Column

Stilte

Wat zoeken ze eigenlijk, die vijf sympathieke mensen die in de serie The Big Silence op uitnodiging van een benedictijner abt – en van de BBC – op zoek gaan naar de stilte?

Als er één begrip in de spirituele mode is, is het wel stilte. Niet dat stilte niet altijd een rol heeft gespeeld in religies en vooral in religieuze riten en een religieus leven, maar sinds een aantal jaar – nu ja, al weer heel wat jaren inmiddels – is stilte ook buiten de kloosters iets bijzonders geworden. Dit is niet heel verwonderlijk. Stilte is steeds zeldzamer. Het zeldzame krijgt nu eenmaal meer aandacht dan alles wat rijkelijk voorhanden is. Dus het zal wel veelzeggend zijn dat stilte steeds nadrukkelijker verbonden is geraakt met vrede, innerlijke vrede ook, met spiritualiteit, met inzicht.

Menigeen voelt of hoort stilte alleen in de vakantie, ergens in de bergen bijvoorbeeld, waar je ineens – über allen Gipfeln ist Ruh – niets hoort, niets dan het ruisen van de regen, als die valt, niets dan wind door de takken en vogelgefluit. Ook dit soort geluiden noemen we, interessant genoeg, ‘stilte’. Die tellen blijkbaar niet echt mee als geluiden. Totale stilte hoor je ’s nachts, als de wind is gaan liggen, de vogels slapen en de regen zich inhoudt. De ramen staan open. Je ruikt de buitenlucht, en je hoort: niets.

Heerlijk.

Maar is het ergens goed voor? De BBC-abt zegt: „Als we de stilte regelmatig opzoeken, gaan we dingen duidelijker zien.” In de stilte, zegt hij, vind je je ziel.

Dit is misschien een andere manier om te zeggen: sta eens stil bij wat in je omgaat, bij hoe je dag is geweest, of wees gewoon maar stil en merk vanzelf wat er in je opkomt.

Tot dit laatste dwingt hij de vijf deelnemers aan zijn project. Omdat het televisie is, krijgen we ondanks de verplichte stilte toch een hoop te horen van wat er in hen omgaat, via hun videodagboek. De eerste dagen in het jezuïetenretraiteoord waar ze zitten, vinden ze die stilte afschuwelijk. Ze vervelen zich en voelen zich alleen. „Benauwend.” „Vervelend.”

Na een poosje gaat het beter. Ze gaan er iets goeds in zien. Aan het eind hebben ze allemaal iets gevonden, precies zoals de moderne spiritualiteit het wil. Het is niet perse iets wat gemakkelijk is te omschrijven. Sommigen noemen het ‘God’.

Wie wat vindt, heeft slecht gezocht, schreef Rutger Kopland. Er is geen antwoord, bedoelde hij vermoedelijk. Er zijn vragen, steeds weer vragen. Al zijn er natuurlijk ook ervaringen en deelantwoorden die voldoen, al dan niet tijdelijk.

Essayist Jan Oegema, die jarenlang een grote spirituele behoefte voelde, maar er geen vorm voor had, schrijft in zijn boek De stille stem dat hem nogal eens opviel dat hij in de stilte helemaal niet zo veel beleefde. Net als die Engelse proefpersonen vond hij vaak verveling, ongemak van in een bepaalde meditatieve houding zitten en niksigheid.

Het is een aantrekkelijke aanname dat er ergens in je iets moois en rustigs ligt verscholen en dat je dat in stilte zult vinden, maar is het ook waar?

Het is zeker zo dat het bekende ‘druk, druk, druk’, gelardeerd met mailtjes, sms’jes, Skypegesprekken en Facebookpagina’s gemakkelijk kan maken dat je weliswaar je leven leeft, maar het in zekere zin niet ervaart – alsof alles alleen maar langs trekt en niets binnen komt. Alles is oppervlakte, kleurig en beweeglijk. Op zoek naar ervaringen voorkom je dat je ze hebt. De belangrijke dingen vind je maar zelden door ze naarstig na te jagen; ze overvallen je. Je ziet ze ineens in. Wie de natuur ingaat, in de vaste veronderstelling dat hij of zij daar iets zal vinden, zal de natuur misschien een tikje teleurstellend vinden.

‘Het’, wat het ook is, ligt niet ergens in de natuur te wachten om te worden gevonden, zoals de stilte geen schat verborgen houdt. Het is eerder andersom. Door in de natuur te zijn, ervaar je de natuur. Als je je hierop toelegt, kun je – min of meer als bijvangst – diepte ervaren, betekenis.

Stilte is geen wondermiddel, maar meer iets wat je moet leren te vinden in jezelf, misschien juist door niet al te ijverig the big silence te zoeken, maar door je aandacht te richten op iets en hierin op te gaan. Dit is een vorm van vervulling. Dat is misschien wat wij, en de Engelse proefpersonen, zoeken.

Het is vast en zeker zo dat wie nooit stilte heeft in het leven – en dan hoeft stilte natuurlijk niet een complete kloosterretraite te zijn – die innerlijke rust ook wel kan vergeten. Daarom wordt stilte gevierd als een wondermiddel, dat dan weer zijn eigen teleurstellingen voortbrengt, natuurlijk. Zo gaat dat met wondermiddelen.