Patsers in veel te dure auto's

In Nederland zijn 65 criminele jeugdgroepen actief, blijkt uit nieuwe cijfers. De meeste opereren in Utrecht.

Stadsverslaggever Utrecht

Utrecht. „Patsertjes.” Zo noemt burgemeester Aleid Wolfsen (PvdA) van Utrecht jongeren die lid zijn van criminele jeugdgroepen in zijn stad. Ze hebben „veel te dure auto’s en spulletjes” en „stoken buurtjongens op om de criminaliteit in te gaan.” Jongens die gewend zijn aan de politie, geen enkele angst voor gezag hebben. Zoals die jongen van veertien jaar, die onlangs een paar agenten doodleuk een kaartje van zijn advocaat gaf. „Bel hem maar”, zei hij. Wolfsen: „Véértien jaar, hè. Dan leef je in een heel vreemde realiteit.”

Uit de nieuwe inventarisatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid van hinderlijke, overlastgevende en criminele jeugdgroepen* in Nederland, blijkt dat in de provincie Utrecht vijftien criminele jeugdgroepen actief zijn, het meeste van het land. Deze jongeren, tot midden twintig jaar, veroorzaken niet alleen overlast, maar plegen ook zware strafbare feiten, zoals geweldsdelicten.

In Nederland zijn in totaal 1.165 problematische jeugdgroepen actief. Wijkagenten inventariseren de groepen en bepalen hoe ‘zwaar’ een groep is. Vijfenzestig van de jeugdgroepen werden aangemerkt als crimineel. In totaal zijn er bijna tweeduizend Nederlandse jongeren lid. Dertig procent van hen is jonger dan 17 jaar.

De overige groepen veroorzaken vooral overlast. Ze hangen in wijken, vallen buurtbewoners lastig en richten kleine vernielingen aan.

Twee jaar geleden maakte het ministerie van Veiligheid en Justitie bekend dat 89 criminele jeugdgroepen hard zouden worden aangepakt. Uit de nieuwe cijfers blijkt dat 63 procent van de jongeren in deze groepen sindsdien is veroordeeld. Het gaat dan om het betalen van boetes tot gevangenisstraffen. Van de 89 groepen zijn er nog ruim tweederde over. Maar, schrijft minister Opstelten (VVD) in een brief aan de Tweede Kamer, „het ontstaan van nieuwe groepen kan niet worden voorkomen”. Tegelijkertijd met het verdwijnen van de groepen, ontstonden er landelijk namelijk ook weer ruim dertig nieuwe criminele groepen.

Een herkenbaar beeld voor burgemeester Wolfsen van Utrecht. Begin dit jaar begon de stad met een zogenaamde ‘kopstukkenaanpak’. Twintig politierechercheurs hebben een criminele jeugdgroep ‘geadopteerd’ en zitten de leiders op de huid. Iedere misstap of overtreding wordt aangepakt, kleine overtredingen, zoals het vernielen van een bushokje, worden niet meer door de vingers gezien. Via maandelijkse ‘kopstukkenzittingen’ bij het Openbaar Ministerie worden de jongeren gestraft.

Volgens Wolfsen heeft de kopstukkenaanpak de probleemgroepen uitgedund. Van de bijna 750 leden zijn er nu nog 625 over. Toch is het aantal groepen niet gedaald. Sterker nog, er is er een bijgekomen in de stad. Wolfsen: „De groepen worden kleiner, maar uit de oude groepen ontstaan weer nieuwe verbanden. Dat is heel moeilijk te voorkomen. We moeten hard blijven optreden, want dit zijn behoorlijke criminelen. Zo ontdekten we onlangs dat een Utrechtse groep jongeren zich helemaal in Limburg bezighoudt met drugsdeals.”

Niet alleen Utrecht kent veel criminele jeugdgroepen. In de politieregio’s Haaglanden (11) en Gelderland-Zuid (4) zorgen ze ook voor problemen. Limburg-Zuid heeft problemen met hinderlijke groepen (74), die luidruchtig aanwezig zijn in buurten en soms iets vernielen. Midden- en West-Brabant heeft de meeste overlastgevende jeugdgroepen (28), een categorie tussen hinderlijk en crimineel in, waarbij het vooral gaat om het lastigvallen van buurtbewoners en regelmatige vernielingen. De meeste jongeren die lid zijn van een jeugdgroep zijn tussen de 18 en 23 jaar. Veruit de meeste groepen opereren en ontstaan in sterk verstedelijkte gebieden.