, die inmiddels een baan als journalist heeft, mag in het flatje in Diston blijven wonen, maar verder gaat de goedgunstigheid van zijn oom niet.

Desmond heeft inmiddels allang een mooie, rustige vriendin, die goed past bij zijn rustige leven. Wel blijft hij doodsbang dat Lionel erachter komt dat hij ooit iets met diens moeder heeft gehad. Hij weet dat Asbo’s wraak verschrikkelijk zal zijn.

Dat klinkt onderhoudend genoeg, en toch is Lionel Asbo op het eerste gezicht een teleurstellende roman. De twee verhaallijnen – de wankele verhouding tussen oom en neef en de loterijwinst van oom – hebben eigenlijk erg weinig met elkaar te maken. Bovendien legt Amis zijn maatschappijkritiek er te dik bovenop. Lionel Asbo heeft hetzelfde probleem als een roman als Lights Out in Wonderland van DBC Pierre uit 2010, waarin het hedonisme van onze samenleving aan de kaak werd gesteld: door het overdrijven van de werkelijkheid creëer je geen verrassende of confronterende satire meer – daarvoor kennen we de absurde trekjes van de werkelijkheid inmiddels te goed.

Amis wil zijn boodschap er zo duidelijk in timmeren dat zijn personages sjablonen zijn geworden. Het lezen van Lionel Asbo komt neer op aapjes kijken. Ook in romans als Londen Fields (1989) en De informatie (1995) zette Amis zijn personages vet aan, ook daarin trok een keur aan karikaturale kleine criminelen voorbij, maar in die romans bleven dat uiteindelijk toch individuen, en was het beeld van de samenleving gelaagder. Ook in die romans was het vaak aapjes kijken, maar had je tenminste nog het gevoel dat je ook zelf onderdeel uitmaakte van de dierentuin.

En dan is er ook nog iets met de stijl van de roman. Natuurlijk valt er weer te genieten van de poëtisch-laconieke, springerige Amis-stijl, die de lezer bij de les houdt door niet meteen alles weg te geven. Verder blijft Amis een meester in het beschrijven van troosteloze stedelijke landschappen met al het verval en het lawaai dat daarbij hoort.

Maar in dit boek lijkt hij te gaan schmieren. In sommige passages geeft hij zich over aan een ouderwetse, clichématige jeugdboekenstijl met vooruitwijzingen, spanningverhogende puntjes… En kinderlijk aandoende uitroeptekens! Het komt wezenloos over, als een poging tot ironie van een schrijver die niet meer in zijn eigen tekst gelooft – tot je ontdekt dat deze belegen stijlmiddelen alleen worden toegepast in passages die aan de studieuze, softe Desmond zijn gewijd.

En dan wordt het toch nog interessant. Wanneer een schrijver die ooit stelde dat schrijven ‘a campaign against cliché’ is, zijn toevlucht tot dergelijke middelen neemt, moet er iets achter zitten.

In het voorwoord van zijn essaybundel The Second Plane omschreef Amis zijn thema als ‘mannelijkheid’. Met dat in het achterhoofd kun je stellen dat in Lionel Asbo twee typen mannelijkheid tegenover elkaar worden geplaatst: het brute, instinctieve gedrag van Lionel en het naïeve, zorgzame gedrag van Desmond (die ontzettend meeleeft met de zwangerschap van zijn vriendin). En Amis laat zien hoe de verhoudingen liggen door voor het beschrijven van Desmonds belevenissen regelmatig zijn toevlucht te nemen tot die temerige, oudbakken stijl.

Natuurlijk is het niet nieuw om een personage met een bepaalde stijl op te zadelen. Maar Amis doet het onbarmhartig, en dat is geen prettig gezicht. Het is alsof je getuige bent van mishandeling. We zien hoe een auteur een personage belachelijk maakt door op cruciale momenten diens leven en gedachten in een volstrekt niet serieuze vorm te gieten.

Toch betekent dat niet dat Amis kiest voor de sterkste, voor Lionel. De auteur laat alleen maar zien hoe het is verdeeld: mannen als Desmond leven in een voorbije wereld, hanteren een overleefde moraal. De toekomst is aan narcistische geweldenaren als Lionel Asbo.

En hij wil de pil niet vergulden. Hij zou Desmond kunnen beschermen met het wapen dat hij tot zijn beschikking heeft: zijn stijl. Daarmee zou hij hem nog enige waardigheid kunnen verlenen, maar hij doet het niet. Als schrijver sta je machteloos, lijkt de boodschap, waarom zou je tussen twee kaften van een boek net doen of het anders is, we hebben de wereld al lang overgedragen aan de Asbo’s. Dat maakt Lionel Asbo niet alleen tot een ‘state of the nation’, maar ook tot een ‘state of the author’.

De paradox is dan natuurlijk dat de machteloosheid van de auteur uiteindelijk toch wordt uitgedrukt met behulp van stijlmiddelen – en bewijst dat dan de relevantie van literatuur? Hoe dan ook, deze extra laag maakt alle gebreken van de roman niet ongedaan, maar zorgt er wel voor dat Lionel Asbo een interessantere roman is dan je op het eerste gezicht dacht.