Rasp van vertwijfeling bij Michael Kiwanuka

Michael Kiwanuka in de Nile op vrijdagavond. foto Koen Smeets

Opeens was er dat wondermooie, kleine liedje. Michael Kiwanuka leek nogal gebukt te gaan onder de hooggespannen verwachtingen na zijn trefzekere debuut-cd eerder dit jaar en de juichende kritieken die dat opleverde. Zijn optreden deed voorzichtig aan. Maar toen zong hij het breekbare ‘Home Again’, tokkelend op zijn gitaar. Er brak iets open dat een wijnrecensent beter kan beschrijven: vanille, kersen, sappig, een vleugje hout. ‘Ik doe mijn ogen dicht’, zong Kiwanuka. ‘Op een dag voel ik weer thuis, nu moet ik doorgaan.’

De bebaarde Brit met Oegandese ouders (1988) heeft de clubs overgeslagen en stond meteen in de grote Maas, die langzaam volliep. Dat compenseerde hij door zijn fijnzinnige soulliedjes een ritmischer inslag te geven. Prijsnummer ‘Tell me a tale’ kreeg een vernuftige, extra large uitvoering, waarbij je lichtjes door de knieën kon zakken, bijna dansend. Het groeide uit tot een ander hoogtepunt van dit degelijke uur soul.

Live klinkt zijn stem, die hem zo bijzonder maakt, minder gepolijst dan op de plaat, schorder. Dat werd een rasp van vertwijfeling in Bones, waarin hij over de barswing van zijn wat kleurloze vijfkoppige band smachtte naar zijn schatje.

Aanvankelijk wisselde het geluid van zijn liedjes steeds, van verfijnd soulvol naar een bluesy woestijnklank, maar gaandeweg verloren de liedjes aan eigen karakter. Kiwanuka moet groeien als podiumpersoonlijkheid, bleek ook uit zijn in de microfoon gebrabbelde aankondigingen tussen de nummers door.

Pas aan het slot kwam hij los en moedigde hij het publiek aan mee te doen. Kiwanuka heeft het vermogen zijn stemmige liedjes, die hij in mineur speelt, toch een optimistisch effect mee te geven. En samen met het klappende publiek sloot hij zelfs opgewekt af. Met de belofte terug te komen: in een hopelijk kleinere zaal, die zijn muzikaliteit meer kansen geeft.