Kosmopolitisch buurtfeest in het Oosterpark

Het Amsterdam Roots Festival probeert al vijftien jaar een laagdrempelig feest voor een gemêleerd publiek te zijn. Maar, het „geen braderie” worden.

In het Amsterdamse Oosterpark klinkt zondag de zang van Tibetaanse monniken, Congolese rap en het gerasp van de Angolese schraapstok. Het gratis openluchtonderdeel trekt de laatste jaren ongeveer 50.000 bezoekers, nog eens 10.000 kopen kaartjes voor de concerten van het festival verspreid over de poppodia van de stad.

Volgens de officiële telling viert Amsterdam Roots Festival dit weekend zijn derde lustrum, maar neem naams- en locatiewijzigingen voor lief en je telt dertig edities. Wat in 1983 begon als Africa Roots Festival met aparte podia voor verschillende migrantengroepen, werd een festival dat het midden houdt tussen een buurtfeest en een plek voor nieuwe trends in niet-westerse muziek.

Begin jaren tachtig kwam het initiatief van een handvol liefhebbers, voornamelijk vanuit de Melkweg, die hadden gehoord over de dansbare Afrikaanse muziek die onder immigranten populair was. Ze zagen de uitzinnige concerten die daarbij hoorden, zoals die van Fela Kuti in het Amsterdamse Bos in 1981. In de Melkweg en het Vondelpark werd een begin gemaakt met het festival. Naast Afrikaanse muziek klonk er al snel ook Afro-Surinaamse muziek en de raï die populair was onder Marokkanen en Algerijnen.

Wie de programmering van de afgelopen 29 edities doorvlooit, ziet steeds grotere namen opduiken: Ali Farka Touré, Khaled, Habib Koité, Youssou N’Dour. Ook de trends in de wereldmuziek sijpelen door: de Cubaanse son, de West-Afrikaanse woestijnblues en af en toe wat Balkanbeats die de laatste jaren ook op andere festivals populair waren. Maar Amsterdam Roots weet de populariteit vaak net voor te blijven. Zo stond de Malinese zangeres Fatoumata Diawara twee jaar geleden op het festival, voordat ze haar debuutplaat uitbracht. Inmiddels is ze een veelgevraagd artiest en staat ze zondag op het North Sea Jazz Festival voor een ongetwijfeld volle zaal.

Een van de liefhebbers van destijds was Frans Goossens, die al die jaren de programmering van Amsterdam Roots deed en directeur is van het festival. Het was volgens hem nooit expliciet de bedoeling om op migrantengroepen gericht te zijn, maar in de eerste edities pakte dat als vanzelf zo uit. De ontwikkeling van het festival weerspiegelt min of meer het politieke denken over immigratie. „Er was begin jaren tachtig nog niets georganiseerd voor allochtonen. We hadden nog per doelgroep een apart podium. Later introduceerden we Afrikaanse pop zoals de raï aan een groter publiek. Je kunt zien dat we, net als de stad, kosmopolitischer zijn geworden. Nu staat alles door elkaar heen. Ik programmeer niet voor allochtonen, ik programmeer voor Amsterdammers, Nederlanders.”

Maar ondertussen is ook de subsidie sterk teruggeschroefd, van ruim 200.000 euro in 2007 naar 100.000 euro in de afgelopen jaren. Het leidde tot enkele bescheidener edities, met meer deejays dan bands. Inmiddels zijn er sponsoren gevonden, zoals woningcorporatie de Alliantie voor het buitenfestival, waardoor er weer meer mogelijk is. De binnenconcerten vinden plaats in de dagen voorafgaand aan de buitendag in het Oosterpark en worden mede geproduceerd door Paradiso, Melkweg, Bimhuis en Muziekgebouw aan ’t IJ.

Anders dan grotere festivals zoals Mundial staan er geen Nederlandse publiekstrekkers op Amsterdam Roots, het blijft gericht op niet-westerse muziek. De erfenis van het Africa Roots Festival klinkt nog altijd door in de programmering. Dat continent is hofleverancier samen met de Cariben en Latijns-Amerika, al is er dit jaar ook Japanse punkpop van Asakusa Jinta te horen en Mongoolse violen vermengd met Bulgaarse melodieën.

Goossens verbaast zich nog wel eens over het publiek op andere festivals. „Op Lowlands of Pinkpop en zelfs North Sea Jazz staan vaak meer gekleurde mensen op het podium dan in het publiek.” Geholpen door de lage drempel van een gratis festival in het Oosterpark, bereikt Amsterdam Roots een gemêleerd publiek. Het heeft iets van een buurtfeest. Maar het mag van Goossens „geen braderie” worden. „We willen scherpe artistieke keuzes maken, het moet verteerbaar blijven, maar ook verrassend.”