Koud maken

Het is zondag. De ochtendzon schijnt door een smalle kier tussen de gordijnen onze slaapkamer in. De kinderen hebben nog niets van zich laten horen, dus ik draai me nog een keer om. Dan hoor ik gerommel aan de slaapkamerdeur. Mijn zoontje van drie opent deze en loopt gedecideerd om ons bed heen naar mijn

Het is zondag. De ochtendzon schijnt door een smalle kier tussen de gordijnen onze slaapkamer in. De kinderen hebben nog niets van zich laten horen, dus ik draai me nog een keer om.

Dan hoor ik gerommel aan de slaapkamerdeur. Mijn zoontje van drie opent deze en loopt gedecideerd om ons bed heen naar mijn kant.

Dan lijkt deze onbezorgde ochtend een onverwachte wending te krijgen. „Ik ga je koud maken”, kondigt mijn zoontje aan. Verbaasd kijk ik hem aan, mezelf afvragend hoe hij hierbij komt.

Is dit de invloed van de televisie?

Of praat hij andere kinderen van de crèche na?

Dan trekt hij de deken met een ferme ruk van me af en zegt triomfantelijk: „Zo, ik heb je koudgemaakt!”

Wouter de Vreeze