Toeschrijven tekeningen aan Caravaggio niet overtuigend

Name: f114ddcfd3638312140f6a706700a795.jpg Caption: FILE - In this Thursday, Feb. 10, 2011 file photo visitors admire the portrait of Caravaggio by an unknown painter during the presentation to journalists of an exhibit dedicated to the Lombard painter titled: "Caravaggio in Rome", in Rome. Two Italian art historians are claiming, Thursday, July 5, 2012, to have identified dozens of drawings as those of a very young Caravaggio in a collection of works of a master painter he studied under in the late 1500s. There was no immediate way to verify the claim. One noted expert of 16th century art familiar with the drawings said it was likely that at most only a few were done by Caravaggio, but that in any case none show the mature hand of the artist. (AP Photo/Pier Paolo Cito, File) IPTC Date: 12:31 10/02/11 Arrival Date: 22:00 05/07/12 Notes: Een portret van Caravaggio bij de perspresentatie van expositie van de schilder uit de zestiende eeuw. Foto AP / Pier Paolo Cito

Twee Italiaanse onderzoekers hebben gisteren bekendgemaakt dat ze zo’n honderd nieuwe toeschrijvingen doen aan de schilder Caravaggio (1571-1610). De bewijzen die ze daardoor aanvoeren zijn echter niet overtuigend.

Maurizio Bernardelli Curuz en Adriana Conconi Fedrigolli kondigden de publicatie aan van een e-boek waarin ze hun bevindingen uiteenzetten. Het betreft voornamelijk tekeningen en enkele schilderijen, die tot dusverre werden toegeschreven aan Simone Peterzano (ca. 1540 - ca. 1596). In diens atelier in Milaan bracht Caravaggio in de jaren 1584-1588 zijn leertijd door, voordat hij vertrok naar Rome.

Onderzoekers staan niet bekend als Caravaggio-experts

Als de onderzoekers gelijk hebben, zou dit een vondst van ongekende omvang en importantie zijn. Maar de argumenten van Bernardelli Curuz en Conconi Fedrigolli – die overigens niet bekend staan als Caravaggio-experts en hun bevindingen in de afgelopen jaren vreemd genoeg ook nooit openbaar hebben gemaakt – lijken niet erg overtuigend.

In de eerste helft van de twintigste eeuw kwam een herwaardering van Caravaggio op. Sindsdien is een honderdtal schilderijen aan hem toegeschreven, die alle dateren uit zijn tijd in Rome en zijn rusteloze trektocht door Zuid-Italië nadat hij zich in de pausstad schuldig had gemaakt aan moord. Uit Caravaggio’s jaren in zijn geboortestreek Lombardije is bijzonder weinig bekend.

In 1929 wees kunsthistoricus Roberto Longhi een aantal vernieuwende kunstenaars in het laat-zestiende-eeuwse Noord-Italië aan als voorbeelden bij uitstek voor Caravaggio’s dramatische chiaroscuro en realistische weergaven van de werkelijkheid. Een van deze kunstenaars die Longhi met curieuze term aanduidde als ‘pre-caravaggisten’, was Simone Peterzano, destijds een toonaangevende schilder in Milaan. Van het grote schilderij Paulus en Barnabas in Lystra dat hij maakte voor de kerk van San Barnaba in die stad, veronderstellen Bernardelli Curuz en Conconi Fedrigolli nu dat Caravaggio zelf er, als leerling, in sommige figuren aan heeft bijgedragen.

Tekeningen zijn mogelijk van leerling

De jonge schilder zou zijn toevoegingen dan veel later moeten hebben gedaan. Peterzano had het schilderij al in 1573 voltooid, toen Caravaggio twee jaar oud was. Even speculatief lijkt de toeschrijving van tientallen tekeningen aan Caravaggio in een collectie van ruim 1.300 bladen uit Peterzano’s atelier, nu in het museum van Castello Sforzesco in Milaan. Het lijkt voor de hand te liggen dat de meester tekeningen van de hand van zijn begaafde leerling zal hebben bewaard. Maar de argumenten van Bernardelli Curuz en Conconi Fedrigolli – die overigens niet bekend staan als Caravaggio-experts en hun bevindingen in de afgelopen jaren vreemd genoeg ook nooit openbaar hebben gemaakt – lijken niet erg overtuigend.

Maar voor deze toeschrijvingen gaan de twee onderzoekers uit van de veronderstelling dat iedere kunstenaar zich een persoonlijke ‘geometrische canon’ eigen maakt, een manier van weergeven van gezichten en houdingen die hij tijdens zijn leertijd verwerft en vervolgens gedurende zijn hele carrière blijft hanteren. Op grond daarvan herkennen de onderzoekers elementen in de tekeningen die lijken op motieven in latere schilderijen van Caravaggio. Zo brengen ze de expressieve kop van een gerimpelde kale man in verband met een dergelijk hoofd, maar nu van een oude dienstmeid in Caravaggio’s schilderij Judith onthoofdt Holofernes, een groot schilderij dat de schilder ruim tien jaar later in Rome maakte. Maar de opgeblazen detailfoto’s van tekeningen die voor de vergelijking soms eerst in een andere hoek moeten worden geplaatst, verraden minstens zoveel verschillen als overeenkomsten met werk van Caravaggio.