Meer baby's lost Chinese makke niet op

China is de éénkindpolitiek ontgroeid. Drie vooraanstaande overheidsgeleerden riepen de regering deze week op het programma voor geboortebeperking op te heffen, voordat de Chinese bevolking te snel vergrijst. Na 30 jaar is het echter niet eenvoudig om een zo ingrijpend beleid ineens in te trekken.

Ondanks alle terechte kritiek heeft het beleid een doel gediend. De jaarlijkse bevolkingsgroei in China bedroeg eind jaren zestig 2,8 procent. Nu ligt het cijfer rond 0,5 procent, nauwelijks hoger dan in Europa. Landen met snelle bevolkingsgroei – Egypte of Nigeria – kampen dikwijls met tekorten en sociale onrust. China, met zijn 1,3 miljard mensen, kent al schaarste aan gewassen en water. Zonder het éénkindbeleid zou het land er veel slechter aan toe zijn.

Toch wegen de sociale kosten zwaarder dan de voordelen. Het beleid is aangewezen als de oorzaak van problemen variërend van het alarmerende overschot aan mannen in China – vorig jaar werden 118 jongens geboren op elke 100 meisjes – tot gedwongen abortussen. Op naleving van het geboortequotum wordt strikt toegezien door vertegenwoordigers van lokale overheden. Boetes die worden opgelegd voor het krijgen van extra kinderen, veelal berekend op basis van het inkomen, veroorzaken spanningen.

Economisch gezien is de zaak minder eensluidend. Meer baby’s zouden leiden tot meer consumptie, maar de vruchten zouden over meer mensen worden verdeeld. Lokale overheden zouden hun onderwijskosten zien stijgen, en mogelijk hun belastingopbrengsten, maar aan de andere kant zouden ze de opbrengsten missen van boetes die onder het éénkindbeleid worden opgelegd. Volgens ramingen van de demograaf He Yafu bedragen die 2.000 miljard yuan (254 miljard euro) sinds 1980. China zou ook zijn ambitieuze doelstellingen van zelfvoorziening op het gebied van granen en energie moeten heroverwegen.

En wat arbeid betreft is productiviteit mogelijk belangrijker dan een overvloed aan mankracht. Productiviteitsgroei in China bedraagt volgens het Conference Board nog steeds een opmerkelijke 8,8 procent op jaarbasis. Maar de productie per werknemer is slechts een zesde van die in de Verenigde Staten, en ook lager dan wat de meeste landen in Latijns Amerika halen. Uitgedijde staatsbedrijven en overheidsdiensten zijn belangrijke factoren oorzaken van de lage Chinese score.

Maatregelen om de productiviteit te verhogen zijn hoe dan ook nodig. Stellen die van het éénkindbeleid worden bevrijd zouden er toch voor kunnen kiezen om het bij een kind te laten, zoals hun buren in Japan. Onderwijs kan helpen voorkomen dat geboortecijfers versneld stijgen. Hetzelfde geldt voor pensioenvoorzieningen die ervoor zorgen dat mensen geen kinderen nemen als oudedagsverzekering.

De effecten van dergelijke indirecte methodes zijn echter veel minder voorspelbaar dan het eenvoudige éénkindbeleid. Hoewel het hoog tijd is voor afschaffing, zal dat niet automatisch alle demografische problemen van China oplossen.

John Foley

Vertaling: Frank Kuin