Portugal bleef ook altijd Atlantisch

Zuidelijke eurolanden winnen concurrentiekracht, bleek gisteren. In Portugal bieden de oude koloniën een helpende hand. Pijnlijk? „Het zijn ónze politici die er een zooitje van hebben gemaakt.”

Allang voordat de Europese schuldencrisis uitbrak, verkeerde de Alentejo in crisis. De centraal gelegen provincie van glooiende heuvels vol kurk- en olijfbomen staat in Portugal bekend om zijn goede wijn en zachte schapenkaas, maar heeft verder de reputatie van sterfhuis. Jonge inwoners zien er geen toekomst meer. De regio loopt leeg, kent te weinig economische activiteit en vergrijst snel: Portugal in het klein.

Te midden van deze sluimerende neergang, gloort er nu hoop. De Braziliaanse vliegtuigbouwer Embraer opent over een paar weken een assemblagefabriek in de Alentejo. In de grasvlaktes buiten de eeuwenoude universiteitstad Évora wordt momenteel de laatste hand gelegd aan enorme witte hangars. Binnen enkele maanden zullen 600 werknemers hier kunnen gaan sleutelen aan de jumbo’s van het Braziliaanse succesbedrijf. Nog eens 1.200 mensen, is de verwachting, zullen indirect werk vinden dankzij de komst van de fabriek.

De keuze van Embraer voor Évora is een lichtpuntje voor noodlijdend Portugal. Portugal zit diep in de schulden, omdat het de afgelopen 15 jaar structureel meer invoerde dan exporteerde. Via het aantrekken van buitenlandse investeerders en het opvoeren van de export, probeert het deze trend nu te keren.

Kon dit voorheen via een snelle devaluatie van de eigen munt; als euroland moet het door een lang en pijnlijk proces van ‘interne devaluatie’. Alleen via een verlaging van de lonen en prijzen en met structurele hervormingen kan het weer competitief worden. Net als andere ‘probleemlanden’ in de muntunie slaagt het hier langzaamaan redelijk in, aldus een rapport dat onderzoeksinstituut de Conference Board volgende week uitbrengt en waar deze krant gisteren al over publiceerde.

Ondanks deze vooruitgang zal Europa nog jaren van crisis voor de boeg hebben. Reden dat Portugal ook land opzichtig lonkt naar zijn oud-kolonieën als Brazilië, Angola en Mozambique. Zogenoemde ‘opkomende landen’, die wel onstuimig groeien. Het zwaartepunt van de mondiale machtsverhoudingen verschuift van West naar het Oost en van Noord naar Zuid. Portugal hoopt dat het via de gezamenlijke taal en geschiedenis alsnog aansluiting kan vinden bij de winnaars van de 21ste eeuw.

De Portugezen ontdekken daarbij wel dat de rolverhouding tussen voormalige koloniën en de kolonisator op zijn kop is komen te staan. Wijnmakers in de Alentejo verkopen tegenwoordig een belangrijk deel van hun flessen aan nieuwe rijken in Angola en de opkomende middenklasse in Brazilië. „Vooral in Angola staat Portugal gelijk aan kwaliteit. De elite daar bulkt van het geld en wil dat laten zien ook. Onze duurste flessen gaan nu allemaal die kant op”, vertelt Angela Fernandes tijdens een rondleiding door de bodega Eugénio de Almeida, aan de rand van Évora.

De ‘manager wijntoerisme’ proeft in haar ontmoetingen met vakantiegangers uit de oud-koloniën een sterk toegenomen zelfbewustzijn. Vooral bij de Brazilianen, zegt ze, leeft geen leedvermaak, maar eerder medelijden met het kwakkelende Portugal. Fernandes: „De helft van onze bezoekers zijn tegenwoordig Brazilianen. Zij blijken het heel leuk te vinden om de oude koloniale macht te kunnen helpen door hier hun geld uit te geven. Ons hoor je er niet over klagen.”

Maar Portugal hoopt meer te worden dan alleen exportland van luxegoederen. De regering en AICEP, het Portugese agentschap voor handelsbevordering, presenteren hun land actief als ideaal bruggenhoofd tussen Azië enerzijds en Latijns-Amerika en Afrika anderzijds. Deze promotie van „Portugal als springplank” werpt al enkele vruchten af. De Chinezen kochten eind vorig jaar 21 procent van het Portugese energiebedrijf EDP, dat nauw samenwerkt met de Angolese staatsoliemaatschappij. Peking toont ook interesse in de bank BCP, waar de Angolezen ook al inzitten.

Dat Portugal voorbij verre einders zoekt, is niet alleen direct gevolg van de eurocrisis. Het is sinds Vasco da Gama altijd een land van zeevaarders, emigranten en ontdekkingsreizigers geweest. Hoewel het in Noord-Europa nu vaak op een hoop wordt geveegd met andere probleemlanden rond de Middellandse Zee, is het óók een sterk Atlantisch georiënteerd land.

De eurocrisis voedt de teleurstelling over Europa. Vorig jaar moest Lissabon financiële hulp inroepen van de EU en het IMF. In ruil voor noodleningen voert de regering nu een door Europa gedicteerd pakket pijnlijke hervormingen en bezuinigingen door. „We werken in Europa tegenwoordig allemaal voor Duitsland. De Duitsers mogen daar misschien beter van worden, de rest niet”, stelt tweedejaars economiestudent Ruben Santos (21).

Samen met studiegenoot Vanessa Durão zit hij op de universiteit van Évora over zijn studieboeken gebogen. Beiden hebben wel gehoord van de opening van de Embraer-fabriek. Vanessa heeft zelfs haar cv al opgestuurd, maar nog niets teruggehoord. „Het is natuurlijk mooi dat die landen wat voor ons terugdoen, maar het is te weinig en het komt te laat om ons nog te redden”, meent zij. „Waarom zouden ze ook? Het zijn ónze politici die er een zooitje van hebben gemaakt.”

Net als veel andere jongeren verwachten ook Ruben en Vanessa dat ze na hun afstuderen moeten emigreren. Zij kijken daarbij nadrukkelijk naar de Portugeestalige landen op het zuidelijk halfrond. „In São Paulo of Luanda kan je goed verdienen”, weet André Bandeiras, een andere student, die al sommige vrienden en familieleden daarheen zag vertrekken. „Het is hard werken, maar dat wordt tenminste wel beloond. Je hebt geen kruiwagen nodig om ergens binnen te komen, maar wordt beoordeeld op je merites.”

Dat alleen vorig jaar al circa 50.000 veelal jonge Portugezen het land verlieten, is een simpele kwestie van vraag en aanbod. De opkomende landen mogen dan wel hard groeien; de middenklasse is er vaak non-existent of pas sinds een generatie in opkomst. Hierdoor ontbreekt een brede, hoogopgeleide beroepsbevolking, die nodig is om de groei te schragen. In Portugal is het beeld precies tegenovergesteld. De middenklasse ziet zijn situatie snel verslechteren, terwijl de jeugd nooit beter was opgeleid.

Het toch al vergrijzende Portugal en Europa zijn allesbehalve gebaat bij deze braindrain. Wat voor land denken de studerende emigranten in spé achter te laten? „Misschien dat mijn kinderen of kleinkinderen er een toekomst kunnen hebben”, zegt Ruben Santos. Zijn vriendin Vanessa: „Maar ik zie het de komende tien, vijftien jaar niet goed komen met Portugal. Wij jongeren hebben hier niets meer te zoeken.”