Spontane bekering

Vaarwel, vaarwel, gemene gore gulden,

Dom dubbeltje, kwaad kwartje, saaie cent

Te lang heb ik uw grofheid moeten dulden

En de escapades van uw roversbent.

Ik zag u languit rollen in de goot,

Ik zag u vuile gleuven binnendringen

En u misdragen als de Zilvervloot.

Rot op, beschamend blikkerige dingen.

Er zweeft iets schoners langs de hemel nu,

Het zweeft er elegant, het zweeft sportief.

Het heeft zo helemaal en helemaal

Niets weg van dom en bloedbevlekt metaal.

Vlieg haastig binnen euro, eurolief

Uw oude trouwe geldwolf wacht op u.

Dichter des Vaderlands, 8 oktober 2002