Palestijnen krijgen slaag van eigen politie

De Palestijnse Autoriteit treedt steeds harder op tegen de eigen burgers. Het kan niet maskeren dat ze in crisis verkeert en dat haar gezag steeds verder afbrokkelt.

Onder zijn toegetakelde oog kleurt zijn huid zwart. Boven zijn wenkbrauw een wondkorst. Het waren geen Israëlische soldaten die de Palestijnse journalist Mohamed Jaradat te grazen namen. Afgelopen zaterdag waren het Palestijnse politieagenten, bij een kleine demonstratie in Ramallah op de bezette Westelijke Jordaanoever, waar Jaradat verslag van wilde doen.

Het was een duidelijke aanval op de persvrijheid, zegt Jaradat. „Toen ik mijn perspas toonde, sloegen ze me nog harder.” Op het politiebureau knepen ze zijn keel dicht tot hij zijn gebroken camera losliet. Toen tweehonderd activisten en journalisten een dag later demonstreerden tegen het gewelddadige politieoptreden, werd het protest opnieuw hard uiteengeslagen. Beide dagen belandden er zeker zeven mensen in de cel en tien in het ziekenhuis.

Het is niet voor het eerst dat de Palestijnse veiligheidsdiensten repressief optreden. Dit jaar werd een Palestijnse journalist acht dagen vastgehouden na onthulling van corruptie bij de diplomatieke missie in Parijs. Een ander werd opgepakt na een kritisch commentaar op Facebook over de Palestijnse onderhandelingen met Israël. Een student werd gearresteerd om zijn cartoon die de spot dreef met de Palestijnse Autoriteit, de semi-autonome Palestijnse overheid op de Westelijke Jordaanoever. De PA liet toegang tot websites met kritiek op de Palestijnse president Mahmoud Abbas blokkeren.

Er is geen sprake van systematiek, zegt directeur van het nationale mensenrechteninstituut Randa Siniora. „Maar wel van een grote stijging van het aantal incidenten.” Volgens Siniora maakt de Palestijnse Autoriteit zich aantoonbaar schuldig aan het verrichten van willekeurige arrestaties, martelen, vasthouden zonder proces en het beperken van meningsuiting. „Afgelopen weekeinde zagen we daar voorbeelden van”.

President Abbas heeft zijn afschuw uitgesproken over de gebeurtenissen van vorig weekeinde en een onafhankelijke commissie ingesteld die onderzoek moet doen naar de orders die zijn gegeven. Duidelijk is al wel dat er krachten zijn binnen de Palestijnse Autoriteit die geen protest dulden en een opstand vrezen.

De Palestijnse Autoriteit verkeert op vele fronten in crisis. Intern wordt ze verdeeld door machtsstrijd, getuige de recente arrestatiegolf van hoge officieren. Financieel staat de PA op instorten omdat buitenlandse donoren hun beloften niet nakomen. Deze week werd bekend dat de junisalarissen van 160.000 ambtenaren voorlopig niet worden uitbetaald. Vooral kampt de Palestijnse Autoriteit met legitimiteitsprobleem. De Palestijnse bevolking neemt de PA kwalijk dat zij niet heeft klaargespeeld waarvoor het interim-orgaan met de Oslo-akkoorden, bijna twintig jaar geleden, in het leven is geroepen: het stichten van een Palestijnse staat.

De PA wordt verweten te functioneren als een apparaat dat, onder invloed van westerse donoren, vooral voor de veiligheid van Israël zorgt. Onder andere door elk protest tegen de bezetting in de kiem te smoren.

Aanleiding voor de demonstratie van zaterdag was het voorgenomen bezoek van Israëls vicepremier Shaul Mofaz aan Ramallah om te kijken of er een basis is voor nieuwe vredesonderhandelingen. Vernederend, vonden de demonstranten, omdat Mofaz voorheen als legerchef en minister van Defensie de vorige Palestijnse president Yasser Arafat had belegerd en verantwoordelijk was voor de detentie van duizenden Palestijnen en de dood van honderden.

„Het is onacceptabel dat Ramallah voor Mofaz de rode loper uitrolt”, zegt activist Anan Quzmar, „het is beneden onze waardigheid”. Sowieso is Quzmar tegen onderhandelingen met Israël omdat hij niet gelooft dat die een einde zullen maken aan de bezetting. „Twintig jaar praten heeft ons niets opgeleverd. Integendeel. Het zogenaamde vredesproces bleek te dienen als dekmantel voor de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen.”

Een nieuwe golf van gewelddadig verzet tegen de bezetting is volgens activisten geen alternatief. Te pijnlijk. Zinloos. Slecht voor het Palestijnse imago. Zij vinden dat hun leiders een strategie van vreedzaam volksverzet moeten adopteren. Door de solidariteitsbewegingen in het buitenland te versterken. Israël te boycotten. Grote demonstraties te organiseren. En door de PA te ontwapenen en Israël te laten opdraaien voor de kosten van de bezetting. Pas als Israël niet meer veruit de machtigste partij is, valt er misschien te praten, denken de demonstranten.

Ze zijn niet met veel, maar ze winnen terrein. De betoging van zaterdag, onder de leuze ‘Palestijnen voor Waardigheid’, werd weliswaar neergeslagen, maar voorkwam dat Mofaz Ramallah bezocht. En door het politiegeweld kreeg de organisatie afgelopen dinsdag honderden mensen op de been, die tegelijk voor ontwapening van de PA en tegen onderhandelingen met Israël betoogden.

Zij scandeerden „geen onderhandelingen met de moordenaar Mofaz”, „veiligheidscoördinatie [met Israël] wordt niet geaccepteerd”, en „stop Oslo”. Ook klonk het „weg met het militaire bewind”, een echo van het Tahrir-plein in Egypte, waar demonstranten met succes riepen om het aftreden van Hosni Mubarak. Maar daar houdt de vergelijking tussen Kairo en Ramallah op. De Palestijnse demonstranten roepen niet: weg met Abbas. Zolang er geen andere leider is opgestaan geven ze hem kans om zijn koers te herzien.